Vredesoverleg baart andere werkelijkheid; Israel en Arabieren "in onomkeerbare fase' aan einde zevende onderhandelingsronde

TEL AVIV, 18 NOV. “Ik attendeer u erop dat de Arabische landen al voor het ineenstorten van de Sovjet-Unie besloten vrede met Israel te sluiten. Dat gebeurde tijdens een Arabische topconferentie in Marokko”. Zeer nadrukkelijk bracht de Egyptische ex-premier Mustafa Khalil deze week deze correctie aan op “wat bijna overal wordt gedacht” bij de opening van het aan de Tel-Avivse Universiteit verbonden Tami Steinmetz vredescentrum. Khalil, die onder president Anwar Sadat een hoofdrol speelde in het Israelisch-Egyptische vredesproces en als vice-voorzitter van de Egyptische regeringpartij nog steeds in Kairo gewicht in de schaal legt, drong er bij zijn Israelische gehoor op aan juist daarom de Arabische vredeswil serieus te nemen. Volgens hem is er geen sprake van een Arabische gril maar heeft een belangrijk deel van de Arabische wereld besloten in navolging van Egypte de strijdbijl met Israel te begraven. Vanuit die overtuiging deed Mustafa Khalil een beroep op Israel de vorig jaar in Madrid geopenbaarde vredeskans niet te missen.

De Israelische minister van buitenlandse zaken Shimon Peres, net terug van een bliksembezoek aan Kairo, schetste de gevaren die de vredesmogelijkheden in het Midden-Oosten bedreigen: behalve Iran en Irak ook het opkomend islamitisch fundamentalisme. Het Iraanse nucleaire bewapeningsprogramma en de introductie van lange-afstandsraketten gebieden volgens Peres alle betrokken partijen vaart achter het vredesproces te zetten. Hij gaf niet aan welke territoriale prijs Israel bereid is voor vrede te betalen. Maar het sedert de Zesdaagse oorlog in 1967 ingeburgerde begrip "veiligheidsgrenzen' nam hij niet in de mond. In zijn visie, die vooral op economische integratie van de landen van het Midden-Oosten stoelt, verliezen grenzen in een tijdperk van ultra-moderne wapens hun magische betekenis. De veel aardser denkend premier Yitzhak Rabin laat zich nooit in dergelijke bewoordingen uit. De geïmpliceerde soepelheid van Peres betekent dan ook geenszins dat Israel voor vrede inderdaad bereid is op kleine grenscorrecties na en een oplossing voor de kwestie Jeruzalem naar de bestandslijnen van juni 1967 terug te keren.

Het bezoek van Peres aan Kairo was belangrijk omdat PLO-leider Yasser Arafat er enkele dagen eerder uitputtende besprekingen met de Egyptische leiders over het vredesproces had gevoerd. Hoewel Peres bij terugkeer in Israel zei dat Arafats naam tegenover hem niet was gevallen, lijdt het geen twijfel dat Peres door president Hosni Mubarak uitvoerig op de hoogte is gesteld van de aarzelingen van de Palestijnse leider om de Palestijnse delegatie in Washington te machtigen in te stemmen met een interim-oplossing - bestuursautonomie - voor de bezette gebieden. “Israel wil de Palestijnen een kalender geven, maar geen land”, zei Peres in Tel Aviv. Met die kalender doelde hij erop dat drie jaar na het ingaan van de Palestijnse bestuursautonomie onderhandelingen kunnen worden geopend over een definitieve oplossing van het territoriale aspect van het Israelisch-Palestijns geschil.

Tijdens recente geheime besprekingen tussen Israelische ex-Mossad en Shin-Bet persoonlijkheden in Londen en een veiligheidsfunctionaris van de PLO uit Tunis hebben de Israeliërs gezegd te begrijpen dat de interim-oplossing de weg baant naar een Palestijnse staat. Geen Israelische leider haalt het in zijn hoofd nu een dergelijke politieke bom tot ontploffing te brengen. De Israelische publieke opinie is daar nog niet rijp voor. In de Israelische media verschijnen echter steeds regelmatiger artikelen waarin een pleidooi wordt gehouden voor erkenning van de PLO als de enige, autentieke onderhandelingspartner. Naarmate Rabin zich meer beklaagt over de onmacht van de Palestijnse delegatie (zonder PLO'ers en zonder Palestijnse inwoners van Oost-Jeruzalem) in Washington beslissingen te nemen, wordt het hier duidelijker dat alleen Arafat met gezag concessies kan doen.

Met piepkleine stapjes past de regering Rabin zich aan deze realiteit aan. In een artikel in Yediot Ahronot (16 nov) hield reserve-generaal Shlomo Gazit, oud-hoofd van de militaire inlichtingendienst, zelfs een pleidooi om de PLO in de gelegenheid te stellen het "recht op terugkeer' op de agenda van het multilaterale overleg over de vluchtelingenproblematiek te plaatsen. “Tegen wie kunnen we anders zeggen dat daar niets van inkomt”, redeneerde Gazit. Zo'n geluid is interessant omdat Gazit uit hetzelfde politiek-militaire milieu komt als Rabin.

Een opvallende verbetering voor de Palestijnen in Israels gevangenissen, grote schadevergoeding aan een Palestijn die door een geheime legereenheid was gewond en andere tegemoetkomingen aan en gebaren naar Palestijnen leggen de grondslag voor verdere toenadering tussen Israel en de Palestijnen (PLO). In de Knesset is een duidelijke meerderheid voor het afschaffen van de uit het Likud-tijdperk stammende wet die contacten tussen Israeliërs en PLO'ers strafbaar stelt. Rabin houdt deze wetswijziging nog tegen, uit vrees dat dit onmiddellijk tot hervatting van de politieke dialoog tussen de VS en de PLO zal leiden. Maar tegelijkertijd worden contacten tussen Israeliërs en PLO'ers door de vingers gezien.

Vanuit die nieuwe sfeer wordt ondanks de grote moeilijkheden in het vredesoverleg tussen Israel en de Palestijnse delegatie in Washington toch de basis voor een andere werkelijkheid gelegd. Mubarak hoorde deze week uit de mond van Peres dat Israel de Palestijnse bestuursautonomie niet langer uitsluitend van toepassing acht op personen maar ook Palestijnse controle over Palestijns land in door Palestijnen bevolkte gebieden aanvaardt.

Voor Mustafa Khalil is het vredesoverleg tussen Israel en de Arabieren in een onomkeerbare fase gekomen. Het pessimisme dat zo nu en dan bezit neemt van de vredessfeer is een integraal deel van het vredesproces zelf. Terwijl Rabin en de Syrische leider Hafez al-Assad elkaar over de veiligheidssituatie in Libanon in de haren zitten, wordt er in de Israelisch-Syrische bilaterale onderhandelingen al over veiligheidsmaatregelen op de hoogvlakte van Golan gesproken. Israels weigering in te gaan op de Syrische eis de hele Golan tegen vrede in te ruilen, verhindert daadwerkelijke vooruitgang tussen beide landen, maar van een crisissfeer kan niet worden gesproken. Radio Israel haalde zelfs deze week een bericht van radio Damascus aan, dat het Syrische onderwijsprogramma zich niet langer op oorlog maar op vrede zal richten.

Dat Israel en Jordanië in Washington wel op een vredesverdrag afstevenen, is voor Peres een uitgemaakte zaak. De in Washington opgestelde agenda voor het vredesoverleg is naar zijn zeggen veel meer dan een agenda; in feite het skelet van het vredesverdrag. De feitelijke onderhandelingen tussen beide landen zijn met de waterproblematiek als punt één op de agenda al begonnen. De Jordaanse doorbraak is voor Israel de grote verrassing van de vandaag aflopende zevende ronde in het vredesoverleg. Koning Hussein heeft zijn vredeskaart op tafel gelegd, al wordt Jordanië toch een te zwakke schakel in de Arabische wereld geacht om een afzonderlijke vrede met Israel te kunnen sluiten.

Het voorspelde "dode moment' in de Amerikaanse diplomatie, als gevolg van de verkiezingszege van Bill Clinton op president Bush laat zich in het vredesoverleg in Washington wel voelen maar heeft het leven toch niet uit de brouwerij gehaald. De komende Democratische president Clinton heeft de onderhandelende partijen snel laten weten binnen de uitgezette lijnen te willen blijven.

Alle bij het vredesproces betrokken partijen weten nu min of meer waar ze aan toe zijn zodat niet in moedeloze loomheid op krachtig Amerikaans ingrijpen wordt gewacht om de vredesonderhandelingen begin volgend jaar uit het slop te halen. Het in Madrid begonnen overleg heeft, zoals Mustafa Khalil in Tel Aviv uitlegde, zijn eigen vaart gekregen. Egypte wil graag inspringen om een stimulerende rol te spelen.