Alice Walker: Possessing the Secret of Joy. Uitg. ...

Alice Walker: Possessing the Secret of Joy. Uitg. Jonathan Cape, 270 blz. Prijs ƒ 44,65. Vert. Irma van Dam. Uitg. In de Knipscheer, 285 blz. Prijs 34,50.

Thulani Davis: 1959. Uitg. Hamish Hamilton, 297 blz. Prijs ƒ36,50.

Sandra Cisneros: Beek van de brullende vrouw. Vert. Peter Koetsier. Uitg. Van Gennep, 179 blz. Prijs ƒ29,50.

Woody Guthrie: Pastures of Plenty, The Unpublished Writings of an American Folk Hero. Ed. Dave Marsh en Harold Leventhal. Uitg. Harper Collins, 261 blz. Prijs ƒ 32,-.

De vijfde roman van Alice Walker, Possessing the Secret of Joy, is opgedragen "aan de onschuldige vulva'. Een opmerkelijke vermelding, zelfs voor een schrijfster die in haar vorige boek het Universum dankte voor haar deelname aan het Bestaan. Maar Possessing the Secret of Joy gaat dan ook over een opmerkelijk onderwerp: de vrouwenbesnijdenis in de (derde) wereld. Zoals een zelfverklaard "schrijver en activiste' betaamt, heeft Walker een roman willen schrijven waarin een zinloos en vernederend ritueel op een overtuigende en meeslepende manier wordt aangeklaagd.

Daarin is Walker ten dele geslaagd. De hoofdpersoon van haar nieuwe roman is Tashi, een Afrikaanse vrouw die een bijrolletje speelde in Walkers succesroman The Color Purple (1982). Tashi ontsnapt als kind aan het mes van de tsunga (vrouwenbesnijdster). Haar moeder is aan het ritueel gaan twijfelen nadat haar zusje bij een mislukte ingreep is doodgebloed. Een paar jaar later laat Tashi zich vrijwillig besnijden, niet alleen omdat ze bang is door haar stam verstoten te worden, maar ook om een politieke daad te stellen. De dekolonisatie is in volle gang, en trouw aan de traditionele gebruiken lijkt een essentieel onderdeel van de onafhankelijkheidsstrijd.

Walker beschrijft Tashi's verdere leven: de ondraaglijke pijnen die ze moet doorstaan als gevolg van haar infibulatie, het onbegrip van vrienden, dokters en therapeuten in haar latere vaderland Amerika, en vooral haar groeiende besef van de onmenselijkheid van de vrouwenbesnijdenis. En weer stelt Tashi een daad. Onder het motto "resistance is the secret of joy' gaat ze terug naar Afrika en vermoordt haar tsunga. Uiteindelijk wordt ze in een showproces van het conservatieve postkoloniale regime ter dood veroordeeld.

Possessing the Secret of Joy is een ernstig boek, met hier en daar zulke plastische passages dat je de neiging hebt om het weg te leggen. Het is prachtig geschreven - in de heldere, ritmische zinnen die Alice Walkers handelsmerk zijn - maar toch is het geen geslaagde roman. Van de vele figuren die Walker in de meer dan zeventig hoofdstukjes aan het woord laat, komt alleen Tashi tot leven. En Walkers politieke engagement, dat in haar beste romans zo subtiel is verwerkt, ligt er in dit nieuwe boek iets te dik bovenop.

Alice Walker: Possessing the Secret of Joy. Uitg. Jonathan Cape, 270 blz. Prijs ƒ 44,65. Vert. Irma van Dam. Uitg. In de Knipscheer, 285 blz. Prijs 34,50.

In de geschiedenis van de rassenintegratie in de Verenigde Staten is 1959 geen bijzonder jaartal - twee jaar nadat president Eisenhower federale troepen naar Arkansas stuurde ter bescherming van zwarte scholieren, vier jaar voor dominee Kings "I have a dream'-toespraak in Washington. De Afrikaans-Amerikaanse auteur Thulani Davis beschrijft in 1959, haar eerste roman, hoe de geest van de Burgerrechtenbeweging vaardig wordt over een klein stadje in Virginia. Een zwarte jongen wordt bijna achteloos neergeschoten wanneer hij een blanke bioscoopganger om een vuurtje vraagt, en na weken van delibereren en moed verzamelen besluit de zwarte gemeenschap om te reageren met zit-stakingen en andere burgerlijke ongehoorzaamheden.

De lezer ziet de schokkende gebeurtenissen door de ogen van Willie Tarrant, een moederloos meisje van twaalf dat eigenlijk meer geïnteresseerd is in jongens en uitgaan en de nieuwste platen in de (gesegregeerde) hitparade. Willies impressies, vele jaren later opgeschreven in een sobere stijl, geven een bijna nostalgisch beeld van het provincieleven in de zomer dat Fidel Castro, Billie Holiday en Quo Vadis-haarcoupes het nieuws beheersten. Ze maken 1959 tot een sympathiek debuut, dat misschien net te weinig spanning heeft om de volle 300 bladzijden te boeien.

Thulani Davis: 1959. Uitg. Hamish Hamilton, 297 blz. Prijs ƒ36,50.

"Ik denk dat ze er geen snars van begrijpen, hoe het is om een meisje te zijn', zegt een van de personages uit Sandra Cisneros' Beek van de brullende vrouw. Cisneros (1954) is een Chicana, een Amerikaanse van Mexicaanse afkomst, die spreekt en schrijft in Spanglish, "Engels gemazeld met Spaans.' De verhalen in haar tweede bundel, mooi vertaald door Peter Koetsier, gaan over kleine meisjes, vroegrijpe pubers, vrouwen die bedriegen en vrouwen die bedrogen worden. In het ontroerende titelverhaal besluit een Mexicaanse vrouw haar lot in eigen hand te nemen wanneer haar leven als getrouwde vrouw in de Verenigde Staten ("el otro lado') een nachtmerrie wordt. "Elf' is een met veel inlevingsvermogen geschreven verhaaltje over een meisje dat door haar schooljuffrouw ergens vals van wordt beschuldigd - op haar verjaardag nog wel. En in "Bien Pretty' verliest een kunstenares haar inspiratie na een mislukte liefde. De inspiratie vindt ze terug, de liefde niet.

Beek van de brullende vrouw bevat 22 verhalen, sommige niet langer dan een pagina of twee. Allemaal spelen ze zich af in het grensgebied van Amerika en Mexico, allemaal mengen ze katholieke folklore en westerse cultuur met Indiaanse mythologie: Coca Cola, Popocatepetl en de Maagd van Guadeloupe. Niet alle verhalen zijn even sterk, maar Cisneros' bijzondere zinnen, vol van Spaans-Engelse woordcombinaties en oorspronkelijke observaties ("Waarom ruiken kerken als de binnenkant van een oor?'), maken zelfs de simpelste schetsjes het lezen waard. Bien pretty, zonder twijfel.

Sandra Cisneros: Beek van de brullende vrouw. Vert. Peter Koetsier. Uitg. Van Gennep, 179 blz. Prijs ƒ29,50.

Muziekliefhebbers kennen Woody Guthrie (1912-1967) als de belangrijkste Amerikaanse folkzanger van de jaren dertig en veertig, en als het grote voorbeeld van Bob Dylan. Dat hij naast klassieke songs als "This Land Is Your Land' en "Pretty Boy Floyd' ook respectabel proza schreef, bleek uit zijn autobiografie Bound for Glory (1943) en uit de postuum verschenen roman Seeds of Man; het wordt nog eens onderstreept door de verzameling nooit eerder gepubliceerde geschriften die onlangs in paperback verscheen.

Pastures of Plenty: A Self Portrait geeft een overzicht van Guthries carrière in zijn eigen woorden - van de aantekeningen die hij maakte tijdens zijn eerste radioshows voor geëmigreerde "Okies, Arkies en Texies' in Californië (1937) tot en met de verwarde monologen uit de tijd dat zijn hersenen langzaam werden aangetast door Huntingtons chorea, een dodelijke zenuwziekte. De overdenkingen, romanfragmenten, gedichten, brieven en opstellen tonen Guthrie als een kunstenaar met een missie, als een man van het volk die er van overtuigd was dat de kloof tussen arm en rijk in Amerika gedicht kon worden, en dat protestliederen en andere actuele folksongs daarbij konden helpen. Strijdbare teksten en idealistische kranteartikelen worden afgewisseld met geslaagde literaire experimenten die je niet meteen van Guthrie zou verwachten: brieven aan zijn dochtertje in de buik van haar moeder, en een parodie op de beroemde folksong "Franky and Johnny' met Hitler en Chamberlain in de hoofdrollen.

De lay-out is voorbeeldig, met een brede kantlijn waarin onbekende songteksten, aforismen en knappe cartooneske tekeningen van Guthrie goed tot hun recht komen. Tussen de teksten staan veel oude en herontdekte foto's, waaronder twee legendarische van een concert voor Roosevelts herverkiezing in 1944: "This machine kills fascists' staat er op de klankkast van Guthries gitaar.

"I aint a writer', schrijft Guthrie in 1941. "I'm just a little one-cylinder guitar picker.' De originele gedachten en de vele humoristische en roerende passages in Pastures of Plenty bewijzen dat zijn bescheidenheid vals was.

Woody Guthrie: Pastures of Plenty, The Unpublished Writings of an American Folk Hero. Ed. Dave Marsh en Harold Leventhal. Uitg. Harper Collins, 261 blz. Prijs ƒ 32,-.

    • Pieter Steinz