Reed Elsevier lonkt naar VS na soepele fusie

AMSTERDAM, 18 NOV. De erfenis van Lodewijk Elsevier die te Leiden in 1580 een uitgeversmaatschappij begon, gaat op in de Nederlands-Britse combinatie Reed Elsevier. Gisteren gingen de aandeelhouders tijdens tegelijkertijd gehouden vergaderingen in Londen en Amsterdam akkoord met een fusie per 1 januari.

Vier eeuwen terug waren Lodewijk en zijn zonen al in staat opvallende tegenstellingen te overbruggen. Zij publiceerden tegelijk boeken uit reformatorische en katholieke kring (Calvijn en Magnus). Dat de familie Elsevier katholieke boeken mocht uitgeven was des te opmerkelijker omdat ook de door Rome toen zo verwerpelijk geachte Galileï (“en toch is de aarde rond”) klant was bij Elsevier.

Geheel in de traditie van het overbruggen van verschillende belangen is ook Reed Elsevier ontstaan. Zelden heeft zo'n grote fusie - het concern wordt de tiende uitgever in de wereld met dit jaar een omzet van 7,7 miljard gulden - zo weinig commotie veroorzaakt.

In Amsterdam werd gisteren door geen van de aandeelhouders bezwaar aangetekend tegen de fusie: met applaus werd unanieme steun aan het fusievoorstel gegeven. Toch waren de omstandigheden voor de fusie ongunstig. Door de val van het pond sterling werden de ruilverhoudingen na de aankondiging op 17 september grondig gewijzigd. In plaats van 11,5 procent (waarde nu circa 800 miljoen gulden) krijgt het veel grotere Reed een aandeel 5,8 procent (waarde nu ongeveer 450 miljoen gulden) in Elsevier.

Het fusieplan was zodanig dat deze ruilverhouding voor de strategie van beide bedrijven niets uitmaakte, omdat het principe van gelijkwaardigheid van partijen van tevoren was vastgelegd: alle activiteiten vallen voor de helft onder Reed en voor de andere helft onder Elsevier. De beide uitgevers blijven als houdstermaatschappijen op de beurs bestaan. Reed staat in Londen en wordt in januari ook in Amsterdam genoteerd, Elsevier staat in Amsterdam en zal ook in Londen op de beurs komen.

De toekomstige nieuwe topman van Reed Elsevier, Elsevier-bestuursvoorzitter prof. P.J. Vinken, liet gisteren een nieuw licht schijnen op zijn fusiepartner. “Wij zien Reed als een van de grootste Amerikaanse uitgevers van professionele- en business-informatie.”

Reed is altijd gezien als een Britse uitgever. Daar staat het hoofdkantoor, daar komt de meeste omzet vandaan (922 miljoen pond van de 1580 miljoen pond in 1991) en daar werken de meeste mensen (11.000 van de 18.300). Reed staat voor grote Britse publieksbladen als Country Life en Woman's Own, de kinderboeken van Winnie de Pooh, en de gellustreerde werken van Hamlyn.

Voor Vinken zijn juist die Britse publieksactiviteiten minder interessant. Hij kijkt liever naar de Verenigde Staten, waar Reed sterk is in juridische en fiscale uitgaven (Butterworth). Daar is Reed in feite een soort Amerikaanse Wolters Kluwer.

In de Elsevier-gelederen valt te beluisteren dat in die Britse sectoren saneringen zullen plaats hebben. Door het snijden in de minder rendabele Britse sectoren zal het accent op de professionele Amerikaanse uitgaven vallen. De winst van de combinatie Reed Elsevier zal dan nog sterk kunnen stijgen.

Vinken liet gisteren doorklinken dat Elsevier zonder de fusie de voorgenomen jaarlijkse groei van het bedrijfsresultaat met 15 procent waarschijnlijk niet had kunnen volhouden. “Een jaar geleden had ik dat nog wel gedacht, maar met die signalen van recessie weet ik dat niet,” aldus Vinken.

Behalve de verbetering van de rendementen van de bestaande bedrijven binnen Reed Elsevier ziet Vinken als het grote voordeel van de fusie dat hij nu door kan gaan met acquireren, met name in Amerika en in het Verre Oosten. Voor Elsevier waren er nauwelijks mogelijkheden meer.“Er zijn door Reed al contacten gelegd met partijen die zo groot zijn dat Elsevier alleen daar niet aan had kunnen denken.”

De bij andere fusies vaak geroemde "synergetische effecten' werden door Vinken gerelativeerd. “De fusievoordelen bedragen hooguit zo'n 15 en 20 miljoen pond. Dat voordeel is niet de bedoeling van de fusie. De bedoeling is dat er nieuw gewas ontstaat op de raakpunten van de bedrijven.”