Stijlvol drinken uit een grot

Tentoonstelling Wedgwood. T/m 11 jan. Westfries Museum, Roode Steen 1, Hoorn. Ma t/m vr 11-17u, za-zo 14-17u. Inl 02290-15783.

Het enige waarover Josiah Wedgwood zich in 1774 zorgen maakte, was dat Catharina de Grote dood zou gaan voordat zij hem betaalde voor wat wel de spectaculairste opdracht in de geschiedenis van de keramische industrie wordt genoemd. De verlichte keizerin had bij de Engelse aardewerkfabrikant een jaar eerder een 952 stuks tellend diner- en dessertservies besteld. Het servies moest een roomblanke ondergrond hebben - Wedgwoods eerste handelsmerk -, een kikkertje als merkteken, en van soepterrine tot taartschoteltje beschilderd zijn met Engelse landschapsscènes. Omdat geen enkele afbeelding dezelfde mocht zijn, liet Wedgwood het platteland afzoeken naar mooie plaatjes. Zijn tekenaars legden lieflijke landschapstuinen met ruïnes, waterpartijen en wandelende gezinnetjes vast, maar ook romantische scènes van Fingal's Cave, Alnwick Castle en de rotsen van Derbyshire.

Bij aflevering telde het servies 1244 verschillende panorama's. Catharina kon aan tafel op reis door een ongevaarlijk en oogstrelend Engeland. Geen spatje modder, geen drup regen, geen schamele hutten of op roof beluste mensen ontmoette je aan Catharina's dis.

Ongevaarlijk en oogstrelend: onder die twee noemers is de produktie van Wedgwood vanaf het begin van de firma in 1759 tot op heden inderdaad te vatten. Wedgwood werd gemaakt voor de rijke upper-class en het was aan de kings and queens of fashion om het gebruiksgoed te populariseren. Met zijn sobere, "tijdloze' vormgeving, zijn perfecte decoraties à l'antique, zijn bescheiden chinoiserieën en met de hand geschilderde, idyllische bloem- en fruitpatronen heeft het een conservatieve, om niet te zeggen belegen uitstraling.

Op een Wedgwood-tentoonstelling in Hoorn wordt in kort bestek een beeld geschetst van de talloze aardewerkvariëteiten die in de loop der jaren uit de Engelse ovens kwamen. Zoals Josiah Wedgwood ruim twee eeuwen geleden voor Catharina Engeland doorkruiste, zo moet de bezoeker van het Westfries Museum een speurtocht langs Hoornse stijlkamers ondernemen om vier expositiezaaltjes met Creamware, kleurrijk Jasperware, Pearlware, koffiebruin Drabware, Bone China en Black Basalt te vinden. Hier staan kopieën van Catharina's "kikkertjes'-servies (het origineel bevindt zich nog steeds in Rusland); hier staat ook Wedgwoods pièce de resistance, een Jasper-replica van de Portland-vaas, evenals de wonderlijk ingenieuze Simple Yet Perfect teapot.

Er zijn in totaal zo'n vierhonderd Wedgwood-stukken te zien, maar toch stelt de tentoonstelling teleur. In een zaal met VOC-porselein en Delfts blauw lijken Wedgwood-kopjes verdwaald. Begeleidende teksten zijn oppervlakkig en herhalen zichzelf. Drie keer lezen dat Josiah Wedgwood rond 1760 begon met experimenten "om ons aardewerk te verbeteren, wat een droevige noodzaak is', is wat veel, zelfs voor de meest onoplettende lezer onder ons. Het doet bovendien verlangen naar andere teksten.

Josiah was niet alleen een simpele pottenbakker die mooie serviezen maakte. Het zou interessant zijn geweest als de tentoonstelling daar uitgebreider aandacht aan had besteed dan nu het geval is. De eerste Josiah Wedgwood was een exponent van de Verlichting: een slimme zakenman met een groot psychologisch inzicht in het koopgedrag van zijn klanten. Hij was wetenschapper met een meer dan amateurische interesse in scheikunde en "natuurlijke geschiedenis'. Hij was maecenas, politicus en filantroop. Inzicht in de wijze waarop de eerste Wedgwood-fabrikant zijn imperium opzette en er een van succesvolste ter wereld van maakte, krijgt de bezoeker niet. Die kan alleen boven de vitrines zijn fantasie de vrije loop laten.