Bill Clinton en de grote onbekende

De 42ste president van de Verenigde Staten van Amerika heeft continuïteit toegezegd in de buitenlandse politiek van zijn land.

Wat dat betekent, is niet helemaal duidelijk - al was het maar omdat er in de Amerikaanse buitenlandse politiek het afgelopen jaar nogal wat gaten zijn gevallen. Dat is niet de verantwoordelijkheid van Bill Clinton en slechts tot op zekere hoogte die van voorganger Bush. In een Amerikaans presidentieel verkiezingsjaar is de buitenlandse politiek doorgaans het eerste slachtoffer en in 1992 was dat temeer zo omdat de kiezer duidelijk maakte dichter bij huis problemen te hebben ontdekt. Maar al met al: wat kan er van Clintons continuï- teit worden verwacht?

In zekere zin lijkt een belangrijke vraag waarmee de nieuwe regering wordt geconfronteerd enigszins op de hamvraag die Bush zich vier jaar geleden stelde. Als vice-president had Bush op afstand toegekeken hoe de ijskoude verhouding tot de Sovjet-Unie tot een hartverwarmende vriendschap tussen de families Reagan en Gorbatsjov versmolt. Eenmaal zelf president bleek Bush moeite te hebben zich bij de nieuwe toestand aan te passen. Een maanden vergende studie moest hem inzicht verschaffen in de mate van betrouwbaarheid van de vroegere vijand, maar de gebeurtenissen kwamen hem aldra te hulp. De tegenstander stortte in.

Clinton heeft nu als probleem de grote onbekende die het Rusland van Jeltsin bezig is te worden. Een diepgaande studie om tijd te winnen naar het voorbeeld van Bush zal hem niet helpen. De omstandigheden in Rusland en de relaties van Rusland met de rest van de vroegere Sovjet-Unie veranderen met de dag. Onzekerheid bestaat over de richting van die veranderingen. Daarbij speelt de mogelijkheid van een nieuwe machtswisseling, maar eerder nog zijn van betekenis de aanpassingen die Jeltsin zelf voortdurend in zijn beleid en zijn entourage aanbrengt. Is deze evenwichtskunstenaar uiteindelijk wel in staat en bereid de rol te spelen die het Westen hem nog steeds toedicht? En een verder uiteenvallen van Rusland behoort zeker niet tot de ontwikkelingen die het Westen graag ziet. De tekens voor Clinton zijn dan ook heel wat somberder dan die voor Bush vier jaar geleden. Toen een rivaal die de wedloop moest opgeven, nu een restant orde dat verloren dreigt te gaan, een aanknopingspunt dat zich oplost.

Continuïteit hier zou inhouden dat Amerika zijn halfhartige steun aan Jeltsin voortzet: veel bemoedigende woorden en - afgezien van de traditionele graanleningen - weinig directe hulp. Maar voor het tegengaan van de verloedering in en de versplintering van Rusland is dat onvoldoende. De vraag moet worden beantwoord of Westerse hulp daarin nog verandering kan brengen of dat het punt waar herstel mogelijk was, al is gepasseerd. In het eerste geval zal een snel en grootscheeps initiatief noodzakelijk zijn, ondanks alle problemen thuis; in het andere geval is het betrekkelijk zinloos de maskerade nog lang vol te houden. De vrijblijvendheid in de onderlinge betrekkingen van het laatste Bush-jaar heeft niets meer te bieden.

Een oud axioma luidt dat het Westen weinig kan doen dat de loop der dingen in Rusland, voorheen de Sovjet-Unie, werkelijk beïnvloedt. Het is wijs om dat axioma in gedachten te houden, maar het zou verkeerd zijn wanneer het tot algemene verlamming zou leiden. De Russen, Jeltsin, maar ook zijn tegenspelers, hebben prioriteiten waarin de marges van belang zijn. De eenheid en de continuïteit van de Russische federatie staan voorop. Het gemak waarmee de Sovjet-Unie vaarwel werd gezegd, staat in geen verhouding tot de spanningen die een volledig uiteenvallen van Rusland zou oproepen. De reacties van het Moskou van Jeltsin op de burgeroorlogen binnen en onmiddellijk buiten de Russische grenzen zijn tot dusverre gematigd geweest. De bemoeienissen met de conflicten in de Noord-Kaukasus, in Azerbajdzjan, Armenië, Moldavië, Georgië en Tadzjikistan staan eerder in het teken van de conflictbeheersing dan van nieuw Russisch imperialisme. Zelfs waar Russische volksdelen met geweld worden geconfronteerd, is de reactie van Moskou steeds ingehouden.

De verscheidenheid aan twisten en de geografische spreiding ervan onttrekt aan het oog dat het op een enkele uitzondering na gaat om gewelddadigheden tussen islamitische en niet-islamitische volksdelen danwel tussen een plaatselijke islamitische renaissance enerzijds en geseculariseerde machthebbers en hun clientèle anderzijds. In Tadzjikistan wordt het gewapende conflict rechtstreeks beïnvloed door de burgeroorlog in buurland Afghanistan.

De regering-Bush heeft niet de behoefte getoond zich met dit vraagstuk bezig te houden. Daar kan begrip voor worden opgebracht want tenslotte was zij de erfgenaam van een beleid dat de islamitische weerstand tegen de vanuit Moskou gedecreteerde en gewelddadig doorgezette socialisering van de samenleving, met name in Afghanistan, juist had gestimuleerd. Een poging om via de Verenigde Naties de daaropvolgende oorlog in Afghanistan tussen de mujahedeenfacties onderling te beëindigen, kreeg beperkte steun uit Washington, maar was tot mislukken gedoemd. Die oorlog dreigt zich nu uit te breiden tot het grondgebied van de voormalige Sovjet-Unie. De Russen hebben met versterking van de zogenoemde GOS-troepen ter plaatse gereageerd.

Waar Bush een handen-af-politiek volgde, zou Clinton een beleid kunnen ontwikkelen dat met Moskou wordt afgestemd en dat een van kwaad tot erger kan helpen voorkomen. Dat betekent niet dat Amerikaanse blauwhelmen de vrede zouden moeten komen herstellen. Eerder ligt diplomatie voor de hand die het alle betrokkenen, onder wie bondgenoten van Amerika, duidelijk maakt dat hier een Westers, en dus een Amerikaans, belang in het geding is. Zolang van Rusland wordt verwacht dat het de democratisering serieus neemt en de markt bevordert, kan niet achteloos worden voorbijgegaan aan het kwaad van de gewelddadige afkalving aan de zuidgrenzen van dit land. Er is geen reden om partij te kiezen in de diverse conflicten, maar er is voldoende aanleiding om de strijdende facties en staten die hen ondersteunen, met honing maar zonodig met azijn te bewegen vreedzame oplossingen voor hun geschillen na te streven.

Een dergelijke aanpak zou een nieuwe inhoud geven aan de continuïteit van de bestaande goede betrekkingen tussen Washington en Moskou. En er kan een tegenprestatie worden verlangd. Op zoek naar harde valuta en nieuwe vrienden is Rusland bereid gebleken zijn arsenalen te openen. Landen met een dubieuze staat van dienst als China en Iran hebben daarvan kunnen profiteren en de risico's die daaruit voortvloeien, zijn eenvoudig te berekenen. Continuïteit in een nieuwe en dynamische vorm moet dan ook tot uitdrukking komen in een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de algemene goede gang van zaken.

Ofwel, de component van de internationale politiek moet weer worden ingevoerd in de betrekkingen tussen het Westen en Rusland. Met het verstrekken van economische adviezen en leningen alleen zijn Rusland en daarmee het Westen onvoldoende geholpen.