Overeenstemming over subsidie stadsvervoer

DEN HAAG, 19 NOV. Minister Maij-Weggen (verkeer en waterstaat) heeft gisteren overeenstemming bereikt met de circa 55 gemeenten met openbaar stadsvervoer over een aanpassing van de subsidieregeling voor bus, metro en tram.

Met ingang van volgend jaar krijgen de stadsvervoerders van het rijk niet langer automatisch de financiële tekorten achteraf vergoed die zij jaarlijks maken. Ze ontvangen voortaan een vast bedrag per reizigerskilometer. Voor de bus zou het gaan om circa 56 cent.

Om een minimum-voorziening te garanderen krijgen de gemeenten met openbaar stadsvervoer (verenigd in het BOV en het BOS) veertien gulden per inwoner, ongeacht de vraag naar openbaar vervoer in hun regio.

Het stadsvervoer kreeg tot nog toe de tekorten jaarlijks door de minister bijgepast: het verschil tussen de noodzakelijk geachte kosten van het openbaar vervoer en de inkomsten uit kaartjes. Het nieuwe "vraagafhankelijke subsidiesysteem', waarover enkele jaren geleden al een principe-besluit viel, zal tot meer concurrentie in het vervoer leiden.

Minister Maij-Weggen verwacht dat de gemeenten meer zullen ondernemen om passagiers aan te trekken die nu nog per auto rijden.

Volgens de Vereniging reizigers openbaar vervoer (ROVER) zullen door de afspraken tussen de minister en de gemeenten met stadsvervoer het aantal diensten afnemen, met name in de avonduren en in de weekeinden.

Volgens Maij-Weggen zal het nieuwe subsidiesysteem worden aangepast als de adviezen van de commissie-Brokx over de nieuwe vervoersregio's daartoe aanleiding geven.