GROENE THEE

Als een Japanner duidelijk wil maken dat iets niet boven het huis-, tuin- en keukenniveau uitsteekt, dan zegt hij: nichijo sahanji, zo gewoon als thee en rijst.

En met die thee bedoelt hij: groene thee, cha, of deftiger, ocha genaamd. Toch was cha in vroeger eeuwen niet zo gewoon. Naar verluidt importeerde de monnik Eisai de zaden van de theeplant in 1191 uit China. Al spoedig trok de nieuwigheid de aandacht van de Japanse elite. Tot de komst van geavanceerde landbouwwerktuigen, in de vorige eeuw, was het drinken van dure thee, al dan niet in het kader van een speciale ceremonie, slechts weggelegd voor de adel en andere verheven lieden. Daarna nam de produktie toe, daalden de prijzen en begon groene thee aan een zegetocht onder het hele Japanse volk. Er zijn vele soorten groene Japanse thee. Sencha is het doorsneeprodukt, gemaakt van bladeren die onbeperkt aan zonlicht zijn blootgesteld. De meer verfijnde, zoeter smakende soorten worden gewonnen van planten die tien dagen in het midden van april van het zonlicht worden afgesloten via rieten daken of, tegenwoordig, zwart plastic. Het summum is matcha, de variëteit die bij theeceremonies wordt geserveerd. Wij, in het Westen, drinken over het algemeen kocha, rode thee.

Groene thee en bijbehorende bamboekloppers zijn in Nederland te koop in delicatessenwinkels en toko's. Serveer de thee in kommen. Schep een volle theelepel groene thee in elke kom en giet er, al kloppende, heet water bij. De smaak is bitter. Als tegenwicht happen Japanners, alvorens een slok te nemen, in snoepgoed, zoals geleiblokjes van bonen- of theepasta, suikerwerk of andere zoetigheden. Een passend Nederlands alternatief: ouderwetse vruchtenkoekjes.