Duitsland vormt obstakel voor oplossing bananenconflict

De wereld kijkt vol spanning toe of Europa en de Verenigde Staten in staat zijn nog voor 5 december de huidige GATT-onderhandelingen af te sluiten. Voor de zoveelste keer werd duidelijk dat de interne verdeeldheid in de Europese Gemeenschap een grote handicap vormt voor de positie van Europa in de rest van de wereld. Zelfs indien de onderhandelaars op korte termijn een akkoord bereiken dan ligt het volgende interne conflict direct op de deurmat. Dit keer, het klinkt banaal, gaat het om de bananenimport op de Europese markt na de inwerkingtreding van de interne markt op 1 januari aanstaande.

Bananen zijn geen onbelangrijk produkt. Economisch is het de belangrijkste fruitsoort ter wereld en Europa is de grootste importeur. Voor honderdduizenden arbeidskrachten uit vooral de Derde Wereld staat er bij een wijzigend importstelsel veel op het spel. Uit drie verschillende groepen landen worden er tot nu toe bananen op de Europese markt ingevoerd. Allereerst zijn dat de bananen uit de (overzeese) gebiedsdelen van de EG, zoals Guadeloupe, de Canarische Eilanden of Kreta. Ten tweede worden er op de Europese markt bananen uit de zogenaamde derde landen verkocht; dat zijn de bananen die merendeels worden geproduceerd op de plantages van grote (Amerikaanse) multinationale ondernemingen in Latijns Amerika. Ten slotte importeert Europa bananen uit de zogenoemde ACS-landen zoals Belize, Ivoorkust, Jamaica, Grenada, de Dominicaanse Republiek en Suriname. De ACS-landen hebben met de EG een ontwikkelingsverdrag gesloten waarin een speciaal protocol over bananen werd opgenomen. Via dat protocol, een bijlage van het verdrag, verplicht de Gemeenschap zich om in ieder geval tot eind 1999 een vaste hoeveelheid bananen uit de ACS-landen te importeren. Gemakshalve spreken we over de EG-banaan, de dollarbanaan en de ACS-banaan.

De manier waarop bananen worden geproduceerd verschilt enorm. In de EG en ACS-landen zijn er 220.000 banen mee gemoeid. De bananen van Europees grondgebied en die uit de ACS-landen komen meestal van kleinschalige bedrijfjes in handen van zelfstandige boeren en boerinnen. De teelt op deze kleine bedrijfjes is veel minder intensief dan op de plantages en door geografische omstandigheden wordt minder gebruik gemaakt van chemische middelen. Belangrijker nog is het verschil in inkomsten. De lonen in de EG en de ACS-landen liggen aanzienlijk hoger dan op de plantages in Latijns Amerika.

Een rapport van het Economisch Sociaal Comité komt op een verhouding van 1 op 25 tussen de arbeidskosten in Ecuador en die in Guadeloupe. In Latijns Amerika werken de arbeiders merendeels onder slechte omstandigheden met giftige middelen en uiterst lage lonen. Vakbonden in die regio klagen over de slechte gezondheid van veel arbeiders op de plantages.

Bovendien zijn de bananen voor een aantal EG en ASC producenten de enige inkomstenbron. De EG en de ACS-banaan zijn dan wel iets duurder maar ze voldoen in ieder geval ruimschoots aan het begrip "duurzaam ontwikkeld'. Een kwalificatie die de dollarbanaan niet verdient.

Het probleem is dat iedere lidstaat tot nu toe zijn eigen importregels kent. Vast staat dat al die verschillende regelingen niet gehandhaafd kunnen blijven na intreding van de interne markt. Immers alle produkten kunnen dan vrijelijk van de ene lidstaat naar de andere vervoerd. Frankrijk en Spanje hanteren nu een systeem van strikte contigentering, wat wil zeggen dat vaste hoeveelheden voornamelijk uit EG-gebieden worden ingevoerd. Italië, Portugal en bij voorbeeld het Verenigd Koninkrijk voeren contigenten ACS- en dollarbananen in. In de Benelux en Ierland komen vrijwel alleen dollarbananen op de markt terwijl volgens GATT-afspraken 20 procent importbelasting wordt geheven. En Duitsland ten slotte is de kampioen van de dollarbanaan. Duitsers zijn de grootste bananeneters ter wereld. Op grond van een speciaal protocol bij het EEG-verdrag mogen zij zonder enige heffing bananen invoeren.

De Duitsers vormen het grootste obstakel bij het vinden van een oplossing. Met de meeste noordelijke landen, behalve het Verenigd Koninkrijk, aan hun zijde zijn de Duitsers voor een volledige liberalisering van de markt. Elk tarief is een aantasting van consumentenbelangen. Een Duitse parlementariër die het voor de belangen van de kleine boeren, het milieu en de ACS-landen durfde op te nemen, stelde dat de multinationale ondernemingen in Duitsland een ware campagne hebben gevoerd om Duitsland op zijn standpunt te houden. De Duitse minister Molleman ging in oktober in de raad zelfs zover te stellen dat wanneer de Duitse lijn niet wordt gekozen dit een negatieve invloed op het ratificatieproces rond het verdrag van Maastricht zou kunnen hebben. Het noordelijke voorstel betekent in ieder geval dat de dollarbanaan zal concurreren met de EG-banaan en de ACS-banaan. Deskundigen voorspellen dat de dollarbanaan binnen een jaar de absolute overwinnaar en veroveraar van de Europese markt zal zijn.

De zuidelijke lidstaten en het Verenigd Koninkrijk daarentegen staan achter het voorstel van de Europese Commissie. De commissie streeft er naar de huidige bananenstromen naar de Europese markt te handhaven via invoercertificaten en vaste contingenten. Daarbij wordt uitgegaan van het jaar 1990. In dat jaar werden ingevoerd 622.000 ton ACS-bananen (19 procent), 646.000 ton EG-bananen (20 procent) en 2.006.000 ton dollarbananen (61 procent). De dollarbanaan voert dus ook nu al de boventoon. Het Commissie-voorstel houdt rekening met het (Lomé) verdrag en het bananenprotocol daarin dat de lidstaten met de ACS-landen overeenkwamen. In het protocol staat de toezegging dat "geen enkele ACS-staat die een traditioneel leverancier van de Gemeenschap is, over de toegang tot de Gemeenschap en de voordelen van die staat in de Gemeenschap minder gunstig wordt behandeld dan vroeger of thans'. De bananen uit de ACS-landen kunnen conform het protocol met een vastgesteld contigent zonder tarief ingevoerd terwijl voor de dollarbanaan een invoertarief van 20 procent zal gelden. Daarmee komt de uitzonderingspositie van Duitsland te vervallen.

Waarom heeft Nederland zich eigenlijk zo angstvallig aan de Duitse zijde geschaard? Heeft de Tweede Kamer niet ooit vastgesteld dat de effecten van de interne markt niet kwalijk mochten zijn voor de ontwikkelingslanden. Natuurlijk komt de dollarbanaan ook uit de Derde wereld. Maar een bevoordeling van de dollarbanaan is vooral gunstig voor de multinationale ondernemingen,terwijl de ACS-banaan een inkomen garandeert voor kleine zelfstandige milieuvriendelijke boeren. In het debat worden tot nu toe milieu- en sociale argumenten te weinig meegewogen.

Ook valt op dat in vrijwel elk artikel of commentaar de strijdigheid van het commissie-voorstel met de GATT-regels naar voren komt. Het openbreken van het Lomé-verdrag met het bananenprotocol is eveneens principieel onjuist en bovendien niet eenvoudig. Voor het openbreken van het Lomé-verdrag zijn driekwart van de stemmen in de Raad noodzakelijk. Dat lukt in de huidige verhoudingen nooit.

Wie moet er winnen? De dollarbanaan, geproduceerd onder omstandigheden zoals boven beschreven, òf een markt waarbij de dollarbanaan de boventoon voert maar de ACS-banaan zijn in een verdrag beloofde markt houdt? In het laatste geval zal een aantal ontwikkelingslanden dat vooral afhankelijk is van zijn bananenexport niet van zijn inkomsten worden beroofd. We hoeven niet nog meer landen aan de bedelstaf te brengen. Het mag u inmiddels duidelijk zijn, ik kies voor het laatste en dus voor de duurzame banaan.