Dubrovnik hoopt op hulp VN

DUBROVNIK, 18 NOV. Meer dan driehonderd gebouwen in Dubrovnik zijn de afgelopen maanden door het Joegoslavische federale leger zeer zwaar beschadigd geraakt. Negen gebouwen zijn tot de grond toe afgebrand. Bijna alle panden van de stad zijn in meer of mindere mate door granaatscherven getroffen. Ook de zware laat-Middeleeuwse stadsmuren en de St. Blasius-kathedraal hebben zwaar te lijden gehad.

Inmiddels is een begin gemaakt met de eerste herstelwerkzaamheden. Voorlopig is ruim tien miljoen dollar nodig voor de ergste schadegevallen. De stad hoopt dat de Verenigde Naties dit geld ter beschikking stellen. De kosten zijn laag geraamd, omdat “het arbeidsloon hier tot het niveau van Bangladesh is gedaald”, aldus directeur Letunic van het Instituut voor de restauratie van Dubrovnik.

Voor herstel van de monumenten in particulier bezit zullen de eigenaren zelf geld moeten lenen. Men vreest dat zij wegens de hoge kosten daarbij geen authentieke materialen of technieken zullen gebruiken, zodat het historische stadsbeeld nu verstoord dreigt te worden. Tot het uitbreken van de burgeroorlog in Joegoslavië hield het stadsbeheer er strenge restauratie-regels op na.

De meeste monumenten van Dubrovnik, dat nog steeds onder bereik ligt van de Servische artillerie, dateren uit de zeventiende eeuw. Na een zware aardbeving in 1669 moest de stad-staat grotendeels worden herbouwd. Ook nu zal een aantal monumenten volledig gereconstrueerd moeten worden. Deze kosten zijn niet in de voorlopige raming van tien miljoen dollar inbegrepen. In sommige gevallen hebben constructie en fundamenten van gebouwen zo te lijden gehad van de beschietingen, dat ze onmiddellijk zullen instorten als zich in dit gebied een aardbeving zou voordoen, wat, volgens berekeningen, eens per 28 jaar het geval zal zijn.