Bij spinnen schoppen kleine mannetjes het verreweg het verst

Een wijdverbreid verschijnsel in het dierenrijk is het verschijnsel sexuele dimorfie: pa ziet er anders uit dan ma.

Qua lichaamsgrootte kunnen beide partners flink verschillen. Vooral bij de zoogdieren (runderen, herten, olifanten en andere kuddedieren) zie je vaak dat de mannelijke partner een flink stuk groter is dan zijn vrouwtje. Bij de spinnen is het juist andersom, vaak is de mannetjesspin een onooglijke dwerg vergeleken met zijn vrouwelijke wederhelft.

Volgens Engelse biologen zijn daar goede redenen voor. Dwergmannetjes, zo schrijven ze in Nature (12 november), zie je vaak bij soorten waar de sterftekans onder volwassen exemplaren voor de mannetjes veel groter is dan voor de vrouwtjes. Als de vrouwtjesspin een gesettled, veilig bestaan leidt, is vaak juist het mannetje veel op pad en daardoor loopt hij grote risico's.

Volgens de klassieke geneticatheorieƫn van Fisher ligt een dwergvorm in de natuur voor de hand bij soorten waar veel meer sterfte in de jeugdfase voorkomt dan onder volwasssen dieren. In het nieuwe onderzoek wordt deze theorie radicaal op zijn kop gezet. Als de mannetjes massaal sterven, ontstaat er namelijk een vrouwenoverschot en wordt de concurrentiedrang onder de overblijvende mannetjes minder. Lichaamsgewicht wordt dan een minder belangrijke factor in de onderlinge concurrentie. De dwergvorm heeft bovendien het voordeel van een korte jeugdfase en snelle rijping naar volwassenheid, zodat er in de jeugdfase maar heel weinig sterfte kan optreden. Dat zou dan compensatie bieden voor de hoge sterfte onder volwassen mannetjesspinnen. Uit het in Nature gepresenteerde rekenmodel blijkt deze redenering inderdaad voor allerlei spinnesoorten te kloppen.

Bij soorten waar het vrouwtje rustig in haar web op prooi zit te wachten, terwijl het mannetje op jacht gaat, zijn de verschillen in lichaamsomvang verreweg het grootst. Als beide soorten op jacht gaan en ongeveer hetzelfde leven leiden zijn de verschillen tussen man en vrouw veel kleiner.

Bij de Gouden Cirkelwebspin (Nephila clavipes) uit Panama zijn de mannetjes naar verhouding onooglijk klein. Onderzoek heeft uitgewezen dat de grootste exemplaren van deze soort het meeste voortplantingssucces boeken, toch zijn zij verre in de minderheid. Blijkbaar is er een of ander ongedentificeerd selectiemechanisme in het spel ten gunste van kleinere rivalen. Vermoedelijk speelt hier mee, dat de vrouwtjes door hun kannibalisme van grote mannetjes selecteren in de richting van kleinere exemplaren. Ook voor andere web-wevende soorten geldt dat het stilzittende vrouwtje groot is en het beweeglijke mannetje naar verhouding heel klein, soms (bij de Tidarren) zelfs zo klein dat hij zijn eigen organen niet eens kan dragen en een van zijn voelsprieten moet amputeren. De enige uitzondering onder de web-spinnen vormen de Linyphiiden, hier komen zeer grote mannetjes voor die in woeste onderlinge gevechten een partner proberen te veroveren.