Sterfte onder zilverden versterkt door smalle genetische basis

De boomsoort die het meest te lijden heeft van het Waldsterben is de zilverden (Abies alba).

In zijn gehele Middeneuropese verspreidingsgebied verkeert deze soort in grote moeilijkheden. Volgens ir. H.M. Heybroek van het DLO-Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek in Wageningen zou dat best eens kunnen komen doordat de zilverden in Europa een zeer smalle genetische basis heeft. De bomen blijken genetisch opvallend homogeen te zijn. Mogelijk stammen ze allemaal af van een kleine populatie in één enkel "ijstijdrefugium' (een vluchtplaats waar plantesoorten zich voor de oprukkende landijsmassa's tijdens de ijstijden terugtrokken, en van waaruit ze zich weer naar het noorden verspreidden als het klimaat warmer werd en het ijs zich terugtrok).

Heybroek wijdt het Tannensterben in Midden-Europa dan ook aan het ontbreken van genetische verscheidenheid, waardoor de soort zich niet kan aanpassen aan veranderende milieuomstandigheden (zoals toenemende luchtvervuiling of droogte).

Bij andere zilverdenpopulaties, in Calabrië (Italië) blijkt veel meer genetische variatie aanwezig. Invoeren van materiaal uit Calabrië zou de soort meer weerstand kunnen geven. (Boomblad, oktober 1992)