Gymnasium (1)

Rob Knoppert (W&O, 12 nov.) schijnt de wijsheid in pacht te hebben. De categorale gymnasia moeten weg.

Ten eerste, het valt mij op dat studenten met zo'n achtergrond even goed en veelal beter afstuderen dan die met een andere voorbereiding. Met name de huidige behoefte om grondslagen van het Europese denken over markt, staat, onderneming en instituties in een nieuw kader te plaatsen vereist een bezinning op de Grieks-Latijnse achtergrond waarop eerste universiteiten rond twaalfde eeuw tot stand kwamen (Bologna, Sorbonne, Oxford). Inderdaad, ook Arabisch is nuttig.

Ten tweede, de huidige obsessie met schaalgrootte voor kleinschalig onderwijs (20-25 deelnemers blijken optimaal voor leerproces) heeft geleid tot voorrang in toewijzing van overheidsmiddelen op basis van grote aantallen, niet van bewezen kwaliteit. Alleen een Amerikaanse universiteit (Webster) adverteert met kleinschaligheid. Ik ken geen overtuigende studie die aangeeft dat schaalgrootte voor onderwijsinstellingen beter (efficiënter, effectiever, of hogere kwaliteit) is dan kleinschaligheid.

Ten derde, de keuze van ouders en leerlingen voor het categoroaal gymnasium lijkt minder belangrijk dan die van deskundigen of beleidsmakers. Als zo'n ouder erger ik me dat faciliteiten voor het Erasmiaans gymnasium een lagere rangorde hebben dan die van grote schoolgemeenschappen. De merkwaardige afloop van het zelfstandig gymnasium in Leeuwarden is een teken aan de wand.

Tenslotte, ik ken geen voorbeelden van gymnasia, waar kinderen van "arbeiders', "immigranten', of anderszins achtergestelden geweigerd worden als ze gekwalificeerd zijn. Stand anno 1992 lijkt me wat achterhaald.

Mogelijk bedoelt Rob Knoppert met zijn provocatie een ironische bijdrage te leveren en is de toonzetting tegenover, neem ik aan, collega-leraren in een ander vakgebied dan het zijne gebruikelijk op bepaalde schoolgemeenschappen. Voor een gewone ouder met voorkeur voor het gymnasium is het stuk vrijblijvend, onverkwikkelijk en geborneerd.