Verwarrend beeld van in stukjes geknipte Betuwelijn

"Antenne', Ned.2. 22.30-23.20u.

Wie de berichtgeving over de aanleg van de Betuwelijn enigszins heeft gevolgd, weet inmiddels dat het gaat om een goederenspoorlijn tussen Rotterdam en Duitsland die door de Betuwe moet gaan lopen. Dat de tegenstanders van dit minstens vijf miljard gulden kostende project over het algemeen op of langs het geplande tracé wonen. En dat de voorstanders (de Rotterdamse Haven, Verkeer en Waterstaat en de NS) zeggen dat het economisch gezien noodzakelijk is dat “de spade zo snel mogelijk in de grond gaat.” Na het zien van de vijftig minuten durende documentaire Als die lijn er komt... die de EO vanavond uitzend, weet de kijker niet veel meer. Of het moet zijn dat de meeste voorstanders achter een bureau zitten en de tegenstanders meestal in het weiland naast een spoorlijn staan te wijzen naar imaginaire geluidswallen.

De programmamakers laten behalve H. Bakhuis (directeur NS Goederen) en Wouter van Dieren (Club van Rome) nog een stuk of tien betrokkenen aan het woord, maar leveren zelf nergens commentaar. De pratende hoofden worden afgewisseld met gejaagde muziek van Steve Reich en begeleide beelden van voorbijrazende treinen, een inspraakavond en containers in grijpers.

Het grote nadeel van deze aanpak is dat hoofd- en bijzaken niet gescheiden worden en de stortvloed van voor- en tegenargumenten niet in een kader wordt geplaatst. Evenmin valt op te maken in welke fase de besluitvorming nu is.

Het grote aantal sprekers werkt verwarrend. Veel voorstanders zeggen ongeveer hetzelfde in net iets andere bewoordingen. Een commentaarstem had dat euvel kunnen verhelpen door simpelweg een samenvatting te geven. Daar komt nog bij dat sommige genterviewden zich uitdrukken in een taal die wel tot de verbeelding spreekt, maar niet tot meer inzicht in de materie leidt. “Wij hebben hier de mogelijkheid om de wateroverslag te bedrijven”, vertelt de directeur van de Duisburger Container Terminal over zijn bedrijf.

De documentairemakers maken het de toeschouwer nog op een andere manier onnodig moeilijk. Want hoewel een onderwerp als de Betuwelijn zich uitstekend laat illustreren met een landkaart wordt de kijker welhaast gedwongen een atlas op schoot te nemen. Nergens wordt even duidelijk gemaakt wat de relatie tussen bijvoorbeeld Kijfhoek, Zevenaar en Zetten en de geplande spoorlijn is.

Als de programmamakers hun informatie efficiënter hadden overgebracht, was er misschien nog tijd overgebleven om enkele zaken te belichten die nu helaas niet aan bod komen. Zo wordt nergens gerept over de plannen om de lijn eventueel ondergronds aan te leggen, komen de binnenvaartschippers niet aan het woord en is er geen aandacht voor het opmerkelijke standpunt van Natuur en Milieu. Deze milieu-organisatie stemt onder bepaalde voorwaarden in met de aanleg van de spoorlijn.