Noordelijk orkest op dreef in wilde Mahler

Concert: Noord Nederlands Orkest o.l.v. Jacek Kaspszyk m.m.v. Alfredo Perl, piano. Programma: W.A. Mozart: Pianoconcert nr. 17 KV 453; G. Mahler: Vijfde symfonie. Gehoord: 18/11 Oosterpoort Groningen. Herhalingen: 19/11 Drachten; 20/11 Emmen. Radio-uitz.: 17/12 Omrop Fryslân.

Het Noord Nederlands Orkest, een fusie van het Noordelijk Filharmonisch Orkest en het Frysk Orkest, begon bijna drie jaar geleden zijn nieuwe bestaan met veel ambities: er moesten volle zalen worden getrokken met kwaliteit die niet zou onderdoen voor die in de Randstad. Tijdens het door Martin Sieghart gedirigeerde eerste concert van het NNO, met naast koningin Beatrix ook haar drie noordelijke commissarissen in de zaal van de Groningse Oosterpoort, bleek nog weinig van kwaliteit: na de Zes symfonische epigramman van Pijper klonk het Pianoconcert nr. 14 van Mozart alleen maar braaf en saai. De Eerste symfonie van Mahler was schools en schetsmatig en het soms wankele orkestspel bleef onder het hier vereiste niveau.

Nu speelt het NNO onder leiding van de sinds vorig jaar nieuwe Poolse chef-dirigent Jacek Kaspszyk een bijna identiek programma: het Pianoconcert nr. 17 van Mozart en de Vijfde symfonie van Mahler. Vooruitgang is er zeker op een aantal gebieden te bespeuren, zij het nog niet erg in Mozart. De Chileense pianist Alfredo Perl, die Nikolai Luganski verving, is ook zeker geen groot interpreet van dit repertoire. Het eerste deel klonk te globaal en in de expressie van de blazers te eenvormig, zonder veel liefde voor details en zorgvuldigheid in afwerking. Maar geleidelijk aan groeide toch iets van inspiratie en vervoering en bleek uit het opgewekte slotdeel ook echt speelplezier.

Mahlers Vijfde symfonie kreeg een opmerkelijke en persoonlijke vertolking, onverwachts wild en enerverend. Met een goed gevoel voor de heftige gevoelsontladingen waarin de kern van deze muziek ligt, bracht Kaspszyk veel scherpe contrasten aan zonder daarin al te ver te gaan. Bezonken mildheid en felle, vaak chaotische schrilheid wisselden elkaar telkens af en klonken in het door de strijkers fraai gespeelde Adagietto zelfs op subtiele wijze ook tegelijkertijd.

Kaspszyk wist dynamiek en ritmiek goed te beheersen en tot effectvolle climaxen te komen, al miste ik af en toe een verstild vergezicht en dat gevoel van eindeloze diepte. De uitvoering wekte de indruk voor een groot deel echt ter plaatse tot stand te komen en dat gaf er veel spanning aan. Dat technisch lang niet alles goed ging deed daardoor nauwelijks meer terzake omdat het realiseren van pure esthetiek in deze wirwar van emoties gelukkig niet voorop staat. Want St. Ceacilia, de beschermheilige van de muziek, behoede ons voor een glimmend geperfectioneerde en netjes uitgebalanceerde Mahler!