TGA speelt Vrouw van de zee; Ingetogen Ibsen zonder hysterie en handengewring

Voorstelling: De vrouw van de zee van Henrik Ibsen door Toneelgroep Amsterdam. Vertaling: Judith Herzberg; regie: Lidwien Roothaan; decor: Mirjam Grote Gansey; licht: Reinier Tweebeeke; spel: Marjon Brandsma, Joop Admiraal, Pierre Bokma, Jacques Commandeur, e.a. Gezien: 18/11 Schouwburg Amsterdam. Tournee t/m 28/1.

Ze hebben allemaal zo hun hebbelijkheden en eigenaardige gewoonten, maar echt raar of onredelijk: nee, dat zijn ze geen van allen. Lidwien Roothaan heeft een milde, genuanceerde visie op de personages in Ibsens stuk De vrouw van de zee, zo blijkt uit de voorstelling die ze bij Toneelgroep Amsterdam heeft geregisseerd. Haar enscenering is ingetogen en laat geen grote emoties toe in het spel: een herkenbare Roothaan-aanpak die bovendien duidelijk maakt dat haar manier van werken niet veranderd is, nu ze één van de artistiek leiders van Toneelgroep Amsterdam is geworden en haar eerste grote zaal-produktie aflevert.

Kennelijk heeft Roothaan zich bij deze regie vooral geconcentreerd op de tekst - voor de gelegenheid vertaald door Judith Herzberg - en verder alles weggelaten wat de aandacht daarvan zou kunnen afleiden. Het is een terughoudende opstelling die doet denken aan de benadering van Iphigenia op Tauris door Ger Thijs bij het Nationale Toneel. Ook in die produktie, in première gegaan tijdens het laatste Holland Festival, stond een zorgvuldige tekstbehandeling voorop en toonde de hoofdpersoon haar innerlijke verscheurdheid in subtiel spel.

Ellida, degene die in Ibsens stuk "de vrouw van de zee' wordt genoemd, voert een minstens zo zware tweestrijd als Iphigenia, alleen om een andere reden. Ellida is getrouwd met dokter Wangel, een beste, brave man met wie ze zich in de loop van haar huwelijk verbonden is gaan voelen, maar aan wie ze nooit haar hart heeft verpand. Dat behoort de onbekende toe die jaren geleden van zee kwam, zich op bijna rituele wijze met haar verloofde en daarna verdween. Als hij op een dag plotseling opduikt en vraagt of ze met hem meegaat, weet zij niet of ze haar hart moet volgen of haar verstand, dat zegt haar burgerlijk bestaan met Wangel niet op te geven.

Het grote punt is dat Ellida in vrijheid wil kunnen kiezen, maar daar van haar echtgenoot de kans niet toe krijgt. Op het moment dat hij toch zijn handen van haar aftrekt - aan het eind van het vijfde bedrijf - vindt er een even onverwachte als onwaarschijnlijke omslag plaats: Ellida kiest voor Wangel en laat haar dolende zeeridder als een baksteen vallen.

Deze moeilijk te begrijpen wending in het stuk wordt door Marjon Brandsma gespeeld op een manier die misschien wel de enig acceptabele is: wars van elke pathetiek, verdoofd bijna, alsof ze zelf niet beseft wat ze doet. De roodharige zeenimf Brandsma doorstaat deze vuurproef met schijnbaar gemak, zonder hysterie en nerveus handengewring.

Ook haar medespelers waken ervoor de emoties van hun personages zwaar aan te zetten. Dat levert verschillende fraaie scènes op, waarin Jacques Commandeur, Rik van Uffelen maar vooral Joop Admiraal opvallen. Joop Admiraal speelt een prachtige rol als dokter Wangel: een man die zijn gekweld gemoed voor de buitenwereld probeert te verbergen achter een minzame glimlach, maar zich soms toch verraadt doordat hij net iets te veel van drank houdt. Hij is overigens degene die zich tijdens gesprekken met Ellida het minst kan beheersen; zijn uitschieters voorkomen dat de voorstelling al te gelijkmatig van toon wordt.

Hoewel extreme uitbarstingen uitblijven gaat er meer in de personages om dan op het eerste gezicht lijkt. Het is alsof de acteurs dit zelf pas na verloop van tijd in de gaten krijgen, zodat de voorstelling wat traag op gang komt. Maar als het spel werkelijk spanning krijgt, zit je er ook met je neus bovenop om niets te hoeven missen. Wat ons daarbij helpt is het decor van Mirjam Grote Gansey, dat iets heeft van een antroposofisch vormgegeven, Noors fjordenlandschap. Ze ontwierp grote, trapsgewijs oplopende plateaus die de acteurs min of meer dwingen vóór op het toneel te spelen, waardoor de intimiteit van het spel geen kans krijgt in de enorme ruimte te vervliegen.