Effect embargo twijfelachtig

De NAVO en de Westeuropese Unie nemen waarschijnlijk nog deze week een beslissing over de uitvoering van resolutie 787 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, waarin tot een verscherping van de economische strafmaatregelen tegen Klein-Joegoslavië (Servië en Montenegro) is besloten. De ambassadeurs van de NAVO-landen vergaderen vandaag over het onderwerp, militaire deskundigen van de WEU morgen en de ministers van buitenlandse zaken en defensie van de WEU-landen komen vrijdag bijeen in Rome. Maar of de maatregelen effect sorteren blijft twijfelachtig.

Marine-eenheden van de WEU en de NAVO patrouilleren al sinds de zomer in de Adriatische Zee om verdachte scheepsbewegingen te signaleren. De NAVO heeft permanent vier of vijf schepen in het zeegebied, terwijl de WEU-landen er nog eens twee of drie hebben. De schepen worden regelmatig afgelost, waarbij de deelnemende landen rouleren. De samenwerking tussen de twee vloten, die regelmatig onderling van positie verwissellen, is niet optimaal, aangezien de regelmatig optredende rivaliteit tussen de twee veiligheidsorganen zich ook hier doet gelden. Wegens het beperkte karakter van de missie - alleen signaleren - geeft dat in de praktijk echter weinig problemen. In totaal zijn nu 3.300 scheepsbewegingen gecontroleerd, waarvan er zeventig als verdacht zijn aangemerkt: daarbij ging het om het vervoer van verboden goederen naar of van Servië.

Een Franse militaire woordvoerder verklaarde tegenover het persbureau AFP dat een scherpere controle alleen uit te voeren is als er een betere coördinatie tot stand wordt gebracht tussen de twee organisaties. Want de bevoegdheden die de schepen nu hebben gekregen door de maandag aangenomen resolutie van de Veiligheidsraad zijn aanzienlijk groter geworden. Personeel van de marineschepen mag zowel op volle zee als in territoriale wateren aan boord gaan van verdachte schepen. Als schepen geen gehoor geven aan andere signalen, dan morgen de marineschepen schoten voor de boeg van het betrokken schip geven, variëren van driehonderd via tweehonderd naar honderd meter voor de boeg. Eenmaal aan boord mogen de marinemensen een onderzoek instellen naar de lading en de papieren. In het ernstigste geval kan een schip onder gewapende begeleiding naar een haven worden gebracht.

Hoe spectaculair het enteren van een vrachtschip ook mag zijn, het blijft de vraag in hoeverre het daadwerkelijke toezicht op de Adriatische kust ook werkelijk zal leiden tot een stopzetting van de illegale aanvoer van strategische goederen als olie, kolen, staal, rubber, vliegtuigen en motoren naar Servië. Westerse militaire bronnen houden het erop dat het meeste materiaal dat Servië niettegenstaande het embargo bereikt, via de weg en over de Donau wordt aangevoerd. De vraag is dan ook in hoeverre buurlanden als Roemenië en Bulgarije ernst zullen willen maken met hun toezeggingen, die gisteren nog eens werden herhaald in Boedapest tijdens de vergadering van de Donaucommissie die negen lidstaten telt. Roemenië heeft al om extra patrouilleboten gevraagd voor controle op de rivier, terwijl Bulgarije verscherping van het toezicht bij de grens aankondigde. Gisteren signaleerde een correspondent van het persbureau Reuter nog een rij vrachtwagens aan de Bulgaars-Servische grens.