Richard Krajicek beslist geen produkt van de zachte sector

FRANKFURT, 19 NOV. Er zijn van die sporters die al blij zijn dat ze met de groten mee mogen spelen. Die hun aanwezigheid op een belangrijk toernooi als een overwinning zien en alles wat daar bovenop komt beschouwen als "mooi meegenomen'. Soms lijkt het er wel eens op of die houding zo'n beetje de tweede natuur van de Nederlandse topsporter is geworden. Produkten van de zachte sector, die graag lang napraten als ze verloren hebben om dan tot de conclusie te komen dat er toch nog een positieve kant aan zat en als je het zo bekijkt het eigenlijk ook een beetje een overwinning is.

Aan Richard Krajicek is zo'n gesprek niet besteed. Of hij gisteren op het ATP-wereldkampioenschap tennis in Frankfurt iets geleerd had van de nederlaag tegen Jim Courier? Eigenlijk maar één ding: dat hij had moeten winnen. Beleefdheidshalve voegde hij er nog aan toe dat er wordt gezegd dat je van elke nederlaag wat leert, maar hij baalt er alleen van. Als Krajicek ooit de eerste plaats van de wereld haalt heeft hij dat mede te danken aan die on-Nederlandse instelling.

Wie nog maar durft te suggeren dat hij alleen al opgetogen is met de onverwachte oproep voor het ATP-wereldkampioenschap in Frankfurt - nadat Ivan Lendl en Andre Agassi zich geblesseerd hadden teruggetrokken - kan rekenen op een bijna vernietigende blik. Zelfs als het lot heeft beschikt dat je op dat podium moet acteren, heb je maar één doel: de beste worden. Ook na zijn nipte verlies tegen Courier (6-7, 7-6, 7-6) nam niet de gemiste kans zijn denken in beslag, maar de twee mogelijkheden die hij vandaag (om vijf uur tegen Michael Chang) en morgen (tegen Goran Ivanisevic) nog heeft.

Hij mag dit jaar dan vaak geblesseerd zijn geweest, waardoor de vraag werd opgeworpen of de fysieke belasting van het toptennis niet te veel voor hem was, en het lichamelijke ongemak manifesteerde zich dan weliswaar vaak op cruciale momenten (na het begin van de halve finale van de open Australische kampioenschappen en tijdens Roland Garros), een kwestie van mentaliteit is het zeker niet.

Dat hij tegen Courier, die hij zaterdag tijdens de halve finale van het ECC-toernooi in Antwerpen voor het eerst van zijn leven had verslagen, op de beslissende momenten niet had kunnen doordrukken noemde hij “het verschil tussen de nummer één en tien” van de wereldranglijst. “Ook al speelde hij net als ik niet zijn beste tennis, hij kwam toch door een hele lastige partij heen. Het kenmerk van een nummer één.”

Dat de ranglijstaanvoerder hem in de tweede set in een op dat moment nog vrij volle Festhalle publiekelijk had aangeklaagd voor zijn speelwijze door hard en klaaglijk “boring tennis” te roepen had hem nauwelijks geraakt. Zijn spel is nu eenmaal gebaseerd op een keiharde opslag (hij kwam tot vijftien aces), zijn doel is zo snel mogelijk het punt te maken. Schitterende slagenwisselingen zijn een zeldzaamheid. Maar dat ligt net zo goed, vindt hij, aan degenen die de baansoort uitzoeken. Hij zal niet klagen als de keuze valt op een ondergrond die "langzamer' is. “En als Courier dat vervelend tennis vindt moet-ie misschien van de baan stappen en een douche nemen, of zoiets. Ik had het wel naar mijn zin. Ik probeerde een wedstrijd te spelen.”

Het moet bij Courier mede een uiting zijn geweest van algeheel onbehagen over zijn eigen optreden. Zoals hij vorige week zaterdag in Antwerpen met zijn racket smeet en tegen de umpire-stoel schopte. Krajiceks spel leent zich niet per definitie voor een opeenvolging van enerverende momenten. Van de twee uur en 58 minuten die de marathonpartij in beslag nam werd er netto twintig minuten getennist. Dat Courier, die met zijn kaki-broekje, gestreept shirt met rode mouwtjes en onafscheidelijke witte baseballpet meer op een ijscoman dan op een toptennisser lijkt, zelf medeschuldig is aan de algehele versaaiing van het spel spreekt hij tegen. “Meestal krijg ik wel de kans om te spelen, maar tegen jongens als Richard raak je de bal nauwelijks.”

Krajicek had het gevoel dat hij alleen in de eerste set de juiste positieve instelling en agressie had. Hij brak al meteen bij de stand 1-1 Couriers service, had op 4-2 een gemiste kans op een tweede break en verloor daarna bij 4-5 zelf zijn opslag. Zijn matige eerste service (in die fase krap vijftig procent) speelde een belangrijke rol. In de tie-break haalde de Hagenaar de setwinst naar zich toe.

Courier, die vrijwel voortdurend Krajiceks backhand zocht, hield hem in de tweede set bij maar ergerde zich gaandeweg duidelijk in toenemende mate aan de trage motoriek van zijn tegenstander die juist bij elke opslag van de Amerikaan tergend langzaam zijn plaats innam om de service te ontvangen. Het werd opnieuw een tie-break, die Krajicek volledig uit handen gaf: 7-1. In de beslissende set kreeg Courier op 5-4 drie matchpunten, maar juist toen bleek hoe weerbaar de 20-jarige Nederlander is geworden. In een briljante game, waarin hij snel en vaardig was, werkte hij ze alle drie weg. Op 6-5 leek hij opnieuw twee matchpunten te neutraliseren maar bij de laatste sneuvelde hij door een dubbele fout (zijn vierde in de partij) te slaan. Geen mooie, maar wel een spannende partij die hem dichtbij zijn tweede winst op 's werelds nummer één bracht. “Maar wat heb je daaraan, dat je er dichtbij bent?”

Na 38 games kwam er een einde aan de partij, die bewees dat Krajiceks gevoel “iedereen uit de top tien te kunnen verslaan” best eens dicht bij de werkelijkheid kan staan. Deze week kan een indicatie geven of hij op dit peil constant kan zijn. Net als moet blijken of zijn lichaam drie van zulke zware aanslagen op rij aankan. Want op eigen verzoek kreeg Krajicek de eerste dag vrijaf om te herstellen van de vermoeienissen van Antwerpen en moet hij het doen zonder rustdag tussen de drie poulewedstrijden. “Drie aanslagen op rij?”, vraag hij verbaasd. “Ik wil ondervinden of ik vijf dagen achter elkaar kan spelen. Want daarvoor ben ik gekomen. Om de halve finale en de finale te halen.”