Ondersteboven

Onmerkbaar gaat de herfst in de winter over. Nog hangt er hier een daar een blad aan de boom, maar lang zal dat niet duren. Eén nachtvorstje en het is gebeurd. Alleen evergreens en jonge aanplant weten het blad de winter door te slepen. Maar langhangend blad en juveniele bladretentie kregen hier al eens eerder aandacht. Over bladval leek het laatste woord gezegd.

Dan arriveert de brief van lezer J. H. uit Arnhem. ""Nu de bladen van de bomen vallen, valt het mij weer op dat de meeste bladen ondersteboven, d.w.z. met de nerfzijde boven, op de grond van het bos liggen. Dit geldt m.i. zowel voor beuk, zomereik, Amerikaanse eik, gewone esdoorn en paardekastanje.'' H. is nieuwsgierig naar een verklaring.

't Is een brief met een zekere dreiging, want de termen "zomereik' en "paardekastanje' suggereren een grote vertrouwdheid met bomen. De kans bestaat dat Arnhem allang weet hoe het zit en zich in de eerste plaats afvraagt of de AW-groep er ook achter komt. Anderzijds lijkt de verklaring die wordt bijgesloten niet helemaal in orde.

Voor alles is het zaak de waarneming te bevestigen, maar de in de brief genoemde boomsoorten zijn in het centrum van Amsterdam niet algemeen. Daar behelpt men zich met iepen, platanen, linden, populieren en een enkele gecastreerde paardekastanje.

Het gevallen blad van paardekastanje en linde bleek al tamelijk ver heen en onttrok zich aan het onderzoek. Maar bij de westelijke fietsenstalling van het centraal station, waar net een nieuw tegelplateau wordt aangelegd, lag dinsdagmiddag een mooi zootje iepeblad. Het grove raster van de tegels bood de mogelijkheid voor een aselecte steekproef en in Amsterdam kan men bladeren tellen zonder gestoord te worden. Van de 84 onderzochte iepebladeren lagen er 56 met de onderkant naar boven. Dat is tweederde.

In de Spuistraat, ter hoogte van de volksgaarkeuken, lag veel blad van de jonge platanen die er op den duur de bordelen aan het oog moeten onttrekken. 36 bladen geteld, 28 ondersteboven: driekwart. Ook de populieren bij de oude marktkantine in West weten hun blad overwegend ondersteboven rond de stam, al wordt het beeld wat verstoord door het feit dat populieren hun bladeren in trosjes loslaten als het hard waait. De aanpalende cotoneasters maakten veel goed.

Het heeft er dus veel van dat de Arnhemse waarneming is bevestigd: boombladeren liggen ondersteboven op de grond. Dat is te zeggen: een vlakke ondergrond. Tussen struikgewas en opgaande begroeiing kan het anders zijn.

Nu de verklaring. De moed ontbrak om daarvoor academici uit werkoverleg te roepen en de geraadpleegde literatuur maakte van het fenomeen geen melding. Er restte alleen het experiment en de intuïtie.

Het is van belang te noteren dat boomblad niet onder-boven symmetrisch is. Veel bladeren staan enigszins hol (zijn bol naar beneden) en hebben uitsluitend aan de onderkant ver uitstekende nerven. Daar komt bij dat de bladsteel meestal niet in het verlengde ligt van de hoofdnerf maar daarmee een stompe hoek maakt.

Of deze asymmetrie een grote rol speelt bij de val van het blad is de vraag. Bladeren (en papieren) die vallen dwarrelen zigzaggend naar de grond en behouden daarbij ruwweg een horizontale stand. Minnaert bespreekt het in deel drie van zijn "vrije veld': Stand van vallende voorwerpen. Als het niet waait is de kans groot dat bladeren gewoon bovensteboven op de grond terecht komen. Proefjes in huis laten dat ook zien. Dat bladeren al in de lucht kantelen, zoals Arnhem vermoedt, wordt niet door de waarneming bevestigd.

De indruk is dat gevallen blad pas na verloop van tijd op de grond zijn eindstand bereikt. Regen en wind moeten hierin de voornaamste rol spelen - wat anders? De onderzochte iepebladeren bleven alleen met hun gladde bovenkant goed aan de natte trottoirtegels kleven. De onderkant is daarvoor te ruw. Voor iepen geeft de regen dus misschien de doorslag.

Versgevallen (en nog overwegend groene en stijve) bladeren van platanen plakken niet aan trottoir of asfalt en liggen toch net zo goed ondersteboven. Daar moet de wind de eindstand bepalen. Liggen ze bovensteboven dan steekt meestal een flap omhoog waar de wind makkelijk onder slaat. Ondersteboven blad heeft veel van een tent waarop de wind geen vat heeft. Wappert men krachtig met een gevouwen krant over beide typen blad dan blijken de bovensteboven bladeren zich zonder uitzondering om te draaien. De andere schuiven hoogstens een stukje op. Het is een test met de allure van een goocheltruc die absoluut overtuigend is.