Stormachtig

Over de voortplantingsdrift is weer veel te doen de laatste tijd. Het sterven van bossen en oude ideologieën gaat gepaard met gemorrel aan kersverse dogma's, zoals dat buitenshuis werken beter is, en dat wie kinderen krijgt recht heeft op bijstand, opvang en bijslag.

De sociobiologen zijn uit hun schuilkerken gelokt om steeds weer opnieuw aan de media te vertellen dat ruimtelijk inzicht en promiscuïteit echte jongensdingen zijn. Artsen hebben uitgerekend dat bij voortzetting van de huidige trend in 2016 de gemiddelde leeftijd van de Nederlandse kraamvrouw drieënvijftig zal zijn en verkondigen dat dat niet zou moeten mogen.

Het is een geroezemoes van jewelste, heel gezellig allemaal. Aan dogma's, ook moderne, kan immers niet genoeg gemorreld worden. En wat zijn nu prikkelender onderwerpen dan paren en baren?

Maar soms worden er wel gekke dingen gezegd, dingen waar je van schrikt zelfs. “Een kind maakt van zuigeling tot schoolrijpe kleuter de stormachtigste ontwikkeling van zijn hele leven door, en de volwassene die daar ooggetuige van is en zich verveelt, is niet goed bij zijn hoofd.”

Ai. Hebben niet vele moeders, thuis verveeld tussen de Duplo zittend of juist gevlucht naar buitenshuizige bezigheden, toch even een steek gevoeld toen zij die zin een poos geleden in de krant lazen? Hij stond in een stuk van Marja Roscam Abbing, dat voldoende intellectuele uitstraling bezat om niet direct als verdwaalde truttigheid te worden afgedaan; nu is hij herdrukt in haar boekje, getiteld Het babymuseum. Het is een zin die geen tegenspraak duldt. (Zijn stelligheid vraagt om varianten, iets van: “Het snelverkeer beleeft tussen vijf en zes uur des middags de meest stormachtige momenten van de gehele dag, en de automobilist die daar getuige van is en zich verveelt, is niet goed bij zijn hoofd”.)

Wees gerust, gestokenen.

Het menselijk vermogen tot verveling is onbeperkt, en staat geheel los van de intrinsieke waarde van het geboden vermaak. Verveling is geen schande, het is de pech van de verwende mens die liever meer dan minder aan zijn hoofd heeft en bovendien graag zelf iets voor elkaar wil krijgen, wat in gezelschap van een peuter behalve onmogelijk veelal ook onnodig is. Wie zich niet verveelt bij een voortdurend schouwspel - de natuur! Het snelverkeer! De hoedenfabricage! - is niet zozeer goed bij zijn hoofd als wel een gelukkig mens. Je boft als je van vis houdt, zoiets.

Om de stormachtige ontwikkeling van opgroeiende kinderen te volgen is een uurtje per dag ruimschoots voldoende. Dat is dan ook de dosering waarin ouders die zich de luxe konden veroorloven, eeuwenlang hun kinderen tot zich hebben genomen. Of die kinderen daarmee slechter af waren dan hun minvermogende leeftijdgenootjes is weer een andere vraag; onder de uitspraken van Roscam Abbing waarin ik mij wel kan vinden is die, dat je sowieso een eeuw of langer geleden beter niet als kind door het leven kon gaan. Toch zegt zij ook nog andere, erg wonderlijke dingen. In de laatste vitrine van het babymuseum wordt een ”grote geheime waarheid' uitgestald, die bij nader inzien toch meer een wijsheid van een oeroud model is. “Bij de geboorte van een kind kantelt de wereld van de moeder minstens een kwartslag, en die moeder zal nooit meer geheel toerekeningsvatbaar zijn.” Het noodlot heeft namelijk een gijzelaar genomen: het kind. En de arme moeder zal nooit meer ergens geheel met haar hoofd bij kunnen zijn. Als zij kunstenares is, is zij voorgoed veroordeeld tot het produceren van werk van de tweede garnituur. Want haar ware geluk zit onherroepelijk geklonken aan de vrachtauto die straks, als de school net uit is, misschien wat slordig rechtsaf slaat...

Dat is niet mis.

Zie je nou wel, roepen de tweederangs schrijfsters, de geleerden die maar geen professor worden of hoogstens in de vrouwenstudies, de gemankeerde operazangeressen: daar ligt het aan! Koren op de molen der verongelijkten. Ik weet dat Roscam Abbing het zo niet bedoelt, maar ik verzin mijn eigen smoesjes wel. Ik heb twee kinderen en ik ben niet Rijk en Beroemd. Mijn man trouwens ook (niet). Dendert door menig vaderhoofd die vrachtauto niet veel vaker en luidruchtiger dan door dat van de bijbehorende moeder?

“Van alle argumenten tegen de voortplanting”, zo besluit onze gids door het babymuseum (en zij richt zich duidelijk tot haar seksegenoten) “is een groot talent het sterkste.” Wel nu nog mooier! Middelmatige vrouwen aller landen, gaat heen en vermenigvuldigt u? Is de museale distantie nu niet een beetje doorgeschoten, helemaal naar de omgekeerde eugenetica?

De grote, geheime waarheid is niet dat zwakke moederhart, maar de liefde. De liefde op haar best is volkomen redeloos, en daar waar een kind geboren wordt ontstaat geheel automatisch een redeloze liefde. Van iedereen die in zo'n liefde valt kantelt de wereld, een kwart, een halve slag, ik weet niet hoe je dat meet. Swann, Humbert Humbert, er zijn ongetwijfeld mensen met meer en met minder aanleg voor zulke gevoelens, en misschien horen in het echte leven vrouwen wel bij de meer begenadigden. Maar om nu de mannen helemaal uit te sluiten lijkt toch een overhaaste conclusie.

Wat de ouderliefde van de andere soorten onderscheidt is voornamelijk dat zij meestal, even automatisch als zij ontstaat, wordt beantwoord. En het belangrijkste verschil tussen moederliefde en vaderliefde lijkt mij, dat het eeuwenlang de moeders waren die hun kinderen leerden de vrachtauto's te omzeilen, terwijl vader zat te vergaderen over verkeerslichten, of met volle concentratie een nieuw type laadbak stond te ontwerpen. Zo schreven de oude ideologieën het voor. Maar als we aan nieuwe dogma's morrelen, hoeven we toch niet meteen die oude ideologieën nieuw leven in te blazen?