Sanering zet zelfstandig NOB voor het eerst op winst; Omroep-produktiebedrijf is klaar voor expansie in het buitenland

HILVERSUM, 19 NOV. Voor het eerst sinds de verzelfstandiging in 1988 zal het Nederlands omroep produktiebedrijf (NOB) dit jaar met een bescheiden winst afsluiten. Eerder dan verwacht, want in mei nam de directie nog aan dit jaar weer in de rode cijfers te zullen belanden. De leverancier van televisie- en radiofaciliteiten maakt zich nu op voor expansie op de buitenlandse en zakelijke audiovisuele markt.

Voor president-directeur drs.E. Horstra zijn de eerste zwarte cijfers na vier verliesgevende jaren een signaal om te vertrekken. “Mijn taak is volbracht. Ik ben hier aangenomen om het bedrijf te saneren.” Financieel directeur drs.P. Portius volgt Horstra 1 januari 1993 op. De directie bestaat dan nog uit één persoon tegen drie in 1988. “De directie is nog harder ingekrompen dan de rest van het bedrijf”, zegt Portius.

NOB heeft nu het grootste deel van een ingrijpende reorganisatie achter rug. Eind 1993 moet de operatie zijn afgerond. Toen in 1988 het facilitair bedrijf van de Nederlandse Omroep Stichting (NOS) werd afgesplitst, werkten er nog 3200 mensen. Thans zijn dat er 2.050 en eind 1993 wil het NOB dat er nog maar 1.775 mensen op de loonlijst staan. Op de langere duur zullen dat er nog zo'n 1.200 zijn, omdat de 590 medewerkers die de "beheertaken' van het NOB uitvoeren in aparte stichtingen worden ondergebracht. Voor de drie beheertaken, muziek (vier omroeporkesten en een koor), het uitzendproces en het audiovisueel archief, ontvangt het NOB jaarlijks circa 110 miljoen gulden van WVC. Zodra de beheertaken zijn verzelfstandigd, gaan die middelen direct naar de desbetreffende stichtingen.

Dat dit jaar beter uitpakte dan voorzien, dankt het NOB deels aan de sterke kostenreductie en deels aan het gestegen aantal opdrachten van onafhankelijk tv-producenten zoals Joop van den Ende Produkties en John de Mol. De personeelkosten daalden de afgelopen vijf jaar met 70 miljoen tot 152 miljoen gulden. De onafhankelijke tv-producenten die zowel voor de snel gegroeide nieuwkomer RTL4 als de publieke omroepen werken, zijn inmiddels goed voor 30 procent van de tv-omzet (1991: 270 miljoen gulden). Bovendien profiteerde het NOB dit jaar van enkele grote evenementen, zoals de Olympische Spelen en de perikelen rondom het EG-verdrag van Maastricht.

De flinke afslanking, waarvoor de overheid 50 miljoen gulden ter beschikking stelde, was nodig om facilitair bedrijf voor te bereiden op de situatie waarin de publieke omroepen geen bestedingsverplichting meer zouden hebben. Tijdens de overgangsperiode waren zendgemachtigden verplicht 75 procent van de facilitaire benodigheden voor tv-programma's en 100 procent van de facilitaire ondersteuning voor de radio bij het NOB in te kopen. “Eigenlijk een slechte maatregel. De buitenwacht dacht dat wij ons alles konden permitteren omdat de omroepen toch bij ons moesten aankloppen. En onze onheilstijdingen kwamen nauwelijks over bij het personeel en de bonden”, zegt Horstra terugkijkend.

De politiek overwoog in 1989 de bestedingsverplichting voor de omroepen eerder dan was overeengekomen af te schaffen. “Daarop anticiperend investeerden veel kleinere facilitaire bedrijven in apparatuur. Die dachten: 'Die logge NOB vagen we straks wel van de markt.' Voor ons was het niet mogelijk opeens zonder die bestedingsverplichting te opereren. Bij het maken van onze reorganisatieplannen hadden we rekening gehouden met het voortbestaan van die verplichting tot eind 1990”, zegt Horstra. De politiek zwichtte voor deze bezwaren en de "gedwongen winkelnering' voor tv bleef tot eind 1990 gehandhaafd. De beëindiging van bestedingsverplichting voor radio volgde een jaar later.

Door de toegenomen investeringen in audiovisuele (av) apparatuur ontstond overcapaciteit op de av-markt met alle gevolgen voor het prijspeil van dien. De gemiddelde prijsdaling van ruim 30 procent was voor het het ministerie van WVC aanleiding om de omroepbudgetten voor televisiefacilteiten met ingang van begin 1991 te verlagen met 20 procent. Hierdoor en door het wegvallen van de bestedingsverplichting daalde de omzet van het NOB vorig jaar van ruim 400 miljoen gulden naar 388 miljoen gulden.

Volgens de directie is de omslag van een log semi-overheidsbedrijf naar een efficiënt en slagvaardig bedrijf met autonome units sneller gemaakt dan de concurrentie had gedacht. Door het afsluiten van meerjarige contracten met de publieke omroepen na het wegvallen van de bestedingsverplichting heeft het NOB zich verzekerd van een solide basis en haar marktaandeel geconsolideerd. “Een slimme truc, eigenlijk hebben we de bestedingsverplichting vrijwillig verlengd”, zegt Horstra.

Nu "Hilversum', de traditionele markt van het NOB, stagneert of zelfs krimpt, hoopt het av-bedrijf te groeien op de buitenlandse en de zakelijke markt en door meer opdrachten uit te voeren voor commerciële zenders en reclamebureaus. Het NOB streeft naar een jaarlijkse reële groei van 3 tot 5 procent. Volgens Portius kan het NOB een Europees av-bedrijf van formaat worden omdat het eerder is omgeschakeld dan facilitaire bedrijven in de buurlanden . “Wij hebben 30 tot 40 procent kleinere ploegen nodig voor hetzelfde onderdeel bleek tijdens de Olympische Spelen in Barcelona.” Begin deze maand heeft het NOB een vestiging (NOB Deutschland) geopend in Keulen, waar onder andere RTL Plus is gevestigd. Daar werken nu nog vijf mensen. Als het nodig is, wordt een crew uit Nederland ingereden.

De Duitse markt is de meest liberele markt in Europa, volgens het NOB. Andere markten zijn gesloten of kampen eveneens met overcapaciteit. De BBC stoot een deel van het facilitair bedrijf af. De Fransen hebben op de valreep de bestedingsverplichting weer heringevoerd. De Vlaamse commerciële zender VTM heeft een convenant gesloten met de Vlaamse overheid: VTM werkt uitsluitend met Vlaams personeel en materieel. Bovendien is VTM bezig met het bouwen van een eigen studio in Vilvoorde. Portius: “Als we daar aankloppen, krijgen we niet meer dan een kop koffie.”

Keulen is pas het begin. In Duitsland, waar de meeste commerciële stations zijn gevestigd, liggen nog meer mogelijkheden. Het NOB kijkt verlekkerd naar Mains waar SAT 1 is gevestigd. “SAT 1 heeft alle Duitse voetbalrechten gekocht en wil alle wedstrijden registreren. Misschien kunnen we daar iets betekenen”, aldus Portius. Voor het leveren van mobiele tv-verbindingen op plaatsen waar “de kogels in het rond vliegen” ziet het NOB ook nog tal van mogelijkheden.

De zakelijke markt (bedrijfsleven en instellingen) is relatief nieuw voor het NOB. Tot voor kort werd deze markt gedomineerd door de kleinere av-bedrijven. De zakelijke markt is toegankelijker omdat daar niet de zogeheten broadcast-norm van toepassing is die wel in de omroepwereld geldt. Volgend jaar verwacht Portius een omzet van tien miljoen gulden op de zakelijke markt.

Tot nu toe zijn alle uitbreidingen gefinancierd uit de cash flow (afschrijvingen plus winst) van het NOB. Per jaar schrijft het NOB 60 tot 70 miljoen gulden af. Verder heeft het NOB een hypotheek genomen op het kantoorpand dat wordt verhuurd aan het bedrijf van tv-producent John de Mol.

Wanneer het NOB een trackrecord heeft opgebouwd van drie jaar positieve resultaten kan de overheid, nu nog 100 procent eigenaar, de aandelen verkopen. Portius denkt niet direct aan een notering op de beurs. Het lijkt hem rustiger om pakketten aandelen te stallen bij institutionele beleggers.

    • Frank van Alphen