Hard legeroptreden komt oppositie Pakistan goed uit

Het kan niet anders of oppositie en regering van Pakistan zijn beide dik tevreden. Premier Nawaz Sharif maakte gisteren zijn dreigement waar dat hij de protestmars van oppositieleider Benazir Bhutto en haar aanhangers - door hem als terroristen betiteld - in de kiem zou smoren. En Bhutto zelf wilde het "verderflijke karakter' van de huidige regering aantonen en meent in het keiharde politie- en legeroptreden daarvoor het bewijs te hebben gevonden.

Pakistan is sinds 1988 weer een democratie, dat wil zeggen: tot tweemaal toe is er in de ogen van buitenlandse waarnemers op min of meer democratische wijze een regering gekozen: een centrum-links bewind onder leiding van Bhutto (1988-90) en de huidige rechtse regering van Nawaz Sharif, die in 1990 aantrad. Maar van enig wederzijds respect tussen regering en oppositie is nooit sprake geweest, beide kampen zouden liever vandaag dan morgen de democratie beëindigen om de alleenheerschappij te krijgen.

In de Pakistaanse politieke arena gaat de strijd sinds eind jaren zestig tussen twee machtsblokken: het leger en de socialistisch georiënteerde Pakistaanse Volkspartij (PPP), opgericht door Benazirs vader Zulfikar Ali Bhutto. Ali Bhutto regeerde het grootste deel van de jaren zeventig, bij vlagen als verlicht despoot, tot hij in 1977 werd afgezet door het leger en twee jaar later werd geëxecuteerd. Daarna was het de beurt aan de militairen. Aan hun bewind kwam in 1988 abrupt een einde door de dood van generaal Zia ul Haq, die onder mysterieuze omstandigheden verongelukte met zijn vliegtuig. Benazir Bhutto won als nieuwe vaandeldrager van de PPP de daaropvolgende verkiezingen en leek met haar charisma op weg naar een voorbeeldige regeerperiode.

Daar kwam weinig van terecht. De problemen in het land - etnische en regionale conflicten, economisch tegenspoed - groeiden haar boven het hoofd. En wat veel erger was: ze wist haar familie, met name echtgenoot Ali Zardari, er niet van te weerhouden uit de staatsruif te snoepen. Hoewel Benazir tot vandaag blijft ontkennen zijn de aanwijzingen dat Ali Zardari op grote schaal fraude pleegde en profiteerde van zijn positie als man van de premier, te talrijk om ze, zoals Bhutto doet, te betitelen als een komplot van het leger.

Nawaz Sharif wist die boodschap in oktober 1990 ook op de kiezers over te brengen: zijn Islamitische Demcratische Alliantie versloeg de PPP en haar bondgenoten op overtuigende wijze. In augustus van dat jaar was Bhutto wegens de vermeende fraude al door door president Ishaq Khan aan de kant gezet.

Feit is dat de gematigde Nawaz Sharif in het explosieve Pakistan, waar moslim-fundamentalisme en etnische tegenstellingen als kankergezwellen woekeren, een veel beter beleid heeft gevoerd dan zijn voorgangster. Sharif bouwde voordat hij premier een vermogen op als - voor zover valt na te gaan een eerlijk - zakenman. Maar soberheid is zijn credo en dat heeft hij met enig succes op het land weten over te brengen. Sharif heeft de moed zich schrap te zetten tegen groepen in zijn eigen kamp waarmee hij het oneens is. Zo distantieerde hij zich van een coalitiepartij, de conservatieve Jamiaat-i-Islami, die in zijn ogen van Pakistan een fundamentalistsche staat wilde maken, en durfde hij de harde lijn van het leger ten aanzien van Afghanistan te kritiseren.

Het enige gelijk dat Bhutto tegenover Nawaz Sharif kan behalen ligt in het aantonen van de verstrengeling tussen leger en regering. En dat hoefde ze niet eens zelf te doen: vorige maand onthulde Hamid Gul, het voormalige hoofd van de inlichtingendienst ISI, dat Sharifs Islamitische Democratisch Alliantie na de dood van Zia Ul Haq door de ISI werd opgericht als tegenhanger van de PPP. Een verrassing was dat niet en Benazir Bhutto reageerde opmerkelijk rustig. Zij heeft snel geleerd en weet dat het leger een machtsfactor is in Pakistan waarvan de steun voor elke regering onontbeerlijk is. Bhutto is nu gebaat bij chaos, om de militairen aan haar zijde te krijgen. Maar daartoe zal Benazir haar campagne van agitatie en ontregeling nog wel even moeten voortzetten.