Macedonië vraagt hulp wegens gevolgen sancties

SKOPJE, 19 NOV. Macedonië zal de sanctiecommissie van de Verenigde Naties en secretaris-generaal Boutros Boutros Ghali op korte termijn dringend om hulp vragen om de gevolgen van de begin deze week door de Veiligheidsraad besloten verscherping van de sancties tegen Joegoslavië op te vangen.

Resolutie 787 verbiedt elke doorvoer van belangrijke produkten als olie, olieprodukten, kolen, chemicaliën, ijzer en staal door Joegoslavië naar derde landen. De Veiligheidsraad besloot tot de resolutie omdat het embargo tegen Joegoslavië via de transithandel werd ontdoken. De stopzetting van deze doorvoer betekent - als voor Macedonië geen regeling wordt getroffen - “op zeer korte termijn het einde van de Macedonische economie”, zoals minister van buitenlandse zaken Denko Maleski gisteren in Skopje tegenover deze krant zei. “Macedonië kreeg vroeger zijn olie via Griekenland. Griekenland boycot ons nu al drie maanden. Er komt al drie maanden geen druppel olie over de Grieks-Macedonische grens; zelfs de olie die we al hebben betaald wordt niet geleverd. We hebben geprobeerd een alternatief te vinden door de olie via de Bulgaarse haven Boergas aan te voeren. Met Bulgarije bestaan echter geen spoorverbindingen. Er bestond tot dusverre wel de mogelijkheid de olie via de Bulgaarse hoofdstad Sofia en de Servische stad Nis naar Macedonië te krijgen. Resolutie 787 maakt daar nu een eind aan.”

Het enige alternatief dat Macedonië nog rest, is de olie via Bulgarije met vrachtwagens aan te voeren. Dat betekent volgens Maleski echter wel dat de olie twee tot vijf keer zo duur wordt; bovendien kan slechts in een deel van de Macedonsiche behoefte van 1,3 miljoen ton per jaar worden voorzien en zijn de wegen naar en van Bulgarije in de winter nauwelijks begaanbaar voor tankwagens.

De Griekse boycot tegen Macedonië heeft de energiesituatie in dit land nu al dramatisch verslechterd. Formeel kan elke automobilist twintig liter benzine per maand krijgen en kunnen bedrijfsauto's rekenen op veertig liter per maand. In de praktijk echter is al weken slechts zeer incidenteel benzine te krijgen en staat het hele wagenpark van Macedonië langs de weg. Voor bezinepompen staan rijen van soms wel tien kilometer lang. Sommige van die rijen staan er al weken. Als ergens een pompstation benzine krijgt, is dat direct een lokale sensatie. De levering van bezine geschiedt onder politietoezicht om incidenten te voorkomen.

Nog dramatischer is de situatie bij de verwarming van woningen. In de hoofdstad Skopje is daarvoor per dag 200 ton olie nodig. Al begin november waren de laatste voorraden uitgeput en bleef de centrale verwarming in de woningen en kantoren - maar ook in de scholen, de ziekenhuizen en de kampen voor vluchtelingen uit Bosnië - uit, en dat terwijl in het hele land de winter is ingevallen en bijna overal sneeuw ligt. Veel woningen worden nu elektrisch verwarmd, hetgeen het risico oplevert van een ineenstorting van het elektriciteitsnet. In de vluchtelingenkampen worden petroleumkachels in allerijl omgebouwd om tenminste nog op hout te kunnen stoken. Veel bedrijven hebben door het gebrek aan olie hun produktie moeten staken.

Maleski verwacht geen snelle actie van de commissie van de VN die zich inzet voor hulp aan landen die schade ondervinden van het embargo tegen Joegoslavië. Macedonië lijdt door dat embargo een schade die al vóór resolutie 787 werd becijferd op zeker 2,5 miljard dollar. Maleski: “Wij hebben daarvoor Boutros Boutros Ghali al in juli geschreven. Wij hebben zelfs nog geen antwoord gehad. Ik heb nu wel geleerd dat internationale organisaties langzaam werken. Het probleem is alleen: wij hebben geen tijd. Onze economie staat op het spel, en met de economie de vrede in deze regio.”