Politici blind voor etnische rellen jongeren

Terwijl de Partij van de Arbeid zich afgelopen weekend had teruggetrokken om te briefen over de illegalen, stond er in Rotterdam een veldslag op uitbreken tussen allochtone en autochtone jongeren. Die veldslag kon de Rotterdamse politie ternauwernood verhinderen door een tramstel, waarin honderdvijftig allochtone jongeren zaten, op dood spoor te leiden.

Het is niet de eerste keer allochtone en autochtone jongeren botsten. Maar terwijl dergelijke confrontaties in de ons omringende landen vaak de voorpagina's van onze kranten halen, (zie de botsingen in het Franse plaatsje Reims), plegen gewelddadigheden tussen allochtone en autochtone jongeren in eigen land zelden het nieuws te halen - behalve dan het Rotterdamse geval (NRC Handelsblad, 14 november). Het is typerend voor de publieke discussie over minderheden in dit land dat wezenlijke zaken nauwelijks de aandacht krijgen die ze verdienen, terwijl over randverschijnselen soms lang en heftig wordt gediscussieerd.

De aanleiding in Rotterdam voor, wat deze krant noemt, een "gecoördineerde wraakuitoefening' van de allochtone jongeren was de mishandeling van een Marokkaanse jongen door een autochtone "Zevenkamper' die een skinhead zou zijn. Toen als gevolg van het politie-ingrijpen de "wraakoefening' niet kon doorgaan, hebben de allochtone jongeren in het centrum van de stad onlusten veroorzaakt die de politie slechts met moeite kon bedwingen. De wekelijkse koopavond werd danig in de war gestuurd.

Eerder dit jaar deden zich in andere steden soortgelijke botsingen voor. In Landsmeer heeft langer dan een week een zeer gespannen situatie bestaan tussen autochtone en allochtone, voornamelijk Surinaamse en Antilliaanse, jongeren. De autochtone jongeren vonden dat teveel allochtonen "hun' disco frequenteerden. Ook hier moest de politie dagenlang partijen uit elkaar houden.

Nog niet zo lang geleden stonden allochtone en autochtone jongeren tegenover elkaar in een scholengemeenschap te Almere. De schoolleiding werd partijdigheid verweten in een conflict tussen een allochtone en een autochtone leerling. Alle allochtone leerlingen van die school schaarden zich toen aaneen en zochten een confrontatie met de autochtone leerlingen. De toestand werd zo explosief dat politie-surveillance gedurende enige dagen noodzakelijk was. Opvallend bij al deze "incidenten' is dat uiteenlopende groepen allochtone jongeren als Surinamers, Antillianen, Marokkanen, Turken et cetera, waartussen normaliter grote rivaliteit bestaat, zich tot hechte groepen aaneensmeden zodra het om een confrontatie met autochtone jongeren gaat. “Buitenlanders helpen buitenlanders”, zegt een Turkse jongen in het verslag over de Rotterdamse rellen in deze krant.

Verontrustend aan deze ontwikkeling is dat het in verreweg de meeste gevallen allochtone jongeren betreft die in dit land zijn geboren en getogen en er hun vorming en schoolopleiding hebben genoten. Zij spreken het Nederlands vaak met hetzelfde accent als de autochtone jongeren tegen wie zij ten strijde menen te moeten trekken.

Dat het jongeren zijn is evenzorgwekkend, want juist van jonge mensen, die worden geacht flexibeler van geest te zijn, verwacht men toch meer begrip voor andere culturen, andere leefgewoonten en anders uitziende mensen of ze nu blank, bruin of zwart zijn.

Wat ook te denken geeft is dat allochtone jongeren, die in dit land geboren en getogen zijn en er soms zelfs hun dienstplicht hebben vervuld, zich "buitenlanders' blijven noemen: geen beter bewijs van het falen van ons minderhedenbeleid. Het gevoel "er niet bij te horen' is natuurlijk niet uit de lucht komen vallen. Het beleid gericht op vergroting van de kansen van deze jongeren in de samenleving heeft na meer dan tien jaar immers niet veel meer opgeleverd dan discussies, voorstellen en dikke rapporten. De achterstanden van de allochtone jongeren zijn, ook bij gelijke opleiding, op alle terreinen blijven bestaan en op sommige terreinen zelfs groter geworden.

De ongelijkheid van kansen heeft nu geleid tot een groeiende tweespalt tussen allochtone en autochtone jongeren die weinig goeds belooft voor de toekomst. Je zou, gelet op dit gevaar, verwachten dat het dichten van de kloof tussen allochtone en autochtone jongeren in het beleid top-prioriteit heeft en dat het de publieke discussie beheerst. Maar terwijl dit probleem ernstige vormen begint aan te nemen, maken we ons druk om de - theoretische - vraag of Nederland al dan niet immigratieland moet worden. Dat is treurig.

Het is immers niet aannemelijk dat de polarisatie aan de basis tussen allochtone en autochtone jongeren vanzelf zal verdwijnen.