De 15de-eeuwse fontein van Dubrovnik is nu een groot, zwart gat

DUBROVNIK, 18 NOV. De donderende klappen van vandaag zijn echte donder in de bergen achter Dubrovnik. Toch klinkt af en toe een gilletje: menige inwoner van deze van oorsprong 13de-eeuwse stad-staat aan de Adriatische zee schrikt als de bliksem zich laat horen. Want in juli van dit jaar vielen er nog zware 155-mm granaten van het Joegoslavische leger op de historische binnenstad. Binnen de stadsmuren heeft Dubrovnik er sinds september, toen de Serviërs en Montegrijnen met hun offensief in dit deel van Kroatië begonnen, in totaal zo'n tweeduizend te verwerken gekregen.

De vijandelijke troepen, de eerste die Dubrovnik in zijn lange geschiedenis daadwerkelijk hebben aangevallen, hebben zich deze zomer teruggetrokken, de gedachte dit stuk Kroatië als een "onafhankelijke republiek Dubrovnik' bij hun nieuwe federale Joegoslavië te voegen met zich meevoerend. Gebleven is de schade aan de ommuurde historische binnenstad van Dubrovnik. Bijna geen kerk, woonhuis of ander monument in deze oogverblindend mooie binnenstad, of men ziet er de stervormige sporen van granaatscherven op. Ook de Stradun, de hoofdstraat van het stadje met zijn karakteristieke grote stenen, vertoont de sporen van granaten. Met asfalt zijn ze provisorisch opgevuld.

De kosten van restauratie komen op 10,5 miljoen dollar, schat Bozo Letunic, directeur van het Instituut voor de restauratie van Dubrovnik. Het cijfer komt voor in het concept-actieplan dat de stedelijke overheden van Dubrovnik zojuist hebben opgesteld in samenwerking met de Unesco, de culturele poot van de Verenigde Naties. Waar het geld vandaan moet komen, ligt voorlopig nog even in de schoot der goden. Letunic hoopt uit de kassen van de Unesco, die Dubrovnik eerder tot "erfdeel der mensheid' heeft uitgeroepen. De Unesco was de afgelopen jaren de motor achter een negentig miljoen dollar kostend restauratieproject in Dubrovnik, dat erop gericht was de gevolgen van de zware aardbeving van 1979 te boven te komen en de structuur van tal van gebouwen zodanig te versterken, dat de stad bij een volgende aardbeving niet ernstig verwoest zal worden.

De Kroatische regering in Zagreb, die het beleg van Dubrovnik vorig jaar uitvoerig propagandistisch exploiteerde in haar streven naar internationale erkenning maar weinig deed om de stad voor schade te behoeden - een gang van zaken die onder de inwoners van Dubrovnik voor gemengde gevoelens zorgde - heeft al laten weten voor de restauratie van de schade geen geld te hebben.

Eigenaren van monumenten - een derde is van de staat, een derde van de katholieke kerk en nog een derde is in privé-handen - kunnen tegen gunstige voorwaarden kredieten opnemen voor het herstel van hun huis, net als andere bewoners in de oorlogsgebieden van Kroatië. Dat is alles. Voor de meeste huiseigenaren is het te weinig, meent de directeur van het Instituut voor de restauratie van Dubrovnik. “Vanwege het geringe comfort van de huizen zijn de meeste bewoners van de huizen in de binnenstad minder vermogenden”.

Wandelend door de nauwe straatjes van het oude Dubrovnik komt men de sporen van het bombardement bij elke stap tegen. Bijna geen pand zonder de sporen van granaatscherven, van de tweeduizend granaten hebben er zich 317 in gebouwen geboord, de zogenaamde voltreffers. Negen gebouwen, "palazzo's', zijn tot de grond toe afgebrand, vier gedeeltelijk. In de 15de-eeuwse Onofrio-fontein, een van de oudste constructies van Dubrovnik, gaapt een groot, zwart gat. Ook bij de St. Blasius-kathedraal zijn twee granaten door het dak naar binnen gevallen.

Soms is de schade zichtbaar: bij zeventig procent van alle panden zijn de dakpannen in het ongerede geraakt of beschadigd. Met nylon en andere provisoria heeft men de gaten zolang weten te dichten. Soms is de schade onzichtbaar, zoals bij panden waar zware projectielen zich door diverse muren hebben geboord en zo de constructie van het gebouw hebben ondermijnd. Zij zullen, als er niets gebeurt, instorten bij de volgende van de zware aardbevingen, die Dubrovnik - statistisch gezien - eens per 28 jaar treffen. Schade ook aan de kruisgang en de hof van het Franciscaner klooster, en de stadsklokketoren is eveneens geraakt. Mobiele bezittingen, zoals schilderijen en beeldhouwwerken, heeft men destijds elders kunnen onderbrengen.

Ook de zware stadsmuren van het oude Dubrovnik, berekend op pijl en boog en enkele kanonskogel, maar niet op moderne artillerie, hebben zwaar geleden. De Unesco schat in het "actieplan' de kosten van hun herstel op 42.828 dollar. Alom zijn aan de gevels kleine sculpturen en andere gevelornamenten naar beneden gekomen en voorzover de ramen niet zwart geblakerd zijn door brand, zijn toch in ieder geval de ruiten gesprongen.

“Die tien miljoen is maar een getal”, aldus directeur Letunic. “De gebouwen die herbouwd moeten worden zijn eigenlijk verloren gegaan, er kan alleen een kopie komen. Wie kan het verlies van een verloren gebouw calculeren?” Dat de kosten van restauratie niet veel hoger worden geraamd is, volgens Letunic, voornamelijk een gevolg van het feit dat in Kroatië door de oorlog en de economische crisis “het arbeidsloon tot het niveau van Bangladesh is gedaald”.

Wat blijft, ook op deze treurige onweersdag, is de grote schoonheid van het oude Dubrovnik, die weinigen onberoerd heeft gelaten die de stad ooit hebben gezien. De meeste bouwwerken dateren van na 1669, toen de stad-staat, destijds Ragusa geheten, na een aardbeving bijna volledig moest worden herbouwd. Ragusa kon zich toen in aanzien met Venetië meten en de veelal uit Italië afkomstige architecten schiepen volgens een streng stedelijk bouwreglement een kleinschalig, coherent geheel in barok-stijl dat tot op de huidige dag vrijwel intact is gebleven. Het ontbreken van meer moderne gebouwen is een gevolg van de neergang van Ragusa, dat na de Napoleontische oorlogen aan het begin van de 19de eeuw Oostenrijks werd en zodoende later tot Joegoslavië en Kroatië kwam te behoren.

Een dezer dagen zullen over de weg 270.000 dakpannen aankomen, een eerste geschenk van de Unesco ter waarde van 200.000 dollar, maar nog maar een deel van de 540.000 benodigde dakpannen. Ze komen uit Toulouse, want daar staat een fabriek die dakpannen in de stijl en de kleur van Dubrovnik kon vervaardigen. Bij het Instituut voor de restauratie van Dubrovnik is men een beetje bezorgd dat de bewoners bij de herstelwerkzaamheden geen authentieke materialen of technieken zullen gebruiken, zodat de nu juist onder beheer van Unesco veilig gestelde coherentie van het monument-Dubrovnik zal worden verstoord. Maar de economische crisis, hoopt de directeur, maakt het misschien makkelijker dan in vroeger jaren lokale werkkrachten voor het stadsherstel te vinden.

De mooiste gevels, standbeelden en gebouwen van het oude Dubrovnik zijn inmiddels nog steeds door houten schotten aan het oog onttrokken en ofschoon de schietgrage belegeraars van de heuvels rond de stad verdwenen zijn, is het moment nog niet gekomen, ze definitief weg te halen. Dubrovnik ligt bijvoorbeeld nog onder het bereik van Servische artillerie in Trebinja, in het binnenland van Herzegovina. De legerleiders daar dreigden nog deze maand Dubrovnik weer te beschieten als vergelding voor een Kroatisch offensief in hun gebied.

Is de schade die we nu zien en die de Unesco heeft berekend wel de definitieve schade aan de "parel van de Adria'?. “Zeker kunnen we niet zijn, al lijkt de verovering van Dubrovnik nu wel afgewend”, meent Lekutic. “Als er nog granaten komen, denk ik, dan zullen ze vermoedelelijk minder precies tegen de historische binnenstad gericht zijn”.

    • Raymond van den Boogaard