ELEKTROFOBIE

Soms ben ik weleens bang dat wij fysici een tijdbom hebben gecreëerd.

Dat gevoel had ik heel sterk tijdens de koude oorlog, toen men zei dat de mens altijd alle wapens gebruikt die hij ontwikkeld heeft. Gelukkig worden de grootste kernwapens thans vernietigd. Toch merk ik dat mijn bangheid niet weg is, de kerncentrales in Oost-Europa zijn een gevaar, er wordt hoog-radioactief uranium gesmokkeld en plutonium wordt zelfs over de hele wereld verscheept, maar het meest bang ben ik voor gevaren die we nog niet onderkennen.

In New Scientist van 31 oktober staat dat kinderen die in de buurt wonen van hoogspanningsleidingen een verhoogde kans hebben op leukemie. Maria Feychting en Anders Ahlbom van het Karolinska Instituut in Stockholm hebben de gegevens bestudeerd van 500.000 mensen die in de periode van 1960 tot 1985 gewoond hebben binnen een afstand van 300 meter van hoogspanningskabels. Van hen ontwikkelden 142 kinderen kanker, 39 kregen leukemie. Vergeleken met gegevens over alle kinderen in Zweden jonger dan 15 jaar, was de kans op leukemie 2,5 keer zo groot voor kinderen die in een omgeving woonden met een stralingsveld van 0,2 microtesla en 3,8 keer zo groot in een veld van 0,3 microtesla. Ik schrik daarvan, want zoiets had ik helemaal niet verwacht.

De wisselstroom in een hoogspanningskabel wekt een elektromagnetisch veld op dat stromen in ons lichaam zou kunnen induceren. In principe is dat mogelijk. Aangezien het zenuwstelsel en de spieren in ons lichaam voortdurend van elektrische stromen gebruik maken, is het denkbaar dat stromen die van buiten af in het lichaam geïnduceerd worden de boel in de war kunnen sturen. Als ze tenminste van dezelfde grootte zijn als de stromen die normaal in ons lichaam aanwezig zijn.

Men kan een schatting maken van de stroomdichtheid die in ons lichaam opgewekt wordt door een uitwendig veld. Bij een magnetische veldsterkte van 0,2 microtesla, waarvan sprake is in Zweden, ontstaat een maximale stroomsterkte van 0,6 microampere per m². Dit is volkomen verwaarloosbaar ten opzichte van de stromen die men normaal in ons lichaam waarneemt. Als voorbeeld hiervan kan de stroomdichtheid dienen die samengaat met het depolarisatieproces binnen de hartspierwand. Deze bedraagt ongeveer 55 ampère per m², dus 100 miljoen keer zo groot. De prikkeldrempel op onze huid ligt 50 miljoen maal hoger dan die 0,6 microampere per m².

Toch bestaat er sinds 1979 bezorgdheid over de mogelijke gevolgen voor de gezondheid van elektromagnetische velden veroorzaakt door hoogspanningsleidingen. Toen rapporteerden onderzoekers een zwakke relatie tussen het elektriciteitsnet in de VS en sterfte door leukemie bij kinderen. Dit heeft tot gevolg gehad dat er nogal wat onderzoek is gedaan naar het effect van elektromagnetische velden op weefsels, bloed, cellen, DNA-structuur, hormonen en neurotransmitters. In bijna alle gevallen werden duidelijke effecten waargenomen, zowel in gekweekte cellen als in hele organismen. Zo wordt het transport van ionen door celmembranen bevorderd door een elektrisch veld. Biosynthese van eiwitten wordt geactiveerd door een wisselend magneetveld met een frequentie van 50 Hz.

De effecten zijn lang niet altijd negatief. Zo kunnen beenbreuken sneller gerepareerd worden door botgroei te bevorderen met een elektrische stroom van 10 tot 100 milliampère per m².

De experimenten hebben één ding gemeen: de veldsterkten die nodig zijn om waarneembare effecten te verkrijgen zijn vele malen groter dan in een normale woon- of werkomgeving voorkomen. In de Physical Review (A43, 1991 p.1039) rekent Robert K. Adair voor dat de beweging van ionen in celmembranen ten gevolge van velden veroorzaakt door hoogspanningsleidingen vele orden van grootte kleiner is dan de warmtebeweging van ionen in een cel. Hij hekelt ook de vermeende relatie met leukemie door te wijzen op gegevens uit de staat Connecticut.

Daar is tussen 1940 en 1980 het aantal gevallen van leukemie gelijk gebleven terwijl het elektriciteitsverbruik vertienvoudigd is. Toch is de bezorgdheid niet weggenomen en ook overgeslagen naar andere landen.

Op 26 augustus 1991 verzocht onze minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer aan de Gezondheidsraad om advies uit te brengen over de gezondheidsrisico's van blootstelling aan extreem laag-frequente elektromagnetische velden. Op 8 april 1992 bracht de Gezondheidsraad rapport uit en concludeert dat er onvoldoende wetenschappelijke grond is om aan te nemen dat blootstelling aan velden met een frequentie van 50 of 60 Hz en met veldsterkten die in de woon- of werkomgeving voorkomen, nadelige effecten op de gezondheid veroorzaakt.

Deze conclusie wordt onderbouwd met een overzicht van alle voorkomende bronnen en veldsterkten, de wisselwerking met en de effecten op biologische systemen, het epidemiologisch onderzoek en suggesties voor verder onderzoek. In het rapport wordt erop gewezen dat onder elektrische dekens het magneetveld kan oplopen tot 2,5 microtesla, gelijk aan het veld op 30 meter afstand van een 150 kV-hoogspanningskabel.

Er is echter geen associatie aangetoond tussen het gebruik van elektrische dekens en leukemie, kanker aan de testis of borstkanker. In het rapport staat dat weliswaar in enkele epidemiologische onderzoeken in de VS een relatie is gevonden tussen de configuratie van de bovengrondse draden van het elektriciteitsnet en het voorkomen van leukemie bij kinderen, maar deze relatie is, volgens het rapport, onvoldoende aanleiding voor het aannemen van een oorzakelijk verband, omdat een relatie met de gemeten sterkte van de velden niet is gevonden.

Het recente onderzoek van Feychting en Ahlbom in Zweden heeft, volgens New Scientist, nu juist dit verband tussen de veldsterkte en het risico van kanker voor het eerst aangetoond. Als je op de leukemiekaart van Zweden het stroomverbruik in het land kan aflezen, dan krijg ik toch het bange vermoeden dat er iets mis is, ook al kan ik uitrekenen dat het haast onmogelijk is. Lijd ik dan aan elektrofobie?