Duits vliegtuig voor stratosfeeronderzoek vliegt 26 km hoog

Het Bondsministerie voor Onderzoek en Technologie (BMFT) heeft een bedrag van 142 miljoen DM ter beschikking gesteld voor de bouw van een vliegtuig voor onderzoek in de stratosfeer. De helft van het bedrag gaat naar de bouwer, Burkhart Grob in Mindelheim en de andere helft naar de gebruiker: de Deutsche Forschungsanstalt für Luft- und Raumfahrt in Oberpfaffenhofen (bij München). Het vliegtuig krijgt een drukcabine waarin plaats is voor twee vliegers en twee onderzoekers.

Het vliegtuig, dat qua vorm veel lijkt op een zweefvliegtuig, krijgt een spanwijdte van 56 meter en een romplengte van 22 meter. In lege toestand zal het slechts 5,8 ton wegen. Dit geringe gewicht wordt bereikt door vleugels en romp te maken van een kunststof die versterkt is met koolstofvezels: even sterk als staal, maar ruim vijfmaal zo licht. De voorstuwing geschiedt met behulp van een zescilinder-zuigermotor met turbolader. Deze laatste zorgt ervoor dat de motor ook op grote hoogte voldoende lucht krijgt toegevoerd.

De Strato 2C is bestemd voor lange vluchten in de stratosfeer. De duur van zo'n vlucht hangt af van de hoogte. Het toestel kan 48 uur op een hoogte van 18 km kruisen, of 8 uur op een hoogte van 24 km. Het "plafond' bedraagt 26 km en de actieradius 18.000 km. Met het vliegtuig zal tot maximaal een ton aan meetapparatuur kunnen worden meegevoerd. De metingen zullen vooral betrekking hebben op de samenstelling en andere eigenschappen van de lucht, vooral in het kader van de ozonproblematiek. In het Zuidpoolgebied vindt de ozonafbraak vooral plaats op hoogten tussen 12 en 22 km.

De bouw van de Strato 2C is weliswaar een zuiver Duitse aangelegenheid, maar het toestel zal straks ook ter beschikking worden gesteld aan niet-Duitse onderzoekers. Begin 1993 zal met de bouw worden begonnen en eind 1994 hoopt men de eerste proefvlucht te kunnen maken. Behalve voor onderzoek aan de atmosfeer zal het toestel ook kunnen worden ingezet voor onderzoek aan de aarde (remote sensing) en als tijdelijke "steunzender' voor lange-afstandsverbindingen.