Politievoorlichters boos over opmerking Kosto

ROTTERDAM, 18 NOV. Politievoorlichters reageren kribbig op de aantijging van staatssecretaris Kosto (justitie) dat zij nogal eens gekleurde, voorbarige en disproportionele berichten verspreiden. Kosto liet dit gisteren door zijn directeur-generaal wetgeving D. van Dijk zeggen op een symposium in Leiden. “Het doet aan als een jijbak” zegt de voorlichter van de Haagse gemeentepolitie S. van Woensel. “Dit is zo algemeen gesteld. Laat hij maar met voorbeelden komen.”

Kosto liet er in de toespraak op wijzen dat publiciteit een rol speelt in de strafzaak. Hij verwees daarbij naar een onderzoek van M. Wesseling waaruit bleek dat rechters de neiging hebben verdachten minder hard te straffen als er veel aandacht in de media is geweest voor de zaak. Van Woensel wijst erop dat publiciteit niet alleen door politievoorlichting wordt veroorzaakt. De media hebben daarin ook een eigen rol. Het aantal klachten over politievoorlichting is gering, aldus Van Woensel, en als er al wordt geklaagd, is dat vooral door journalisten die vinden dat ze juist te weinig informatie krijgen.

Zijn Rotterdamse collega W. de Rooij sluit zich daarbij aan. “Er zijn richtlijnen van de procureurs-generaal voor politievoorlichting. Daar houden we ons aan. Vroeger nodigden we de pers nog wel eens uit als we ergens een inval deden. Dat gebeurt tegenwoordig niet meer.” Van Woensel beaamt dat hij naar aanleiding van de richtlijnen de laatste twee jaar terughoudender is met het verstrekken van informatie, bijvoorbeeld over de identiteit van verdachten: “Ik weet niet of Kosto wel voldoende zicht heeft op de politievoorlichting.”

De Amsterdamse politiewoordvoerder K. Wilting kaatst de bal terug naar Kosto: “Dit is vanuit justitie gezegd, maar juist justitie is volgens mij te terughoudend met het verstrekken van informatie. In de elf jaar dat ik hier zit heeft de politievoorlichting zich ontwikkeld. We zijn openhartiger geworden over wat er bij de politie gebeurt. De pers mag hier rustig binnen kijken.”