Nederlandse monarchie allerminst een fossiel

Anton van Hooff lanceert in "Een van de monarchale fossielen' (in NRC Handelsblad van 5 november) het curieuze voorstel om de constitutionele monarchie te vervangen door de Republiek van de Zeven Verenigde Nederlanden die vanaf plusminus 1581 tot 1795 bestond. Uiteindelijk werden de staten van de afzonderlijke gewesten daarin soeverein. Van Hooff ziet echter over het hoofd dat dit ook betekende dat de democratie het pleit had verloren en dat die staatsinrichting, zoals Oldenbarnevelt zei, niet "populair' maar aristocratisch zou zijn. De voornaamsten, zowel uit de edelen als uit de magistraten der steden regeerden het land overeenkomstig de overgeleverde wetten en vrijheden. Geen van deze bestuurders werden echter door het volk gekozen.

De gewestelijke staten van de Zeven Verenigde Nederlanders zonden hun afgevaardigden naar de Staten-Generaal, maar de leden waren gebonden aan een lastbrief en in belangrijke zaken was eenparigheid van stemmen nodig zodat de zelfstandigheid van elk der gewesten niet kon worden aangetast. De staten van de gewesten waren de soevereinen geworden en wilden dat blijven. De Raad van State bleef bestaan, aanvankelijk belast met militaire zaken en beheer van de gelden, maar ook van deze taken knabbelden de gewestelijke staten heel wat af.

Dan waren er nog de stadhouders, vroeger gewestelijke bestuurders als vertegenwoordigers van de vorst, koning Filips II. De stadhouders waren in de Verenigde Republieken ondergeschikt aan de heren Staten der Gewesten. Vrouwen kwamen toen niet aan bod.

Van Hooff schreef dat het waar is dat na de afzwering van Filips II nog enige jaren is geleurd met het landheerschap, maar hij verzuimde te vermelden dat de staten dit daarna hebben aangeboden aan de belangrijkste stadhouder in de Nederlanden, prins Willem I van Oranje en Nassau.

Deze prins was een telg van een sinds 1403 in Nederland gevestigd gravengeslacht Nassau-Breda-Oranje met ook Nederlandse voorouders. Prins Willem I van Oranje weigerde echter de aangeboden soevereiniteit. Hij had deze ook niet nodig. Hij was soeverein vorst van Oranje, soeverein graaf van Buren en Leerdam (beiden niet behorend tot de Republiek der Verenigde Nederlanden), markies van Vlissingen en van Veere, heer van het land van Breda enzovoorts. Sindsdien zijn de stadhouders dienaren van de staten gebleven. Gedurende het hele bestaan van de Republiek zijn er in Nederland stadhouders van de families Oranje en Nassau geweest.

Prins Willem I van Oranje was de grote aanvoerder in de opstand tegen de koning van Spanje en heeft daar goed en bloed voor overgehad. Zijn oudste zoontje Philips Willem werd in 1566 door Alva naar Spanje ontvoerd waar hij 30 jaar als gijzelaar gevangen bleef!

Drie broers van de prins, Adolf, Hendrik en Lodewijk van Nassau, sneuvelden in de opstand tegen Spanje. De prins zelf werd op last van Filips de Tweede op 10 juli 1584 te Delft vermoord.

Van prins Willem I van Oranje stammen in mannelijke of vrouwelijke lijn de regerende koninginnen der Nederlanden en hun kinderen af.

Prins Bernhard stamt viervoudig van Willem van Oranje af. Koningin Emma stamt ook van de prins af, haar moeder was een prinses van Nassau. In Nederland en in Europa zijn er nog talloze personen die van prins Willem I van Oranje afstammen.

Dr. A. van Hooff schreef op 5 nov. jl. dat de ironie van de geschiedenis ervoor heeft gezorgd dat wij nu een van de monarchale fossielen in de wereld zijn. Deze stelling is onjuist. Een fossiel is een duizenden jaren oud verkalkt stukje plant of dier. De parlementaire constitutionele monarchie in Nederland is ontworpen door de liberaal Thorbecke en is in 1848 door de volksvertegenwoordiging en koning Willem II aanvaard. En de ironie van de geschiedenis heeft ervoor gezorgd dat na 1890 ook de vrouwelijke afstammelingen van Oranje de kans kregen te bewijzen dat zij goed kunnen functioneren.