Zand happen

In het Westafrikaanse land Niger zijn zestig internationale organisaties aktief om de oprukkende woestijn een halt toe te roepen. Zij zorgen samen voor 40 procent van het Bruto Nationaal Produkt, maar in het veld is van hun inspanningen weinig terug te vinden.

"Als toerist...?'' herhaalt de douanier op het vliegveld van Niamey met een maximum aan achterdocht en argwaan in zijn stem. De journalist, bezweet, knikt braaf. Niger is een onrustig, ondemocratisch land, dus vooral niet opvallen, was het idee. Helaas blijkt een vermomming als toerist nu juist dè manier om op te vallen. Want toeristen komen er nauwelijks in deze enorme lap zand, ingeklemd tussen Algerije en Nigeria. Het land is straatarm en het landschap eentonig. Stoffige rode aarde tot aan de horizon. Vanuit het noorden rukt de Sahara op, hele dorpen zijn onder het zand bedolven. Verder naar het zuiden beginnen de vochtige, broeierige equatoriale regenwouden. Daar tussenin ligt de Sahel, wat in het Arabisch rand van de woestijn betekent: een smalle gordel van struiken en iele grassen, die zich over zo'n 4500 kilometer uitstrekt van Senegal tot Tsjaad.

De grenzen tussen de zes Sahellanden zijn in 1885, bij het verdrag van Gent, door Europese koloniale mogendheden min of meer rechtlijnig in het zand getrokken. Niger, na Tsjaad het grootste van de zes Sahellanden, werd in 1960 onafhankelijk van Frankrijk. Het gemiddeld jaarinkomen bedraagt 310 dollar per persoon en 90 procent van de inwoners is analfabeet. De bevolking groeit snel, met 3,4 procent per jaar. Bij de volkstelling van 1977 waren er 5,2 miljoen zielen, in 1988 waren dat er al 7,2 miljoen en inmiddels moeten het er zo'n 8,2 miljoen zijn. Tussen 1980 en 1990 daalde het Bruto Nationaal Produkt in reële termen met 1,3 procent per jaar en uitgedrukt per hoofd van de snel groeiende bevolking zelfs met 4,5 procent per jaar. Tot voor kort trok een groot deel - tot 30 procent - van de mannelijke bevolking naar het olie-land Nigeria en andere kuststaten om werk te zoeken, maar de economische recessie heeft daaraan een einde gemaakt.

Negen van de tien mensen vinden hun bestaan in de landbouw, die met een gemiddelde groei van 1,5 procent per jaar sterk achter blijft bij de bevolkingsgroei. Daarnaast is er de uraniumwinning, die al jaren verliesgevend is, en inheemse produktie van frisdrank en bier. Via de oude karavaanroutes door de woestijn vindt een zekere export van kippen, geiten en huiden plaats en naar men zegt een levendige smokkel van elektronica.

De hoofdstad Niamey is benauwd en stoffig. Van de 250.000 inwoners slaapt naar schatting de helft op straat. Lepralijders in invalidenkarretjes spoeden zich over brede, rommelige boulevards met lage gele lemen huizen. Op de bazar naast de grote moskee zijn katoenen lappen uit Holland te koop en plastic kleedjes uit Taiwan. Een andere bezienswaardigheid is het nijlpaard in zijn betonnen bassin in ""le Zoo'' vlakbij de brug over de rivier de Niger. Het is de enige brug over een rivier van duizend kilometer lengte. De brugleuningen hangen boordevol drogend wasgoed en er trekt een eindeloze, bonte stoet voetgangers voorbij. L'Afrique en route. Verder naar de buitenwijken toe scharrelen kinderen en geiten rond op uitgestrekte vuilnisbelten en dan begint het onafzienbare, lege platteland.

Laterietplateaus

Het land bestaat uit een reliëf van lage, grinderige lateriet-plateaus, afgewisseld door zanderige dalen. Daar wonen gesoleerde families in simpele ronde strohutjes en wordt al duizenden jaren dezelfde eenvoudige landbouw bedreven. Gierst, gierst en nog eens gierst op zongeblakerde, armetierige veldjes in het hete rode zand.

Veel dorpen hebben geen eigen waterput. Mensen en dieren drinken het bruine, gronderige regenwater uit de grote plassen die nu de droge tijd aanbreekt snel beginnen op te drogen. Kinderen gaan hier niet naar school. Wie weet wat een geniale wiskundigen-in-spé hier onontdekt rondstruinen tussen de gierst. Elke jeep die in een grote stofwolk voorbij scheurt wordt met veel enthousiasme nagewoven.

Driekwart van het grondgebied van Niger is woestijn: land waar minder dan 300 millimeter regen per jaar valt en landbouw zonder irrigatie niet mogelijk is. Ten zuiden daarvan, in de Sahel, is een vrij scherpe neerslaggradiënt van 400 naar 800 millimeter neerslag per jaar. Vuistregel is, dat er een millimeter extra neerslag valt als je een kilometer naar het zuiden rijdt. Zodra de regenval toeneemt zie je naast gierst ook sorghum op de velden. Rijst wordt weinig verbouwd, alleen langs de rivier de Niger, ook wel de Zwarte Nijl genoemd. Nijlpaarden leven daar trouwens ook, ze houden soms behoorlijk huis in de rijstveldjes en onlangs werd er bij Niamey eentje doodgeschoten. Op kleinere schaal worden kikkererwten, uien, katoen en pinda's geteeld.

In Niger zijn tenminste zestig internationale organisaties actief om de oprukkende woestijn een halt toe te roepen. Te zamen zorgen zij voor 40 procent van het Bruto Nationaal Produkt. Hele wijken in de hoofdstad Niamey worden bevolkt door blanke buitenlanders. Hun zwarte huispersoneel winkelt in de grote Franse supermarkt waar je àlles kunt krijgen tegen ongekende woekerprijzen, Bonduelle doperwtjes, Perrier mineraalwater en Croky Chips, terwijl een gewapende parkeerwacht intussen op je auto past en de bedelaars op afstand houdt.

Maar in het veld is van hun inspanningen weinig terug te vinden. De woestijn rukt aan alle kanten op. Naarmate de bevolking groeit wordt steeds meer marginaal land ontgonnen en wordt de braakperiode, waarin de vruchtbaarheid van de grond zich moet herstellen, steeds korter. In 25 jaar tijd is het landbouwareaal in Niger verdubbeld en ook de bevolking is sinds 1972 bijna verdubbeld. Het gaat om gronden die van nature zeer arm en onvruchtbaar zijn, ongeschikt voor intensieve landbouw.

Cynisme

De meeste ontwikkelingsprojekten die tot nog toe door westerse experts zijn opgezet waren gericht op produktieverhoging door introduktie van moderne landbouwrassen, gekoppeld aan een hogere input van kunstmest en bestrijdingsmiddelen. Veel van deze projekten zijn mislukt en onder ontwikkelingswerkers overheerst cynisme. ""De mensen willen niet werken, ze hebben liever dat wij ze geld geven,'' vat een Franse hydroloog in een leidinggevende functie zijn levensovertuiging na 28 jaar Afrika bondig samen. ""Niger is een onmogelijk land. Daar valt niets van te maken.'' Zijn standpunt wordt, wat vriendelijker verwoord, door velen gedeeld.

""De koers van de Nigerese Franc, de CFA, is gekoppeld aan die van de Franse Franc en wordt daardoor kunstmatig veel te hard gehouden. Trekken de Fransen zich terug, dan klapt de hele zaak in elkaar. Op de lange termijn ben ik zeer pessimistisch over de toekomst van dit land'', zegt toegepast wiskundige en hydroloog dr. Pavel Kabat (34), terwijl hij met zichtbare tegenzin op zijn croissantje knabbelt.

Hotel Terminus in Niamey serveert dag in dag uit datzelfde croissantje als ontbijt, al vijfenzestig dagen lang. Kabat is projektleider van HAPEX-Sahel, het grote internationale klimaatonderzoeksprojekt waarvoor zo'n 300 onderzoekers uit zeven verschillende landen deze zomer in Niger zijn neergestreken. Hijzelf is van Tsjechisch-Südetendeutsche afkomst en in 1987 naar Nederland gekomen, waar hij nu afdelingshoofd is op het DLO-Staring Centrum in Wageningen. Hij spreekt vloeiend zeven talen en werkt, zeggen collega's, twintig uur per dag. Aan een duik in het zwembad achter het hotel is hij in tweeënhalve maand tijd nog niet toegekomen.

""De mensen zijn hier niet ondernemend!'' aldus Kabat. ""Neem die Chinese restauranthouder hier in de straat. Zo'n man zou nu rijk kunnen worden, maar hij lijkt dat niet te willen. Als hij meer dan twee gasten heeft laat hij het op zijn beloop. Datzelfde geldt voor de Nigerezen die aan ons projekt meewerken. Ze zouden daar veel van kunnen leren, maar ze pikken het niet op. Dan vraag je je voortdurend af, kunnen ze het niet of willen ze het niet?''

Typerend is de man die naast het HAPEX-mededelingenbord voor het hotel zit en zichzelf tot wachter heeft benoemd. Kabat: ""Hij zit daar dag en nacht en als ik een mededeling heb reikt hij mij een punaise aan. Maar toen ik laatst een ringband op wou hangen waren ze met vier man bezig en kregen het niet voor elkaar. Dan vraag je je echt af: zijn ze nou heus zo onhandig of willen ze gewoon niet? Ik heb meer respect voor de mensen in de dorpen. Die leven al duizenden jaren in harmonie met hun omgeving en als wij ons daar niet mee bemoeien kunnen ze daar nog duizenden jaren mee door gaan. Maar iedere ingreep, of je ze nu een zak gierst geeft of een kind inent, verstoort hun evenwicht.''

Politieke onrust

Vanouds wordt de Sahel geteisterd door periodiek terugkerende droogten, waarvan die van 1968-1974 en die van 1983-1984 nog vers in het geheugen liggen. De droogte werkt politieke onrust in de hand. Als het vee massaal sterft trekken nomadische volkeren, waaronder zo'n 700.000 Toearegs in Noord-Niger en Noord-Mali, noodgedwongen naar het zuiden om landbouw te bedrijven in gebieden die door de traditionele bevolking toch al dichtbevolkt zijn.

""Maar ook op de lange termijn lijkt het klimaat droger te worden'', zegt Kabat. ""Het oprukken van de woestijn is het gevolg van langdurige, grootschalige klimaatschommelingen op aarde, op lokaal niveau in de hand gewerkt door overbevolking, overbegrazing en ontbossing.''

In grote lijnen wordt de noordgrens van de Sahara gevormd door het Atlasgebergte. De zuidgrens echter wordt niet door geografische, maar door fysische factoren bepaald. Men stelle zich een warmtepomp voor, aangedreven op zonne-energie. De thermische equator, een denkbeeldige lijn die de warmste plaatsen op aarde met elkaar verbindt, loopt door Afrika op 20 graden Noorderbreedte ten opzichte van de geografische evenaar, dat wil zeggen, precies ten zuiden van de Sahara. Langs deze thermische equator stijgt warme lucht op. Opstijgende lucht koelt af, kan minder waterdamp bevatten en vormt regenbuien. Deze regenbuien bepalen de zuidgrens van de Sahara. Intussen zorgt de opstijgende lucht ervoor dat uit Noord-Afrika hete, zeer droge lucht naar het zuiden toe wordt aangezogen, lucht die geen regen bevat. Dat maakt Noord-Afrika tot een woestijn. (Overigens bepalen soortgelijke processen, maar dan in zuidelijke richting ten opzichte van de evenaar, het ontstaan van de Kalahari woestijn. Meteorologen noemen dit gesloten circuit van opstijgende en dalende winden die in de tropen over duizenden kilometers het klimaat bepalen de Hadley Cel.)

""Het verdwijnen van de vegetatie werkt de woestijnvorming in de hand'', zegt Kabat. ""Het plantendek zorgt voor de verdamping van water uit diepere bodemlagen en houdt daarmee de aarde koel. Verdwijnen de planten, door ontbossing en overbegrazing, dan wordt de grond heter en droger: het effect van de warmtepomp wordt versterkt. Maar tegelijkertijd wordt er ook minder water verdampt en kunnen er dus minder regenwolken worden gevormd.''

Grootschalige klimaatschommelingen, die zich op de lange termijn over de hele aarde afspelen en door de wetenschap nog allerminst goed begrepen worden, spelen in de Sahel naast lokale, door menselijk ingrijpen veroorzaakte effecten. ""Je kunt ze onmogelijk los van elkaar zien,'' zegt dr. H.A.R. de Bruin van de vakgroep meteorologie in Wageningen en betrokken bij het HAPEX-Sahel projekt. ""Veelbesproken is ondermeer de theorie dat de droogte in de Sahel veroorzaakt zou zijn door de toegenomen veedichtheid. Rond de vele waterputten, die door ontwikkelingswerkers zijn gegraven, zouden zoveel koeien de grond vertrappen dat er geen plantengroei meer overbleef. Dan zou er geen verdamping meer optreden, zodat er geen vocht meer in de atmosfeer zou komen en er dus geen regenwolken meer zouden worden gevormd. Maar die theorie wordt geloochenstraft door de feiten'', aldus De Bruin. ""Want na de grote droogten uit de jaren zeventig en tachtig is het toch vanzelf weer gaan regenen. Dat betekent echter niet dat er in de marges geen invloed van de mens is op de grootschalige klimaatveranderingen. En een kleine verschuiving in het evenwicht kan voor de mensen in de Sahel een kwestie van leven of dood zijn.''

Neerslaggradiënt

De vraag hoe het door wetenschappers voorspelde broeikaseffect het klimaat in de Sahel zal veranderen moet voorlopig onbeantwoord blijven. Toepassing van de wereldklimaatmodellen, waarin de interactie tussen continenten en oceanen nog maar matig begrepen wordt, moet in een marginaal gebied als de Sahel in elk geval met de nodige voorzichtigheid en scepsis worden bekeken.

""In de Sahel is sprake van een zeer steile neerslaggradiënt over korte afstand. Een kleine verschuiving daarin kan in de praktijk dramatische gevolgen hebben, je zit in een heel gevoelig gebied'', zegt De Bruin. ""Een kleine invloed van elders, zoals het El Ninõ-effect in Latijns Amerika, kan de regenval in de Sahel benvloeden. Zo kan het gebeuren dat het bijvoorbeeld in Afrika tien jaar lang niet regent, zonder dat dat iets te maken heeft met wat de mensen in Afrika zelf doen.''

Daarmee is niet gezegd dat mensen het proces van woestijnvorming niet kunnen versnellen, want dat is wel degelijk het geval. Door houtkap, bijvoorbeeld. Rond 30 procent van de bossen in de Sahel-zone is de afgelopen twintig jaar prijsgegeven aan het zand. Brandhout is hier extreem schaars en kostbaar, hele maaltijden worden gekookt op twijgen en oud papier. Officieel is het in Niger verboden om volwassen bomen te kappen zonder vergunning en op overtredeing van dat verbod staan forse boetes. In de praktijk werkt die maatregel averechts. Boeren weten dat de bomen, eenmaal volwassen, met hun gewassen concurreren en de boetes die op de kap staan kunnen ze niet betalen. Zover laten ze het dus niet komen, ze roeien alle jonge bomen op hun land zo snel mogelijk uit. Daarna hebben wind- en watererosie op de velden vrij spel. De plateaus in het heuvellandschap zijn oud en verweerd, na iedere regenbui is te zien hoe ontzaglijke massa's van dat rode zand met de regen mee naar beneden worden gesleurd. Ook de weg wordt bedekt door een tientallen centimeters dikke laag zand.

""Zulke extreme grond vind je nergens ter wereld. Het lijkt puur duinzand!'' zegt ir. Peter Droogers van de vakgroep Waterhuishouding van de Landbouwuniversiteit, terwijl hij de rode aarde door zijn vingers laat glijden. ""Die rode kleur komt door het uitspoelen van ijzer. Dit is heel fijn zand, met een heel laag vochtvasthoudend vermogen, hooguit 18 procent. Na een regenbui is die grond zo weer leeggelopen, dat is een kwestie van minuten. De retentie is heel laag.''

Het is een vicieuze cirkel: bij gebrek aan vocht is er weinig produktie van organische stof (lees: plantengroei) en bij gebrek aan organische stof houdt de bodem weinig of geen vocht vast.

Toevoegen van organische stof aan de bodem - in de vorm van compost of groenbemesters zou in theorie een mogelijkheid zijn om het vochtvasthoudend vermogen van de bodem te verbeteren. ""In de praktijk werkt dat niet. Het is hier veel te heet. Uit onze metingen blijkt dat de bodemtemperatuur in het kale zand overdag oploopt tot zo'n 65 graden'', aldus Droogers. Bij zulke temperaturen verloopt de omzetting, de mineralisatie, van organische stof razendsnel: de humuslaag is zo weer verdwenen.''

Het is niet de hoeveelheid regen die beperkend is, maar de beschikbaarheid van het regenwater. Het regent in Niger tussen half juli en eind augustus, in korte, hevige buien. Na zo'n bui stroomt het water meteen weg naar de laagstgelegen terreingedeelten en krijgt niet genoeg kans om diep in de grond te trekken. In sommige woestijngebieden wordt dat ondervangen door bijvoorbeeld terrassen te bouwen of dammetjes aan te leggen, zodat het water langer vastgehouden wordt en beter inzijgt in de grond. ""Maar met deze extreem zanderige grondsoort heeft dat geen zin, want het water percoleert heel snel, het loopt er aan de onderkant net zo hard weer uit'', aldus Droogers.

Het grondwater zit in veel gebieden tamelijk diep, tot 40 meter. Voor de landbouw heeft men daar niets aan. Wel vindt enige nalevering plaats door capillaire opstijging van zogenaamd hangend regenwater.

Dorpsoudsten

Volgens de Amerikaanse onderzoekster dr. Ellen Taylor-Powell van Texas A&M University zouden ontwikkelingswerkers veel meer moeten inhaken op traditionele kennis over het bedrijven van duurzame landbouw in de Sahel. In het dorp Hamdallaye, 30 kilometer ten noordoosten van de hoofdstad Niamey. Met behulp van een tolk werden 42 boeren, naast dorpsoudsten en andere autoriteiten, ondervraagd over hun landbouwmethoden, hun kennis van wind- en watererosie en hun methoden om erosie te bestrijden. Hamdallaye is overigens geen doorsnee-dorp, maar een van de meer welvarende dorpen, dicht bij de hoofdstad, niet ver van de verharde weg, ontdekt door ontwikkelingswerkers.

In het gebied, zo'n 500 hectaren oftewel vijf vierkante kilometer, wonen 41 gezinnen. Hun voorouders zijn hier halverwege de vorige eeuw vanuit het zuiden naar toe getrokken en hebben het maagdelijke land in bezit genomen. Een gezin bestaat doorgaans uit een man met drie echtgenotes. Hun kinderen slapen te zamen in een centrale hut. Mannen die "overschieten' trekken vaak weg. Per familie varieert het grondbezit van 0,7 tot ruim 40 hectare. De helft daarvan is in cultuur, de andere helft "is oud en moe', zoals de boeren hier zeggen, en ligt braak.

Opvallend is dat bijna de helft van de boeren geen eigenaar is van de grond. De pachtprijs bedraagt ongeveer 10 procent van de oogst en pachtcontracten worden vaak van vader op zoon doorgegeven. Vrouwen doen weliswaar het meeste werk op het land, maar kunnen geen eigen grond bezitten, afgezien van kleine groente- en pindatuintjes. Driekwart van de huishoudens bezit eigen vee in de vorm van geiten, schapen en runderen. De melkgift is laag en vlees wordt weinig of niet gegeten, het bezit van vee dient vooral als reserve en extra bestaanszekerheid.

In de regentijd, tussen juli en oktober, als de gierst op het land staat, geven de boeren, die merendeels tot het volk der Zarma behoren, hun dieren aan trekkende herders, de Fulani mee. Na de oogst heeft het vee vrij toegang tot de velden, om oogstresten op te knabbelen en het land te bemesten. Als veevoer voor in de droge tijd, wanneer de grasmat binnen enkele weken verdort, wordt het loof van de kikkererwten en van twee inheemse plantensoorten (Ipomoea involucrata en Merremia tridentata) gedroogd en opgeslagen in aparte strohutten die op een afdakje op hoge poten staan. De hoger gelegen plateaus vormen gemeeschappelijke weidegronden.

Aan pachters is het niet toegestaan om putten te slaan of bomen te planten aangezien ze daarmee een claim op het eigendom van de grond zouden kunnen leggen.

Verkorte braak

Opvallend is dat de braakperiode, die de natuurlijke bodemvruchtbaarheid moet herstellen, de afgelopen jaren onder invloed van de toenemende bevolkingsgroei sterk is bekort, van de traditionele 10 jaar of langer tot nog maar 3 tot 5 jaar voor landeigenaren en 2 tot 3 jaar voor pachters. De verkorte braak hangt samen met de toenemende bevolkingsdruk en het is een spiraal in de afgrond. Naarmate de vruchtbaarheid van de grond achteruit gaat moet een groter gebied in cultuur worden genomen om dezelfde oogst te houden. Een gemiddeld gierstveld levert niet meer dan 5 à 600 kilo per hectare op. Daarvan schiet weinig of niets over tot het volgende oogstseizoen en aan verkoop voor de markt komt men al helemaal niet toe. Traditioneel is het zo, dat een landloze familie aanspraak kan maken op grond die een ander braak laat liggen, daarom nemen veel grondeigenaren nu uit voorzorg al hun grond zelf in gebruik om zich tegen deze landhonger te verweren. Ook wordt de landbouw steeds intensiever naarmate de vaders het familiebezit onder hun zonen verdelen.

Om de oogstzekerheid te bevorderen worden mengsels van wel tien verschillende soorten gierst door elkaar gezaaid. Ook worden windsingels van inheemse struiken aangeplant. Het gevaar van winderosie wordt door de boeren zeer goed onderkend. Ze trachten het tegen te gaan door de oude gierststengels - het gewas wordt meer dan manshoog - op het land te laten liggen.

Dierlijke mest is de belangrijkste bron van bemesting, de meeste boeren gebruiken weinig of geen kunstmest. In de afgelopen twintig jaar zijn de kudden door de grote droogte gedecimeerd en daardoor is er nu veel minder dierlijke mest beschikbaar voor de velden. Sommige families verplaatsen hun eigen strohutten een paar maal per jaar en zetten die juist op de armste delen van hun land op om de bodemvruchtbaarheid nog wat met hun eigen "mest' en andere afvalprodukten te verhogen.

Ir. Niek van Duivenbooden van de afdeling Internationale Samenwerking van het Staringcentrum in Wageningen noemt de bodemvruchtbaarheid in de Sahel verreweg de belangrijkste beperkende factor voor de ontwikkeling van de landbouw. ""Er is sprake van een continue uitputting van de bodem op chemisch niveau. Het blijft als een paal boven water staan dat je daar eerst iets aan moet doen. Maar het zou best wel eens zo kunnen zijn dat het economisch niet verantwoord is om met kunstmest te werken. Bovendien zul je ook met groenbemesters moeten werken om meer stikstof in de bodem te brengen. Bovendien zul je intensiever moeten boeren. Steeds meer land ontginnen, zoals nu gebeurt, is niet de oplossing om de bevolkingsgroei bij te houden. Wat ik van het land gezien heb was armoe troef. Er kwam ongelooflijk veel bremraap voor, wat duidt op een groot organisch stofgebrek. Je zult daar, gezien de snelle mineralisatie van organische stof, elk jaar wat aan moeten doen en dat is economisch niet haalbaar. Bovendien zou je een zeer terreinspecifieke, plaatsgebonden, kunstmeststrategie moeten ontwikkelen. Dan heb je, technisch gezien, de mogelijkheid om de landbouw te verbeteren maar economisch is dat niet haalbaar. Minder dan 10 procent van de produktie is bestemd voor de markt, eigenlijk alleen pinda's en bonen. Voor gierst, het basisvoedsel, is vrijwel geen markt behalve aan het eind van de droge tijd.''

Dit jaar was de regenval goed en de oogst redelijk, maar vorig jaar is er in grote gebieden volgens Van Duivenbooden vrijwel niets van het land gekomen. ""Door een intensievere landbouw te bedrijven zou de bevolking tijd overhouden om buiten de landbouw een inkomen te verdienen om hun levensstandaard te verhogen. Werkgelegenheid buiten de landbouw is er echter nauwelijks. Niger heeft vrijwel geen eigen grondstoffen voor de industrie en het toerisme ligt door de politieke onrust volledig op zijn gat. ""Dat roept de vraag op wat je dan moet doen,'' aldus Van Duivenbooden, ""de mensen bezig houden met marginale landbouw of de landbouw intensiveren en de mensen niets laten doen? Dat is een sociaal-economisch probleem. Of moet je de politieke keuze maken om rijst uit het Verre Oosten te importeren? Maar ook in het Verre Oosten is de bodem over tien jaar uitgeput.''

Vanuit Wageningen is, ondermeer door prof.dr.ir. C.T. de Wit van de Landbouwuniversiteit en door dr. Henk Breman van het Centrum voor Agrobiologisch Onderzoek al in de jaren zeventig nadrukkelijk gewezen op gebrek aan bodemvruchtbaarheid als cruciale factor in de Sahelproblematiek. ""Pas vijftien jaar later zie je, heel langzaam, iets van die kennis doorsijpelen naar Afrika en worden er wat bemestingsproefjes gedaan. Maar Franse ontwikkelingswerkers bijvoorbeeld gooien het nog steeds op de beschikbaarheid van water. Dat is heel triest, dat heeft mij erg verbaasd.''

Foto's: Pavel Kabat inspecteert de gierst op zijn tweede meetlokatie, die hier door kevertjes lijkt te worden aangevreten. Het gewas moest dit jaar tot drie maal opnieuw worden ingezaaid omdat het teveel of juist te weinig regende.

Het dorpje Banizoumbou ("moge vrede uit de hemel neerdalen'), vlakbij de meetlokaties.

Dorpje langs de hoofdweg, een vaste stop voor de mensen van Hapex-Sahel. Aan de zuidoever van de Niger

Nu de nieuwe brug is ingestort kiest het verkeer maar weer de onverharde route. Dit water mondt uit in de Niger. Zand happen