Speelkwartier

Speelruimte, Catherijnesingel 47, 3511 GC Utrecht, 030 - 322301

Het schoolplein van de Trompschool in Egmond aan Zee ligt er op deze grijze herfstdag somber en kaal bij. Een laag stenen muurtje aan de straat, een paal zonder basketbalnet, en een zigzag-stellage van bielzen voor de blinde muur van het gymnastieklokaal. Strategisch neergeplant, zodat op deze uitgelezen plek in elk geval niet gevoetbald kan worden. Maar kinderen laten zich niet zo snel ontmoedigen, voetballen doen ze toch wel. Dan maar voor de ruimbeglaasde klaslokalen en het platte dakje bij de ingang.

""We vonden dat de kinderen zich agressief gedroegen op het schoolplein'', zegt directeur Jan Mesu. ""Ze spelen niet echt.''

Het team van de 120 leerlingen tellende Christelijke basisschool heeft van alles geprobeerd om de sfeer tijdens het speelkwartier te verbeteren. Er werden springtouwen en stelten aangesleept, maar daar was de lol na enige tijd weer af. Ook werd er een scheiding aangebracht tussen de grote en de kleinere kinderen. De kinderen uit de derde en vierde groep (tussen de zes en acht jaar) gaan in de pauze naar de speelplaats van de kleuters achter de school. De kleuters zelf spelen daar op andere tijden.

Dat helpt wel iets, maar het blijft een lapmiddel. Het echte probleem, zo werd steeds duidelijker, is dat het kale schoolplein niet uitnodigt om te spelen. ""We hadden zelf wel eens een idee'', vertelt Jan Mesu, ""een speelhuisje of gekleurde tegels. Maar een goed plan, dat kunnen wij niet maken.'' Toen de openbare school in Egmond aan Zee de speelplaats opnieuw mocht inrichten, zag Mesu zijn kans schoon en ging met de gemeente praten. Er werd niet onwelwillend op zijn wensen gereageerd: kom maar met een voorstel.

Jaap Bros van bureau Speelruimte is al 's¢4morgens om acht uur op het speelplein van de Trompschool aanwezig. Hij neemt de situatie in ogenschouw en kijkt hoe de kinderen gebruik maken van het plein. Bij de koffie wordt de plattegrond bekeken en ondervraagt hij de directeur over de problemen en de wensen van de school. Bureau Speelruimte is met een speciaal aanbod op de markt gekomen voor scholen die hun speelplein willen herinrichten, maar geen idee hebben hoe ze zoiets moeten aanpakken en hoeveel dat gaat kosten. Voor 500 gulden (ex. BTW) maakt Speelruimte een schetsmatig plan en een ruwe begroting. Dat gebeurt allemaal op één dag. ""Waarom voor dit bedrag? Omdat de meeste scholen geen geld hebben om voor het tienvoudige een architectonisch plan te laten maken'', zegt Jaap Bros. ""Er is dan nog geen tegel gelegd en geen toestel neergezet.''

Tijdens de eerste pauze, om kwart over tien, is Bros weer op het schoolplein te vinden. Enkele nieuwsgierige kinderen drommen om hem heen en brengen luidkeels hun wensen naar voren: ""Een klautertouw!'' schreeuwt er een. ""Nee'', roept een ander, ""een glijbaan''. Een derde wil het liefst een klimhuis en knikkerpotjes. De manier waarop kinderen spelen is in de loop der jaren nauwelijks veranderd, weet Jaap Bros: ""Ze willen klimmen, ballen, verstoppen, glijen, rennen en duikelen.''

Het tweede speelplein achter de school is omgeven door een hoog hek, omdat het zomers ongenode gasten aantrok die daar hun tent gingen opzetten en bierflesjes kapot sloegen in de zandbak.

Het goedbedoelde grasveldje is afgetrapt. Het groen aan de zijkant maakt een wat armetierige indruk en de zandbak neemt wel een heel groot deel van het bescheiden pleintje in beslag. Er blijft weinig plek over om met de karren te raggen. In een hoek staat nog een klein "aperotsje', zoals Bros het noemt: een bosje paaltjes van verschillende hoogte, dat moet uitnodigen tot "motorische activiteit'. Hoewel Jaap Bros het een dingetje van niks vindt, laat hij het in zijn ontwerp staan. Hij zet er zelfs nog wat paaltjes bij, want, zo legt hij uit, ""hierdoor ontstaat er een rustige kamer op het speelplein, waar ze met de karren niet langs kunnen''.

Het schoolteam wil dat de beide pleinen functioneler worden ingericht. De ruimte om te rennen en te ballen mag echter niet beperkt worden. Ze hebben bij Jaap Bros een wensenlijstje ingeleverd waar onder meer een speelhuisje, leuke, nieuwe betegeling, een rioolbuis om doorheen te kruipen, een hinkelbaan en knikkerpotjes op staan. Als hij aan het eind van de dag zijn plannen aan het team presenteert, blijkt dat hij in hoge mate aan hun wensen tegemoet is gekomen. De rioolbuis op het voorplein is opgetuigd tot fort en wordt, om het plein wat op te fleuren, geschilderd in "Bruna-kleuren'. Daarnaast stelt Bros voor om twee heuveltjes - een grote en een kleine - aan de zijkant van het plein te construeren. Kinderen kunnen er op en af rennen maar ook met een skateboard op spelen. Ook aan de hinkelbaan en de knikkerpotjes is een plaats toebedacht. Het zijn geen revolutionaire ingrepen, maar, zo zegt de ontwerper, ""het spelgedrag van de kinderen wordt hierdoor gevarieerder en ze verspreiden zich beter over de speelplaats''. Voor het achterplein zijn de voorstellen wat ingrijpender: een baan voor de karren achter de zandbak langs door het struikgewas, een zithuisje, annex poppenkast op de hoek van de zandbak en een klim- en klautercombi met glijbaan op het voormalige grasveld, dat bestraat wordt met verschillende soorten klinkers, keitjes en tegels.

De uitvoering gaat volgens de begroting van Jaap Bros 50.000 gulden kosten, een bedrag dat schoolhoofd Mesu toch wel even deed schrikken: ""Dat zulke eenvoudige dingen zoveel geld kosten.''

Snel rekent hij voor dat hij voor het plan van Speelruimte één procent van de begrote kosten heeft moeten betalen. ""Voor zo'n bruikbaar advies vind ik dat niet veel.'' Als Jan Mesu bedenkt dat veel scholen uit zuinigheid zelf wat in elkaar klungelen, haalt hij zijn schouders op: ""Ach, in het onderwijs gaat het vaak zo kneuterig toe.''