Ritzen bereikt akkoord over verkoop scholen

DEN HAAG, 18 NOV. Minister Ritzen (onderwijs) heeft met het hoger beroepsonderwijs een akkoord bereikt over de verkoop van schoolgebouwen aan de hogescholen, voor een bedrag van 1,2 miljard gulden.

De minister heeft daartoe een principe-overeenkomst gesloten met de vereniging van hogescholen, de HBO-Raad. Het ministerie van onderwijs houdt van de verkoopsom 900 miljoen gulden over. De resterende 300 miljoen gaan naar de algemene middelen. Het akkoord wordt op 11 december voorgelegd aan de ledenvergadering van de HBO-raad.

De verkoop van de gebouwen, die plaatsheeft in het kader van verzelfstandiging van de scholen, moet uiterlijk op 31 december 1993 een feit zijn. Dat is twee jaar later dan aanvankelijk de bedoeling was. De hogescholen worden straks zelf verantwoordelijk voor de vervanging of renovatie van de gebouwen en dienen ook zelf in de financiering daarvan te voorzien. Ze mogen ook gaan huren of leasen. Jaarlijks zal de overheid 347 miloen gulden bijdragen in de vergoeding van de huisvesting. Voor 1994 is voorzien in een eenmalige vergoeding van 387 gulden.

Minister Ritzen sprak vanochtend van “een dijk van een deal”. “De overheid gaat er niet op voor- of achteruit, de scholen gaan er daarentegen op vooruit”, aldus de bewindsman.

Hogescholen moeten leningen gaan afsluiten op de kapitaalmarkt om de gebouwen te kunnen verkopen danwel om nieuwe investeringen in huisvesting te kunnen financieren. Om te voorkomen dat een hogeschool in de problemen komt bij het afbetalen van rente en aflossing, wordt door de gezamenlijke hoge scholen een waarborgfonds ingericht. Dat fonds zal tijdelijk de betalingsverplichting van de desbetreffende hogeschool overnemen.

De HBO-raad heeft tijdens de onderhandelingen lang vastgehouden aan het standpunt dat het ministerie van onderwijs 200 miljoen gulden in het waarborgfonds moest storten. Volgens het nu gesloten akkoord stort de minister een eenmalige bijdrage van 55 miljoen. Volgens HBO-voorzitter H. Kemner kunnen nu weliswaar minder investeringen plaatshebben als waarop was gehoopt maar, zo zei hij: “Iedereen weet dat het kabinet extra moet bezuinigen. We moeten realistisch blijven. Doorslaggevend voor ons was dat het alternatief, het afblazen van de hele operatie, slechter zou zijn.”