Waarde-overdracht

Bij verandering van baan kunnen werknemers een pensioenbreuk oplopen. Zo'n pensioenbreuk doet zich voor indien de werknemer bij de baanverandering tevens in een andere pensioenregeling gaat deelnemen. Weliswaar houdt de werknemer een premievrije aanspraak op de bij de vorige werkgever opgebouwde pensioenrechten. De werknemer lijdt pensioenverlies indien de nieuwe pensioenregeling een eindloonregeling is en deze bij een salarisverhoging geen rekening houdt met elders gewerkte jaren. Een salarisverhoging heeft in een eindloonregeling een overeenkomstige verhoging van de pensioenrechten tot gevolg, mede over verstreken dienstjaren. Hierdoor zijn de pensioenrechten over de hele diensttijd op het laatste loon gebaseerd. Indien evenwel elders gewerkte jaren dan niet in aanmerking worden genomen, zullen de pensioenrechten van de werknemer lager zijn dan wanneer hij steeds in dezelfde pensioenregeling was gebleven. Hierbij merk ik nog wel op dat niet elke verandering van werkkring een pensioenbreuk tot gevolg heeft. Dit is met name niet zo indien een werknemer in hetzelfde bedrijfspensioenfonds kan blijven deelnemen. Indien bij voorbeeld een werknemer van baan verandert binnen de bouwsector, blijft hij deelnemen in het bedrijfspensioenfonds voor de bouwnijverheid.

In de jaren '60 en '70 is in een aantal eindloonregelingen het zogenaamde levensjarensysteem ingevoerd om het pensioenverlies bij verandering van baan te compenseren. In een levensjarensysteem heeft de werknemer bij een salarisverhoging ook recht op een verhoging van zijn pensioenrechten over elders gewerkte jaren. Voor het berekenen van de verhoging van de pensioenrechten wordt dan gedaan alsof de werknemer al vanaf de leeftijd van 25 jaar in de pensioenregeling deelnam.

Het pensioenverlies bij baanverandering kan ook worden gecompenseerd door de in een eerdere pensioenregeling opgebouwde rechten te indexeren. Een dergelijke indexering geldt voor de ABP-pensioenen. Deze worden evenredig aangepast bij een algemene verhoging van het salaris voor ambtenaren. Voor pensioenen voor werknemers in het bedrijfsleven bepaalt de Pensioen- en spaarfondsenwet dat op elders verkregen premievrije pensioenrechten toeslagen moeten worden verleend, indien ook de ingegane pensioenen uit dezelfde regeling worden verhoogd. Door deze wettelijke verplichting om de opgebouwde rechten te verhogen, is overigens een tendens ontstaan om het levensjarensysteem af te schaffen.

Een derde mogelijkheid om het pensioenverlies tegen te gaan is waarde-overdracht. Bij waarde-overdracht neemt de werknemer de waarde van de in een vorige pensioenregeling opgebouwde rechten mee naar de nieuwe pensioenregeling. Binnen de nieuwe pensioenregeling krijgt een werknemer hiervoor extra pensioenrechten. De doelstelling is dat de werknemer een aantal extra - fictieve - dienstjaren in de nieuwe pensioenregeling krijgt, die meetellen bij de uit een salarisverhoging voortvloeiende verhoging van de pensioenrechten. De waarde van ABP-pensioenen dient op verzoek van de werknemer te worden overgedragen. Voor pensioenen in het bedrijfsleven, waarop de Pensioen- en spaarfondsenwet van toepassing is, geldt daarentegen momenteel geen wettelijk recht op waarde-overdracht. Wel hebben een aantal werknemers, pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen hieromtrent afspraken gemaakt, waartoe enige circuits van waarde-overdracht zijn opgericht. Bij verandering van baan binnen een dergelijk circuit vindt dan waarde-overdracht plaats, tenzij de werknemer daartegen bezwaar maakt. Het bekendste circuit is dat van de Stichting Dienstverlening Samenwerkingsverband. Hiernaast bestaat binnen het bankwezen op grond van de CAO een waarde-overdracht-circuit. Aan deze circuits is een ruime werkingssfeer gegeven, doordat er samenwerkingsovereenkomsten zijn gesloten met onder andere het ABP-fonds, het Spoorwegpensioenfonds en de Stichting Dienstverlening Levensjarenfondsen, welke laatste stichting speciaal is opgericht voor pensioenregelingen met het levensjarensysteem. Al met al is op deze wijze voor ruim 2,5 miljoen werknemers waarde-overdracht geregeld. De mogelijkheden voor waarde-overdracht zullen binnen afzienbare tijd nog verder worden verruimd, omdat de regering overeenstemming heeft bereikt over een wetsvoorstel, waarmee in de Pensioen- en spaarfondsenwet voor werknemers een wettelijk recht op waarde-overdracht zal worden vastgelegd.

Hiermee is niet gezegd dat waarde-overdracht in alle situaties gunstig voor de werknemer zal zijn. Van groot belang is na te gaan op welke wijze de overdrachtswaarde wordt berekend en hoeveel extra pensioenrechten de werknemer daarvoor binnen de nieuwe pensioenregeling krijgt. Ook is van belang in welke mate de in de vorige pensioenregeling opgebouwde rechten zullen worden geïndexeerd. Hoe ruimer deze indexering is, des te minder voordeel zal waarde-overdracht opleveren. Voorts is van belang welke loopbaanontwikkeling en welke salarisverhoging de werknemer bij de nieuwe werkgever verwacht. Het hangt dus mede van de individuele omstandigheden van een werknemer af of waarde-overdracht gunstig uitpakt. Een algemene en altijd toepasbaar panacee om pensioenverlies te bestrijden is waarde-overdracht niet.