Minder noodkreten, meer pragmatisme

Het "illegalendebat' is uitgemond in een discussie over de vraag of Nederland een immigratieland is. H.L.M. Obdeijn: Immigratie moet je zien als een kans.

LEIDEN, 19 NOV. Niet alleen de Nederlandse politiek, heel de samenleving maakt een grote fout in het immigratievraagstuk, zegt de Leidse historicus dr. H.L.M. Obdeijn. “We hikken er tegenaan alsof het een probleem is dat moet worden beheerst of bestreden. Terwijl je het moet zien als een kans. Tot nu toe heeft immigratie dit land altijd meer goeds gebracht dan kwaads.”

De Gouden Eeuw, bijvoorbeeld, was mede te danken aan buitenlanders, zegt Obdeijn. “De Oostindische Compagnie werkte met Duitse soldaten en Scandinavische zeelui, de aandeelhouders waren Antwerpse kooplui _ maar wij profiteerden ervan!” En dan waren er de hugenoten, de Spaanse Brabanders, de Italianen en Polen die voor de Tweede Wereldoorlog in de Limburgse mijnen werkten. Daarna de 300.000 Indische Nederlanders, de Molukkers en Surinamers. “Het is altijd zo geweest dat mensen naar gebieden trekken waar werk is, daar doe je niets aan”, aldus Obdeijn. “En als je het niet als een goede zaak wilt zien, benader het dan neutraal _ net als het feit dat er treinen rijden.”

Obdeijn (54) is coordinator Minderhedenstudies van de Rijksuniversiteit Leiden en verbonden aan de vakgroep geschiedenis, waar hij colleges geeft over migratievraagstukken. De huidige benadering van migratie als een probleem blijkt volgens de historicus al uit het onderbrengen van vreemdelingenzaken bij het ministerie van Justitie. “Dat tekent toch je houding? Er zou een staatssecretariaat migratiezaken bij Sociale Zaken moeten komen. Of neem de commotie over het Nederlands: opeens hoorde je politici zeggen dat allochtonen moeten worden gedwongen Nederlands te leren _ alsof ze niet zouden willen _ terwijl er een groot gebrek aan cursusplaatsen is. Ik ken twee allochtone leerkrachten in Den Haag, die uit eigen zak vijfduizend gulden hebben betaald om een talencursus te volgen in Vught.”

Een reeler probleem dan het recent opgelaaide illegalenvraagstuk, onderstreept Obdeijn, is de integratie van tweede generatie allochtonen. De overheid, vindt hij, moet veel meer investeren in scholing en banenplannen. “Nederland heeft natuurlijk wel een echt probleem en dat is de scheve verhouding tussen het enorme aantal niet-actieven en de hoge produktiviteit: iedereen die niet mee kan komen wordt opzijgeschoven met een dure regeling. Als je daar wat aan doet, kun je veel banen creeren, dan moet die gemiddelde produktiviteit maar iets omlaag.”

Niet minder belangrijk is dat immigranten het gevoel krijgen “dat ze hier welkom zijn”. “Of nou ja, dat klinkt weer zo over de bol-aaierig, maar dat ze zich in elk geval niet bedreigd hoeven te voelen.” Obdeijn, drie jaar werkzaam geweest op de ambassade in Marokko, neemt het PvdA-prominenten als Rottenberg en Kosto kwalijk dat ze met hun uitspraken over illegalen de allochtone immigranten in het algemeen tot “zondebok” maken. “Die moeten nu toch haast wel het idee hebben dat iedereen ze hier liever kwijt is dan rijk, dat we het op ze gemunt hebben. Dat is doodzonde.”

Minder noodkreten en meer pragmatisme is geboden, aldus de historicus, want op de lange termijn is migratie vanuit de Derde wereld onontkoombaar. “Na de Franse Revolutie moest de elite de macht delen met de bourgeoisie. Na de industriele revolutie kregen ook de arbeiders een deel in de macht, en nu is het de beurt aan de Derde wereld. Een kleine groep bevoorrechten probeert alleen telkens argumenten te vinden om de rest buiten te houden.”

Dit is de tweede aflevering in een korte serie vraaggesprekken. De eerste aflevering verscheen gisteren.