Politici ontkennen, bang voor reacties

Het "illegalendebat' is uitgemond in een discussie over de vraag of Nederland een immigatieland is. Minister Pronk (ontwikkelings- samenwerking) zegt ja, CDA-fractieleider Brinkman zegt nee. Vandaag de eerste aflevering in een korte serie vraaggesprekken over "Nederland immigratieland'. Arriën Kruyt: "Er is geen land zonder illegalen.'

AMSTERDAM, 18 NOV. “Nederland is al jaren een immigratieland, maar een immigratiebeleid hebben we niet”, zegt Arriën Kruyt, tot voor kort directeur van het Landelijk Bureau Racismebestrijding. “Politici ontkennen ten onrechte dat we een immigratieland zijn, uit angst voor een negatieve reactie van de kiezers. Op het moment dat je deze fictie loslaat, kun je profijt trekken van de immigranten. We zouden daarom, net als Canada en Nieuw-Zeeland, de immigratie moeten reguleren.”

Een immigratiebeleid is volgens Kruyt iets anders dan iedereen maar toelaten. “Je moet natuurlijk niet naar Turkije en Marokko gaan en daar van de daken schreeuwen: "Wij zijn een immigratieland'. Immigratie bevorderen, dat zou ik ook zeker niet willen bepleiten. Wel moet je precies definiëren wat je onder een immigratiebeleid verstaat en wat je daarmee wilt. Het betekent in de eerste plaats dat je vaststelt wie je nodig hebt, gelet op de economie en de demografie: Nederland heeft behoefte aan immigranten door de vergrijzing van de bevolking. Ten tweede, als je mensen toelaat, moet je ze minimaal de Nederlandse taal leren. Daarin schieten we nu enorm tekort.”

Kruyt is het niet eens met het idee van minister Pronk (ontwikkelingssamenwerking) om een tijdelijke verblijfsvergunning te verlenen aan buitenlanders die een baan hebben, bijvoorbeeld in de tuinbouw of de schoonmaakbranche. “Dat suggereert dat immigranten komen en weer weggaan, zoals ook twintig jaar geleden werd gedacht toen we nog spraken van "gastarbeider'. Maar zo werkt het niet. Werkgevers en werknemers hebben er belang bij dat immigranten langer blijven.” En het probleem van de illegalen schaf je er niet mee af, aldus Kruyt. “Dat schaf je nooit af. Er is geen land zonder illegalen. De economie is nu eenmaal hardnekkiger dan regelingen.”

Kruyt wijst er nog eens op dat het Nederlandse toelatingsbeleid restrictief is. “De verhalen dat Nederland iedereen maar toelaat, zijn absoluut niet waar. Het is niet makkelijk Nederland binnen te komen. Veel aanvragen voor een verbijfsvergunning worden door Justitie geweigerd, met als eerste woorden: Overwegende dat Nederland geen immigratieland is...”

Er zijn op dit moment in Nederland ongeveer 700.000 à 800.000 immigranten, van wie zo'n 190.000 Turken en 160.000 Marokkanen. Een buitenlander die vijf jaar in Nederland woont, heeft het recht de Nederlandse nationaliteit aan te vragen. Kruyt: “In Nederland is de immigratie pas goed op gang gekomen midden jaren zeventig. Eerder was het ook niet nodig, want er waren grote gezinnen. In de ons omringende landen begon de immigratie eerder en daar zijn dan ook meer immigranten. Hier ligt het percentage tussen de zes en zeven procent van het totaal aantal inwoners. In België en Frankrijk ligt dat veel hoger. In Zwitserland ligt het zelfs op 18 procent.”

Kruyt wijst erop dat dezelfde discussie die nu in Nederland wordt gevoerd ook in andere Europese landen speelt. “In België en Duitsland wordt over het belang van een immigratiebeleid gediscussieerd en ook het Europees parlement is ermee bezig. Immigratie is geen Nederlands, maar een West-Europees vraagstuk. Je moet dan ook niet spreken van "Nederland immigratieland', maar "West-Europa immigratiegebied'.”