Veel ouderen lijden onder klachten door oorlogsjaren

DEN HAAG, 19 NOV. Ruim 91.000 oudere Nederlanders kampen met ernstige tot zeer ernstige psychische of lichamelijke klachten als gevolg van oorlogservaringen uit de periode 1940 tot 1950. Op latere leeftijd komen bij hen in de vorm van slaap- en concentratiestoornissen, nachtmerries en angsten herinneringen boven aan de Duitse bezettingstijd en de jaren van de politionele acties in Indonesië.

Dit blijkt uit een grootschalig onderzoek dat psychologen van de Vrije Universiteit in Amsterdam en de Rijksuniversiteit Leiden in de eerste helft van dit jaar zijn begonnen. Gisteren werden in Den Haag de eerste resultaten bekendgemaakt.

Volgens prof.dr. H.M. van der Ploeg, die de leiding van het onderzoek had, en drs. I. Bramsen, die eind 1994 op het onderzoek hoopt te promoveren, gaat het er om te achterhalen hoe mensen in de leeftijd van 62 tot 73 jaar oorlogservaringen al dan niet hebben weten te verwerken. Van de tienduizend mensen aan wie om medewerking was gevraagd, reageerden 4.675 positief. Van hen had 69 procent bombardementen en 23 procent evacuaties meegemaakt.

Van de mannen die reageerden was 43 procent in de Tweede Wereldoorlog gedwongen tewerkgesteld en had 23 procent te maken gehad met de politionele acties in Indonesië. Vijftien procent van de mensen die aan het onderzoek meewerkten had te maken gehad met bombardementen, gevechtshandelingen, evacuatie, onderduiken, op transportstelling, concentratiekampen, krijgsgevangenschap, tewerkstelling of vervolging in Indonesië.

Van der Ploeg en Bramsen signaleren dat 267 van de 4.675 ondervraagden veertig tot vijftig jaar later (nog) lichamelijke en psychische klachten hebben. Op een totale groep van ongeveer 1,3 miljoen Nederlanders tussen 62 en 73 jaar oud betekent dit dat 91.000 mensen nog onder de oorlog gebukt gaan. Zij hebben daarvoor in de meeste gevallen nooit om hulp gevraagd, maar geprobeerd hun ervaringen zelf te verwerken.

Een apart onderdeel van het onderzoek vormen de oud-militairen die de meidagen van 1940 krijgsgevangenschap hebben meegemaakt en/of in Indonesië, in Korea of op Nieuw-Guinea hebben gevochten. Onder de verzetsdeelnemers die bij de Stichting 1940-1945 zijn ingeschreven zal in de toekomst nog onderzoek worden verricht.

Bijna tachtig procent van de veteranen die zijn aangesloten bij de Bond van Nederlandse Militaire Oorlogs- en dienstslachtoffers (BNMO) in Doorn, deed aan het onderzoek mee. Een enkeling weigerde, omdat het geen zin meer zou hebben nu nog op het verleden terug te komen. Uit het onderzoek komt naar voren dat veel oud-militairen nog altijd lichamelijke klachten door de gebeurtenissen van destijds hebben. Volgens BNMO-directeur J.J. Kellermann Slotemaker is niet onderzocht in hoeverre oud-militairen nog met emoties kampen over het geweld dat zij anderen hebben aangedaan. Wel wees hij op de mogelijkheid dat zijn bond, nu Nederlandse militairen naar het voormalige Joegoslavië worden gestuurd, de kans loopt in de toekomst opnieuw Nederlanders met oorlogservaringen te moeten ondersteunen.

Het onderzoek wordt onder meer gefinancierd door de overheid en de Stichting Fondsenwerving Militaire Oorlogsslachtoffers. Volgens Van der Ploeg heeft het een uitzonderlijk karakter, omdat het gehouden wordt onder mensen die voor het grootste deel niet te boek staan als hulpzoekenden maar altijd zelf hun ervaringen, hoe ingrijpend ook, hebben verwerkt.