Nederlandse consument somber over economie

ROTTERDAM, 18 NOV. De Nederlandse consument is door alle berichten over de valuta-crisis en recessie-achtige verschijnselen van de afgelopen maanden een stuk somberder geworden over de economische vooruitzichten. Het Centraal Bureau voor de Statistiek meldt dat de index voor het vertrouwen van de consument - na een nog aarzelende daling in de maanden augustus en september en een vermindering met vier punten in oktober - vorige maand is gekelderd met zeven punten tot 80. Die index bedraagt minimaal nul en maximaal 200 punten.

Tegelijkertijd publiceerde het CBS cijfers over dalende import- en exportwaarden in de eerste drie kwartalen van dit jaar en een achteruitgang van de industriële produktie in het derde kwartaal.

Vooral de opvattingen over de algemene economische situatie zijn sterk pessimistischer geworden, blijkt uit het "Consumenten-conjunctuuronderzoek' van het CBS. Maandelijks stellen de nationale statistiekmakers, die ressorteren onder het ministerie van economische zaken, vragen aan duizend geselecteerde Nederlanders die een goed gemiddelde representeren. Een index van 100 punten in het consumentenvertrouwen betekent dat de ondervraagden met een positieve en die met een negatieve beoordeling van de nationale huishouding elkaar precies in evenwicht houden. De score van 80 in november geeft dus een duidelijke negatieve waardering aan.

Uit twee vragen over de algemene economische situatie wordt op vergelijkbare wijze de index van het economisch klimaat samengesteld. Uit drie vragen over de stand van zaken in het eigen huishouden wordt de index van de kooplust berekend. De eerste index daalde vorige maand met 16 punten tot 51, het laagste niveau sinds januari 1983, en bevindt zich sinds juli 1992 (77 punten) in een duidelijk dalende lijn.

De tweede index, over de privé-situatie van de gemiddelde Nederlander en zijn koopbereidheid, ziet er iets beter uit. Hier trad sinds augustus een daling op van zes punten. Maar het slinkende algemene vertrouwen in de economie komt ook tot uitdrukking in een ander resultaat van het onderzoek: de vooruitzichten voor de werkgelegenheid. Sinds oktober 1983 is dat aspect van het vertrouwen niet zo negatief geweest als nu. In november verwachtte 77 procent van de ondervraagde burgers dat de werkloosheid in Nederland de komende 12 maanden zal stijgen, tegen 58 procent in oktober.

In het derde kwartaal van dit jaar registreerde het CBS een vermindering van de industriële produktie, voor seizoensinvloeden gecorrigeerd, met 0,7 procent vergeleken met het tweede kwartaal. De eerste twee kwartalen was de produktie nog met respectievelijk 2,6 en 0,3 procent gestegen. Gemeten over de eerste negen maanden van dit jaar deed de industrie het echter heel aardig, met een groei van de gemiddelde dagproduktie met 0,8 procent vergeleken met dezelfde periode vorig jaar.

De Nederlandse invoer daalde gedurende de eerste drie kwartalen met 1 procent tot een waarde van 174,1 miljard gulden. De export, essentieel voor de industrie, gaf een iets beter beeld te zien: een stabilisering. De totale waarde van de uitvoer bereikte een waarde van 184,6 miljard gulden, tegen 184,8 miljard gulden in de eerste negen maanden van 1991.

Een duidelijke daling deed zich voor in de waarde van energiedragers en energieprodukten, als gevolg van de dalende olieprijzen. Hier tekende zich een daling met 12 procent af bij de invoer tot 15,5 miljard en bij de export zelfs een daling met 16 procent tot 16,6 miljard gulden vergeleken bij de eerste negen maanden van vorig jaar.