"Rijpere, gehuwde man toelaten als priester'

ROTTERDAM, 18 NOV. De Rotterdamse bisschop R.Ph. Bär en de leden van de pastorale raad van zijn bisdom willen onderzoeken of voor de toelating tot het priesterschap in de rooms-katholieke kerk ook andere dan ongehuwde mannen in aanmerking komen. Gedacht wordt aan "rijpere' gehuwde mannen, zogenaamde viri probati. De pastorale raad adviseert de bisschop dit ook met het Vaticaan te bespreken.

Wil een rijpe, getrouwde man priester worden, dan zal hij volgens de Rotterdamse pastorale raad in een - samen met de bisschop opgesteld - aan de raad uitgebracht advies moeten voldoen aan de criteria dat hij theologisch geschoold is, een pastorale houding heeft en een harmonisch huwelijksleven leidt. Bovendien moet zo'n aspirant-priester ervan verzekerd zijn dat de geloofsgemeenschap bereid is hem als priester te accepteren.

Bisschop Bär meent dat de rooms-katholieke kerk haar theologie omtrent het priesterambt geenszins aantast door "viri probati' als priester toe te laten, maar blijft bij het standpunt dat het priesterschap voor eeuwig uitgesloten is voor vrouwen. Verder meent hij dat het priestercelibaat “beslist niet die verschrikkelijke situatie inhoudt die men erbij vermoedt. Maar door er zo zwartgallig mee om te gaan, wordt het”, aldus bisschop Bär, wel “een argument tegen”.

Binnen de katholieke kerk van het Westen was het celibaat sinds de vierde eeuw vooral onder de hogere geestelijkheid verplicht. Gehuwde priesters moesten hun vrouw naar een klooster sturen of afzien van de man/vrouw-relatie en verder als "broer en zuster' door het leven gaan. In 1917 werd het in de rooms-katholieke kerk definitief onmogelijk dat een getrouwde man priester wordt. Voor Grieks- en Russisch-katholieke priesters is het celibaat echter niet zonder meer verplicht.