Delors wil met infrastructuurplan een daad stellen

BRUSSEL, 19 NOV. Jacques Delors staat weer aan het roer. Met zijn plan om de Europese economie te stimuleren door wegen, spoorbanen en datanetwerken aan te leggen probeert de Commissievoorzitter het gat te vullen dat de regeringsleiders hebben laten vallen.

Niemand geeft op dit moment immers leiding aan de EG. De haperende ratificatie van het Verdrag van Maastricht verlamt de lidstaten. Het dreigende handelsconflict met de VS leidt alle aandacht af. Major, Kohl, Mitterrand - zij zijn allen geabsorbeerd door binnenlandse problemen. Hetzelfde geldt min of meer voor de EG. De aanslepende discussie over het wel of niet federatieve karakter van de toekomstige Europese Unie richt de blik al maanden naar binnen. Terwijl Europa de nieuwe statuten bespreekt, zakt intussen buiten de economie verder in elkaar.

Delors ziet een Europese Raad in Edinburgh half december aankomen waar de regeringsleiders straks geen enkele belangrijke beslissing kunnen nemen. De invoering van de Europese Unie en daarmee de Europese munt is door Major met een jaar uitgesteld. De ambitieuze financiële meerjarenplanning is er door in de war gebracht. De zuidelijke lidstaten zien het "cohesiefonds', dat hen economisch moet laten aansluiten bij het rijkere noorden, daardoor in gevaar komen. Uitbreiding met nieuwe lidstaten zal derhalve door deze landen worden geblokkeerd. Het "Deense probleem' zal in Edinburgh hooguit globaal kunnen worden opgelost. Intussen is "Europa' bij het publiek meer omstreden dan ooit geraakt. Als de EG ooit om nieuwe ideeën heeft geschreeuwd, dan nu.

Het plan waarmee Delors dit vacuüm wil opvullen, is nauwelijks nog ingevuld. Het lijkt voort te borduren op de afspraken uit het Verdrag van Maastricht om vanuit Brussel de aanleg van "transeuropese netwerken' te stimuleren. Tot 1997 zou de EG daarvoor ongeveer 2 miljard gulden willen uitgeven. Het was de bedoeling om de aanleg van wegen, spoorlijnen en datanetwerken in vooral de zuidelijke lidstaten te stimuleren. De filosofie was dus duidelijk gericht op het verbeteren van de cohesie binnen de EG.

In de jongste variant legt Delors de nadruk op de stimulerende werking op de economie van de aanleg van dergelijke projecten. Naar verluidt wil Delors dat de lidstaten zich in Edinburgh vastleggen op massale investeringen in de infrastructuur. Brussel zou daarbij een coördinerende rol moeten vervullen en een aantal aanloopkosten kunnen dragen. De Europese Investeringsbank zou voor leningen moeten zorgen. Daarbij worden bedragen genoemd die oplopen tot 6 miljard dollar. Delors hoopt dat door massale bestedingen van de lidstaten, particuliere investeringen vanzelf zullen volgen.

Een gezamenlijke Europese groei-impuls zou de kwakkelende economie op die manier aan een vliegende start moeten helpen. Met deze strategie wordt dan in Europa aangesloten bij de plannen die de nieuwe president Clinton ontwikkeld voor de Amerikaanse economie. Ook Clinton zou aansturen op het stimuleren van de groei door massaal in de infrastructuur te investeren. Een Europese groeistrategie zou bovendien de economische problemen van Groot-Brittannië en Italië kunnen verminderen. Deze landen verlieten immers het stelsel van stabiele wisselkoersen en ondergroeven daarmee het belangrijkste project waar de EG nu op kan bogen: de interne markt. In Groot-Brittannië heeft zich al een koerswijziging van het economische beleid voorgedaan. Ook Major heeft voor groei gekozen.

Een gelijkluidende Europese strategie heeft ook politieke voordelen. In de ogen van het Europese publiek zou de EG op deze manier weer aan een concreet en hopelijk tot de verbeelding sprekend doel geholpen kunnen worden. De EG kan op die manier in één keer zowel uit de politieke als uit de economische impasse raken, zo wordt in Brussel gehoopt.