De lange weg terug van wachtgeld naar school; Ministerie wil 10.000 "wachtgelders' aan het werk helpen

"Waar bent u van?'', vraagt een lacherige dame van rond de zestig. ""Oh, uit het onderwijs? Nou, dan is het fijn om er eens helemaal uit te zijn hè, weg van die vergaderingen en zo.''

Men knikt besmuikt. Geen zin om het uit te leggen. Van de negen mensen die zich voor de cursus "loopbaantraining' hebben aangemeld, maken de meesten juist nooit meer een vergadering mee. Althans niet op het werk, want dat hebben ze niet: ze hebben wachtgeld. Het groepje pensioen-en vut-gerechtigden verderop in het eetzaaltje in dit conferentieoord oogt dan ook aanmerkelijk opgeruimder dan de verzameling wachtgelders.

Ze volgen geen cursus die leert hoe ze hun overmaat aan vrije tijd moeten vullen, maar een die hen weer op het spoor zet van werk, als het even kan in het onderwijs, maar desnoods daarbuiten. Voor sommigen is het de laatste strohalm: hier moet duidelijk worden wat ze buiten het lesgeven willen en kunnen, welke "toekomstbeelden' realistisch zijn en welke niet, en wat de meest effectieve en efficiënte weg is om die doelstelling te bereiken (""Gebruik je persoonlijke netwerk''). Dat alles in vijf cursusdagen, verdeeld over drie tijdvakken, met daartussen veel huiswerk.

Het is begin september, we zitten in de zeventiende-eeuwse kasteelachtige buitenplaats "De Essenburgh', een "Instituut voor training, vorming en scholing' bij Harderwijk, verscholen tussen het gebladerte, ver van de weg. Twee dagen lang zullen de cursisten het terrein niet afkomen. In die beslotenheid kan de eerste loutering plaatsvinden, want, zo legt de cursusleidster de verslaggever vooraf uit, ""er zit veel pijn bij die mensen, en voordat je begint met iets nieuws is het belangrijk dat je eerst de rotzooi opruimt''.

Neem de nerveuze, onzekere man van tegen de vijftig, ooit schoolhoofd in het basisonderwijs, vervolgens tot zijn verbijstering gepasseerd bij een fusie, en sindsdien weer voor de klas - met meer frustratie dan plezier. Hij mag dan geen wachtgelder zijn, de cursus staat ook voor hem open, want hij wil iets anders, buiten het onderwijs. Tot zijn vijfenzestigste doorgaan met het nakijken van steeds weer dezelfde schriftjes, nee. Toch, zegt hij manmoedig, verkeert hij nog in een "weeldepositie', want hij heeft werk ""en kijk eens naar die anderen''.

Een van die anderen, begin dertig, is het sinds zijn afstuderen aan de pedagogische academie niet gelukt om een vaste baan te krijgen. Al negen jaar vervangt hij zieke collega's op basisscholen. Een berucht soort werk in de onderwijswereld: je wordt naar believen opgeroepen en weer op straat gezet, er wordt met je geschoven en wat het onderwijs leuk maakt - de band die je met kinderen en collega's opbouwt - is onmogelijk want je bent maar tijdelijk. Hij heeft er schoon genoeg van. Weer een paar anderen hebben helemaal niets meer. Ze zaten in de volwasseneneducatie, het middelbaar beroepsonderwijs. Gemiddeld zijn ze rond de veertig jaar oud, te vroeg om het op te geven, vinden ze.

De eerste dag is er volop ruimte voor de verhalen. Over de pakken sollicitatiebrieven. Over de hondse behandeling bij de arbeidsbureaus, ""waar men je niet ziet staan, en die vooral zijn ingericht op schoolverlaters en lager gekwalificeerd werk, leerling-bakker of constructiebankwerker of zoiets''. Over de verbazing toen ze onlangs ineens door diezelfde arbeidsbureaus werden opgeroepen voor een gesprek met een "PPO'er'. Eindelijk.

Intensieve campagne

De afgelopen twee jaar zijn met geld van het ministerie van onderwijs 33 "Punten Personeelsvoorziening Onderwijs' in het leven geroepen (PPO's), ondergebracht bij de regionale arbeidsbureaus. Hun taak is arbeidsbemiddeling en hulp bij omscholing voor werklozen uit het onderwijs. Momenteel zijn er ruim 30.000 wachtgelders in het onderwijs. Dat is te veel, vindt minister Ritzen, en vooral te duur. Samen kosten ze bijna een miljard per jaar, een bedrag dat hij met 450 miljoen verminderd wil hebben als eind 1995 de vorig jaar begonnen "intensieve bemiddelingscampagne wachtgelders' wordt afgeblazen. De campagne moet zeker 10.000 wachtgelders onder de vijftig jaar weer aan het werk helpen en daartoe is een hele machinerie in het leven geroepen. Naast de PPO's is er een commissie Arbeidsmarkt en Onderwijs (ARBON), waarin de overheid met schoolbesturen en onderwijsbonden is vertegenwoordigd. Deze commissie begeleidt de campagne. Het LIOS (Landelijk Intermediair Onderwijs Scholing), een stichting van werkgevers en werknemers in het onderwijs, kreeg de coördinatie van omscholingsactiviteiten.

Gaat het lukken met de tienduizend? Het beginjaar stemde niet vrolijk. Vijftienhonderd wachtgelders konden weer aan het werk, maar slechts driehonderd bemachtigden een vaste aanstelling. Nu was het eerste jaar nog een "aanloopperiode', met alle problemen vandien: het is al een hele klus om de betrokkenen allemaal te benaderen. Zo moet het PPO voor de regio Den Haag/Delft, qua omvang derde na Amsterdam en Rotterdam, achthonderd brieven versturen om alle wachtgelders tot vijftig jaar te bereiken. Daarbij gaat het niet altijd om onderwijsgevenden. Landelijk genomen hoort een derde van de wachtgelders tot andere personeelscategorieën. Vooral hogescholen en universiteiten hebben veel "ondersteunend' personeel in dienst.

Dit jaar zijn tot nu toe zo'n driehonderd mensen opgeroepen, meldt Ellen Harmsen, een van de vier PPO-consulenten in Den Haag. Juist omdat de vooropleiding en werkervaring zo divers zijn wordt met iedereen een individueel gesprek gevoerd, vaak meer dan één, en dat zijn niet altijd de gemakkelijkste conversaties. Veel oudere wachtgelders die al wat langer uit de running zijn en een relatief riante uitkering hebben, geloven het wel. Harmsen: ""Die hebben een vaste dagindeling, doen wat vrijwilligerswerk, en zitten niet op ons te wachten.'' Aan de PPO'er het oordeel of de bewuste cliënt nog bemiddelbaar is. Onwil kan uiteindelijk leiden tot een strafkorting op de uitkering, maar dat is uitzonderlijk. Tussen onwil en enthousiasme is een uitgestrekt grijs gebied waar eerder sprake is van angst en onwennigheid; er moet nogal wat gesjord en getrokken worden om deze mensen in beweging te krijgen. De poging om hen naar een van de groots opgezette "onderwijs en arbeidsmarkt'-bijeenkomsten te lokken die op vier plaatsen in het land werden georganiseerd, bleef bijvoorbeeld goeddeels vruchteloos. Als tienduizend wachtgelders weer aan de slag moeten en er komen er slechts dertienhonderd opdraven, dan is er een probleem.

Angelique Cloosterman, directeur van de Essenburgh en spreker tijdens de cursus: ""De allereerste vraag die ik tijdens de allereerste bijeenkomst kreeg was: hoe zit het met de verhuis- en reiskostenvergoeding als ik een andere baan krijg?'' Het voorval tekent voor haar de benauwdheid van de onderwijswereld: ""Men koos destijds voor dit beroep met het idee: "eens in het onderwijs, altijd in het onderwijs'. Men koos dus ook voor zekerheid. Dat valt nu anders uit en daar kan men maar moeilijk aan wennen.''

Scholingsprogramma's worden slechts mondjesmaat benut. In plaats van de duizenden die het ministerie verwachtte, meldden zich enkele honderden. Geen wonder dat de twintig miljoen die het ministerie jaarlijks voor omscholing beschikbaar stelt, maar niet op wil komen. ARBON-secretaris drs. Jan Steijvers verwacht "uit de losse pols' dat dit jaar hooguit zes miljoen zal worden gebruikt. Dat omvat dan tevens de omscholing binnen het onderwijs van overschot- naar tekortvakken.

Zwarte pieten

Essenburgh-directeur Cloosterman wil echter niet alleen maar zwarte pieten aan de wachtgelders uitdelen: ""De verantwoordelijkheid ligt ook aan de andere kant. Jarenlang is er in het onderwijs geen personeelsbeleid gevoerd. Nooit is de mensen gevraagd naar hun ambities, loopbaantraining werd niet gegeven, een loopbaanbeleid bestond niet.'' Steijvers is het daar mee eens. Als de onderwijssector voortaan volgens de wetten van de markt behandeld wordt, dan zullen de besturen zich ook in dat opzicht "marktconform' moeten gedragen, vindt hij. Dan moet er dus ruimte zijn voor bij- of omscholing, voor een verbreding van het "arbeidsmarktperspectief' van docenten.

Er moet meer veranderen om de mobiliteit in deze sector te verhogen. De rechtspositiebepalingen die oudere leerkrachten bevoordelen, bijvoorbeeld. Of de starre bevoegdhedenregeling. LIOS-manager Voort: ""Eigenlijk zou je mensen moeten kunnen verplichten tot omscholing. Dat is nu niet zo. Er is over het algemeen veel onduidelijkheid rond de rechten en plichten van de wachtgelder. Bijvoorbeeld over de vraag hoever men zou moeten reizen om een omscholingscursus te gaan doen. Nu zegt men al snel dat iets te ver weg is, en heldere criteria zijn er niet.''

Over één ding zijn de uitvoerders in de bemiddelingscampagne het inmiddels eens: de prognoses van het departement zijn veel te optimistisch geweest. De aantallen wachtgelders die het departement graag uit het bestand verwijderd had willen zien, raken kant noch wal. Ze zijn dan ook eerder het resultaat van een simpele omrekening van het te bezuinigen bedrag naar een overeenkomstig aantal mensen, aldus de uitvoerders, dan van een heldere analyse van de mogelijkheden. En dus zullen de arbeidsbureaus hun quota die ze als "inspanningsverplichting' opgelegd hebben gekregen, niet halen. In Den Haag zijn dit jaar in plaats van de beoogde 190 slechts 63 wachtgelders weer aan een baan geholpen. Welk deel daarvan vast werk behelst, vermeldt de jongste statistiek nog niet.

Maar behalve op scholen en ministerie, worden ook in de campagne zelf fouten gemaakt. Verwijten over de gebrekkige organisatie vliegen heen en weer tussen PPO's, het LIOS en De Essenburgh. Bij het LIOS is inmiddels een interim-manager aangesteld. De omscholing wordt strakker aangepakt. De cursisten krijgen een contract, zodat afzeggen hun geld gaat kosten.

De grootste fout bij de hele bemiddelingscampagne ligt in de gebrekkige onderbouwing, menen kritici. Pas een vol jaar na het begin van de campagne wordt onderzocht ""wie de wachtgelder eigenlijk is en wat hij nog wil'', zegt ARBON-secretaris Steijvers. Hij had zelf ook liever gezien dat een dergelijk onderzoek was voorafgegaan aan de campagne, maar ja, hij heeft de boedel overgenomen zoals die er lag. Het onderzoek zou kunnen uitwijzen dat de nu aangewende instrumenten niet of niet genoeg effect hebben. Wellicht zou het deel van de 20 miljoen omscholingsgeld dat toch niet wordt gebruikt, beter ingezet kunnen worden in zaken als "outplacement', vermoedt Steijvers.

Natuurlijk verloop

Ondanks alles is hij nog niet pessimistisch. Hij verwacht veel van de TWAO, de Tijdelijke Wet Arbeidsbemiddeling Onderwijs, die per 1 januari van kracht wordt. Die is erop gericht dat wachtgelders bij voorrang op vacatures in het onderwijs benoemd worden. Er zijn ontduikingsmogelijkheden, met name voor het confessionele onderwijs, maar toch. ""Als je uitgaat van een natuurlijk verloop van vijf procent, en als op elke vacature een wachtgelder wordt aangenomen, dan is het probleem over een jaar opgelost'', aldus Steijvers. ""Zo zal het wel niet gaan, maar ik hoop toch dat de schoolbesturen in dit opzicht hun verantwoordelijkheid zullen nemen.''

Begin oktober. De bomen rond De Essenburgh zijn al wat kaler geworden. De dromen van de cursisten ook: de reiswereld zit vol, bij "de media' loop je ook niet zo maar even naar binnen, en "leidinggevend werk' is niet meteen weggelegd voor een werkloze. De man die negen jaar invalwerk deed heeft wèl zicht op iets radicaal anders. Hij wil nu een opleiding milieukunde gaan doen. De cursusleidster stimuleert dat en weet hem te vertellen dat er gemeenten zijn die arbeidsplaatsen met opleiding bieden. Zijn toekomst lijkt rooskleurig - al zou zij wel graag zien dat hij wat assertiever werd. Hij is te aardig.