Kalmpjes aan

DE TOT DUSVERRE ietwat potsierlijke Westerse maritieme aanwezigheid voor de kust van Joegoslavië krijgt tenslotte toch nog betekenis.

In een poging de per 31 mei dit jaar afgekondigde sancties tegen rest-Joegoslavië werkelijk effectief te laten zijn, heeft de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties lidstaten opgeroepen via aanhouding en inspectie van transporten bestemd voor Servië en Montenegro een sluitende blokkade in te stellen. De Donau en de aanvoerwegen over land zullen worden overgelaten aan de buurlanden, voor de zeeblokkade komen de al maanden ter plaatse aanwezige marines in aanmerking. Met name de aanvoer van brandstof zal het doelwit van het embargo zijn.

Het is niet helemaal duidelijk hoe de zeeblokkade zal worden opgezet. Totnutoe functioneerden NAVO en WEU (Westeuropese Unie) als nevengeschikte paraplu's waaronder voor een deel dezelfde landen schuilden. Ieder het zijne was het motto, de doelmatigheid van de operatie hoefde immers niet op de proef te worden gesteld. De aankondiging van de Verenigde Staten dat zij een belangrijk aandeel in de blokkade opeisen, wekt de indruk dat de marine-autoriteiten van dat land opnieuw het voortouw nemen als het menens wordt. Dat was in de Golf zo en dat herhaalt zich in de Adriatische Zee. Voor de tekenaars van het toekomstige Europese militaire organigram alweer een feit van hoge aandachtswaarde.

ER BLIJVEN vanzelfsprekend nog wel een paar politieke en douanetechnische noten te kraken. De buurlanden bijvoorbeeld hadden ook zonder de laatste uitspraak van de VN de internationale sancties serieus kunnen doorvoeren. Dat hebben zij niet gedaan met als gevolg dat de bewoners van Belgrado en omgeving al die tijd tegen de internationale gemeenschap een lange neus hebben kunnen maken. De druk wordt nu wel opgevoerd, maar de spontane bereidheid om de Serviërs echt aan te pakken is er niet. Het is de reactie van buurtbewoners die, in de wetenschap dat de politie niet alom tegenwoordig is, hun mond houden over de kwajongens die de straat onveilig maken. En bovendien is er met de sluikhandel een aardige stuiver te verdienen. En dat blijft zo.

Er zal ook een inspanning worden gedaan om een einde te maken aan het zogenoemde transitovervoer. De door Serviërs veroverde gebieden in Bosnië en Kroatië vallen niet onder het embargo. Niets is eenvoudiger dan goederen een bestemming te geven in deze streken en ze op doorreis door Servië zelf te laten verdwijnen. Die inspanning komt dan ook rijkelijk laat. Het instellen van sancties die zo gemakkelijk en zo grootscheeps worden ontdoken als die tegen rest-Joegoslavië is een aanfluiting geweest. Maar de internationale autoriteiten wekken nu de indruk dat zij zich van die gotspe langzamerhand bewust zijn geworden.

TEGEN DE ACHTERGROND van de bloedige oorlog in Bosnië, de moord- en martelpraktijken, de uithongering en uitdrijving van honderdduizenden is de wijze waarop en het tempo waarin de VN opereren op zijn zachtst gezegd aanvechtbaar. De aanhoudende en zinloze sessies met de verantwoordelijken om zogenaamde wapenstilstanden te bereiken en verdelingsplannen op te stellen verstrekken de daders een schijn van rechtmatigheid die hen sterkt in hun mensonterende praktijken. De poging tot economische wurging van de Servische krijgsheren was lange tijd zo zwak dat zij er met minachting op konden reageren. Mogelijk komt daarin nu, weliswaar kalmpjes aan, verandering.

Voor de duizenden doden en mishandelden, voor de talloze opgejaagden die al hun bezittingen hebben verloren, is het overigens te laat. Daaraan valt niets meer te wijzigen.