"Politie moet zich bewijzen in nieuwe regiokorpsen'; Van Dijk: veiligheid van de burger moet worden verhoogd

LEIDEN, 18 NOV. Het wordt tijd dat de Nederlandse politie een goede prestatie gaat leveren, gericht op het verhogen van de veiligheid van de Nederlandse burger. Prof.dr. J.J.M. van Dijk, directeur criminaliteitspreventie van het ministerie van justitie, noemt het de beleidsboodschap bij de cijfers van een internationale slachtofferenquête die hij vanochtend presenteerde op een congres in Rome.

De waardering van de Nederlandse burger voor de misdaadaanpak van de Nederlandse politie is volgens die enquête gedaald van 58 procent in 1989 tot 50 procent vorig jaar en zit daarmee onder het Europese gemiddelde van 54,6 procent. Van Dijk noemt het niet verbazingwekkend: “Ook in de media wordt vaak gerefereerd aan de teleurstellende resultaten van de Nederlandse politie. Dat de reorganisatie van de Nederlandse politie de cijfers ongunstig heeft beïnvloed, hebben we geaccepteerd. Maar de nieuwe regiokorpsen moeten volgend jaar wel een goede start maken.”

In de slachtofferenquête, waarvoor hij samen met zijn Britse collega Pat Mayhew verantwoordelijkheid draagt, komt Nederland er niet best af. “Met name dat we met de aantallen geweldplegingen boven het Europees niveau zitten, is onaanvaardbaar”, zegt Van Dijk. “Daarvoor is geen enkel excuus in onze maatschappij met z'n welvaart en gematigde klassetegenstellingen.”

Dat het algemene misdaadcijfer opnieuw in heel Europa is gestegen, noemt Van Dijk ondermeer het gevolg van de "explosieve ontwikkeling van autodiefstallen'. Al twee jaar achtereen is er sprake van een toename met twintig procent per jaar. De oorzaak schuilt in de grote vraag in oost-Europa naar auto's uit het westen. “Als dat nog even doorgaat, worden auto's bijna onverzekerbaar”, zegt Van Dijk. “En alles wijst erop dat het door zal gaan.”

Over een andere factor die het criminaliteitcijfer heeft opgetrokken, praten we volgens de hoogleraar "over het algemeen maar liever niet'. “In heel Europa is er een probleem met de integratie van etnische minderheden. De Belgen hebben daarmee net zo veel te stellen als de Fransen, de Duitsers en wij. In Nederland is het vooral de Marokkaanse gemeenschap waarmee het in de grote steden niet goed gaat. Het aantal jongeren in Nederland neemt af, dat zou moeten leiden tot minder criminaliteit. Maar de inbreng van de Marokkanen compenseert dat volledig. Iedereen die denkt dat dit vooroordelen zijn, kan dat controleren bij de jeugdpolitie in een van de grote steden.”

Is de aard van de criminaliteit veranderd?

“Het wordt georganiseerder, gemener en geweldadiger. Ook onder de jongeren in algemene zin is er meer geweld. Het is een betrekkelijk nieuw fenomeen dat jongeren in het lager beroepsonderwijs naar school gaan met messen op zak. De geweldadigheid is voor Nederland ook de meest pijnlijke uitkomst van de slachtofferenquête. Ik denk dat daarin geen enkele Nederlander zal willen berusten.”

U beschouwt criminaliteit vooral als een zaak van jongeren?

“De eigenschappen die je nodig hebt om delicten te plegen zijn bravour, fysieke moed en risico's aandurven. Dat neemt af na je dertigste. Criminaliteit voor het leven komt bijna niet voor. Er worden bijna geen moorden gepleegd door mensen boven de dertig. Dat doen adolecenten tussen hun twaalfde en vijfentwintigste, dat is de gevaarlijke periode.”

En daarna?

“Een aantal zakt af en wordt heler of bijstandtrekker. En de enkeling die het echt heeft gemaakt in de heroïnehandel kan de rest van zijn leven kapitalist spelen. Ze beginnen als kleine zakenman, dan gaan ze in de drughandel en is er al een zekere vermenging met hun oorspronkelijke bezigheden die ze gebruiken als cover, daaarin lopen ze binnen. Na vijf jaar stoppen ze met de illegale poot van hun bedrijf. Ze hebben nog steeds geen enkel respect voor de wet, maar zijn niet meer te betrappen met een zakje heroïne.”

Leidt criminaliteitspreventie tot vermindering van de misdaad of alleen maar tot verschuivingen?

“Heel veel criminaliteit is jongeren gedrag. Als je de drempels verhoogt zal daarom de opportunistische criminaliteit afnemen. Nu is het zo dat de omgeving de kansen biedt, dan bezwijken er veel mensen voor de verleiding. Zeker als ze geen alternatieve beroepsmogelijkheden zien. Wat overblijft zijn de desperado's die er erg veel geweld instoppen en de supercriminelen met een hoog opleidingsniveau.

Bestaat er bij uw directie op het ministerie een inzicht in mogelijke verschuivingen van criminaliteitspatronen?

“Zo planmatig werken wij nog niet. De verbanden zijn daarvoor nog te vaag. Bovendien wordt er in Nederland nog veel te weinig gedaan aan preventie. Het aantal huizen bijvoorbeeld met een inbraakalarm is relatief laag, vergeleken met andere Europese landen terwijl het inbraakcijfer relatief hoog is. Verzekeraars stellen alleen voor huizen boven de vijf ton speciale eisen, daar zie je het aantal inbraken ook wat dalen. Maar de middeklasse is een inbrekersparadijs.”

“Velen hebben nog steeds grote moeite met de eigen verantwoordelijkheid bij misdaadpreventie. Bij iedere vergadering van bedrijven die bijvoorbeeld overwegen samen hun industrieterrein via een particuliere beveiligingsdienst extra te beveiligen, staan er ondernemers op die in grote woede ontsteken en om meer politie roepen, want die is daar toch voor. Dat is een misvatting zo is het nooit geweest. Die gedachte is opgekomen in de jaren zestig bij de groei van de verzorgingsstaat.”

Zo'n particulier initiatief neemt de politie toch werk uit handen?

“Surveillance door een particuliere beveiligingsdienst voorkomt voor de politie vele malen uitrijden bij een loos alarm. Daardoor hebben ze dan meer tijd om te patrouilleren in ouwe wijken. Als ondernemers voor hun eigen veiligheid betalen, kan de publiekspolitie opkomen voor de sociaal zwakkeren.”

Ziet u voor Nederland een ontwikkeling zoals in de Verenigde Staten waar hele villawijken op deze wijze worden beveiligd?

“De particuliere alarmcentrales gaan een enorme toekomst tegemoet. Rond de eeuwwisseling zijn wij allemaal aangesloten bij zo'n centrale. De alarmopvolging die daarbij hoort, is voor de politie heel effectief, ze hoeven alleen maar te komen als het raak is.”

    • Hidde van der Ploeg