Tussen kaders en kiezers

EEN VINGER, TWEE, DRIE vingers misschien, maar een hele hand heeft het buitengewone SPD-congres begin deze week partijvoorzitter en kandidaat-kanselier Engholm niet willen geven.

Dat mocht ook nauwelijks worden verwacht, nu de fotogenieke premier van Sleeswijk-Holstein al vooraf zoveel concessies had moeten doen aan zijn partij-interne critici. Meer nog: sinds hij zijn initiatief had genomen tot de zogenoemde Verklaring van de Petersberg van augustus jongstleden was Björn Engholm in de SPD zowel in programmatisch als in politiek-persoonlijk opzicht al zó afgebladderd dat zijn geloofwaardigheid op het spel was komen te staan.

Immers, van wat Engholm en de zijnen met hun augustus-initiatief voor ogen had gestaan was niet zoveel over gebleven onder de aanhoudende kritiek van de kaders in een groeiend aantal partijgewesten. Dat gold voor hun poging om de partij te bevrijden van haar electoraal ongemakkelijk knellende standpunten inzake het asielbeleid. Dat gold ook voor de poging om verandering te krijgen in haar nogal gedateerd-gereserveerde opvattingen over de bijdrage die het verenigde Duitsland, en zijn militairen, kan of mag leveren aan vredes- en veiligheidsacties van de Verenigde Naties en/of andere internationale organisaties. Let wel, in beide gevallen gaat het om de vraag of het verenigde Duitsland een beleid mag ontwikkelen dat vergelijkbare landen allang kennen.

Op deze beide niettemin gevoelige terreinen, maar daar niet alleen, was Björn Engholms moedige en noodzakelijke "forcing' naar nieuwe werkelijkheden tussen eind augustus en deze week al grotendeels ontkracht. Het was maandag en dinsdag in de Beethovenhalle in Bonn kenmerkend dat de partijvoorzitter over de inzet van Duitse militairen in VN-verband niet eens het woord voerde en dat de critici van zijn Verklaring van de Petersberg de uiteindelijke congresbesluiten als overwinningen vierden.

VOOR DE Europese politiek, zeg voor de door kanselier Kohl en president Mitterrand ontwikkelde gedachte van een eigen Europese veiligheidsidentiteit, vormen de congresbesluiten een handicap. Hier zal de Bondsdagfractie van de SPD haar onmisbare steun niet kunnen geven aan enige grondwetswijziging die aan Kohls plannen tegemoetkomt. Voor de Duitse asielpolitiek, die trouwens ook niet los te denken is van Europa, mag de SPD-fractie nu proberen tot akkoorden te komen met de regeringspartijen in de Bondsdag zonder het eigen congres te bruskeren. Het is aan haar, aan de gekozen volksvertegenwoordigers dus, om dadelijk te bepalen wat zwaarder weegt: een compromis in de Bondsdag of een applaus van het partijcongres.

Er was eens een sociaal-democratisch minister van defensie in Nederland die zei: “Congressen kopen geen straaljagers”. Die minister diende een premier die even later (in '77) tien Kamerzetels extra kreeg. Het zou mooi zijn als Engholm tussen zijn partijkaders aan de kiezers bleef denken. Daar liggen ook voor zijn partij het perspectief én de opdracht.