Harde maatregelen als staalproducenten hun dumppraktijken niet staken; Geduld EG met Oost-Europa raakt op

BRUSSEL, 19 NOV. De EG zal niet schromen harde maatregelen te treffen tegen Oosteuropese staalproducenten als zij doorgaan met het dumpen van hun produkten tegen afbraakprijzen. Maar vooralsnog geeft Brussel er de voorkeur aan via onderhandelingen tot "vrijwillige' afspraken te komen.

EG-commissaris Bangemann zei gisteren in Straatsburg dat de EG er niet op uit is om de exportmogelijkheden van Oosteuropese landen aan banden te leggen. Maar wel wil de EG dat die landen op “een faire wijze” handel drijven. Zo niet, dan zal de EG optreden. “We willen onderhandelen om te voorkomen dat we worden gedwongen om anti-dumpingmaatregelen te nemen”, zo verwoordde Bangemann het dreigement van de gemeenschap. Bescherming tegen Oosteuropese importen is een van de maatregelen waar de overkoepelende organisatie van staalbedrijven in de EG, Eurofer, om heeft gevraagd.

Op dit moment bedraagt de vraag naar staal in de EG ongeveer 120 miljoen ton terwijl de produktiecapaciteit rond de 170 miljoen ton schommelt. Die overcapaciteit in combinatie met de conjuncturele malaise zorgen ervoor dat de situatie in de staalsector “van week tot week verslechterd”, aldus Bangemann. De prijzen dekken niet langer de marginale kosten.

De gewraakte importen uit Oost-Europa versterken het prijsbederf. Hoewel het relatief slechts om kleine hoeveelheden gaat, hebben ze toch een sterk ondermijnend effect op het EG-prijsniveau omdat de Oosteuropese producenten hun produkten tegen dumpprijzen aanbieden.

Al eerder ging de EG-commissie akkoord met importheffingen op bepaalde staalprodukten uit Tsjechoslowakije, bestemd voor de Duitse, Franse en Italiaanse markt. Deze week zijn daar nieuwe maatregelen bij gekomen, die illustratief zijn voor de verslechtering van de sfeer. Naar aanleiding van klachten van enkele grote staalconcerns in de EG over dumping, besloot de Europese Commissie om extra heffingen te leggen op buizen en pijpen uit Hongarije, Polen, Tsjechoslowakije en Kroatië.

Het besluit van gisteren om 450 miljoen ecu uit de EGKS-middelen (Europese gemeenschap voor kolen en staal) te besteden aan sociale begeleiding van de te verwachten sanering in de Europese staalindustrie, valt geheel onder de verantwoordelijkheid van de Europese Commissie. Formeel hoeven de EG-ministers van industrie het daarover volgende week niet te hebben, als ze in Brussel bijeen zijn om te praten over de staalproblemen.

Wel op de agenda zullen de plannen staan van de Spaanse regering om ongeveer 9,9 miljard gulden uit te trekken voor herstructurering van de nationale staalindustrie. Daarbij zullen 9.700 banen verdwijnen. Het omstreden punt in het saneringsplan is dat niet alleen produktiecapaciteit zal worden verminderd (met ruim 30 procent), maar dat het tegelijkertijd om regionaal politieke reden voorziet in de bouw van een nieuwe staalfabriek in Baskenland.

De Commissie raakte vorige maand verdeeld toen zij een advies moest opstellen over de Spaanse plannen. Uiteindelijk werd een formulering bedacht waarbij de aanpak van Madrid een “moedige” en een “constructieve” werd genoemd, maar waarbij er aan werd toegevoegd dat “in het licht van de huidige moeilijkheden op de EG-staalmarkt de verhouding tussen de hoogte van de staatssteun en de omvang van het herstructureringsplan moet worden verbeterd”.

Die formulering laat veel ruimte voor discussie en Bangemann wilde gisteren dan ook niet spreken over een advies van de EG-Commissie, maar louter over “een beschrijving” van de situatie. Met andere woorden: de Europese Commissie wil zich in het huidige tijdsgewricht van subsidiariteit niet branden aan zo'n gevoelig onderwerp waarbij concurrentievervalsing in het geding is. Het doorhakken van knopen laat zij liever over aan de verantwoordelijke ministers die per slot van rekening het licht op groen moeten zetten voor de steunoperatie van Madrid.

De ministers praten volgende week ook over wat er met de reserves moet gebeuren van de EGKS, vooruitlopend op het aflopen van het EGKS-verdrag in 2002.