CDA vreest calculerende weduwen; De bestaande wet voldoet niet aan eis gelijke behandeling

DEN HAAG, 18 NOV. Calculerende weduwen en weduwnaars houden de Eerste Kamer en staatssecretaris Ter Veld van sociale zaken op het ogenblik heftig bezig. De vraag of samenwonen zomaar met het huwelijk gelijk kan worden gesteld, is voor de CDA-fractie zo prangend, dat zij invoering van de nieuwe Algemene Nabestaandenwet, die 1 januari 1993 zou ingaan, wil uitstellen. Tot grote schrik van Ter Veld die vreest voor een vertraging van zeker een jaar.

De Algemene Nabestaandenwet (ANW) moet als volksverzekering de Algemene Weduwen- en Wezenwet (AWW) vervangen. Weduwen en weduwnaars zullen het aan hun uitkering merken: die wordt, na verloop van tijd, in veel gevallen verlaagd. De Tweede Kamer is met de nieuwe wet eerder dit jaar akkoord gegaan.

Wordt de ANW een jaar uitgesteld, dan kost dat in 1993 20 miljoen, in 1994 180 miljoen en in 1995 255 miljoen gulden. Om dat geld op te brengen zou belastingbetalers een hogere ANW-premie in rekening moeten worden gebracht, waardoor de lastendruk zou toenemen en dus de koopkracht van de burger worden aangetast. Met het oog op de huidige economische vooruitzichten is dat “volstrekt onverantwoord”, vindt Ter Veld. Een andere mogelijkheid is andere uitkeringsgerechtigden dan weduwen of weduwnaars “een financieel offer” te vragen. “Ik heb daar grote moeite mee”, heeft de staatssecretaris de Eerste Kamer laten weten.

De CDA-fractie vertoont op dit moment niet de neiging te zwichten voor de argumenten van Ter Veld, zegt het Eerste-Kamerlid T. Bot-Van Gijzen. Dat de bewindsvrouw al een bezuiniging heeft ingeboekt voor een wet die nog niet door het hele parlement is aangenomen, is toch vooral háár probleem, zo valt uit Bots woorden op te maken.

Een belangrijke aanleiding om de AWW door de ANW te vervangen is de eis te voldoen aan de gelijke behandeling van mannen en vrouwen. Anders dan bij de invoering van de wet in 1959 de bedoeling was, hebben dank zij rechterlijke uitspraken ook weduwnaars sinds 1988 recht op een uitkering gekregen. Steen des aanstoots voor de CDA-fractie is echter het feit dat gehuwden en samenwonenden zonder meer aan elkaar gelijk worden gesteld. De nabestaande van een ongehuwde partner krijgt recht op een uitkering. De andere kant van de medaille is dat de weduwe of weduwnaar die met een nieuwe partner ongehuwd gaat samenwonen de uitkering, anders dan nu, verspeelt.

De CDA-fractie in de Eerste Kamer meent dat het kabinet eerst maar eens een standpunt moet innemen over het advies dat de Commissie-Kortmann in februari van dit jaar over leefvormen heeft uitgebracht. Deze commissie vindt dat samenwonenden zich bij de gemeente moeten laten registreren, als ze in aanmerking willen komen voor de rechten (en plichten) die voor gehuwden gelden. Het CDA ziet veel in dit advies, dat overigens consequenties heeft voor vrijwel de gehele sociale zekerheid.

De CDA-senatoren laken vooral de fraudegevoeligheid van de nieuwe wet. Hoe is zonder voorafgaande registratie na te gaan of een weduwe of weduwnaar met een partner heeft samengewoond en terecht aanspraak maakt op een ANW-uitkering? Ter Veld is het eens met de stelling dat bij een objectief criterium als registratie de wet eenvoudiger is uit te voeren. Maar of een vrijwillige registratie, zoals de Commissie-Kortmann voor ogen staat, ook tot een eerlijker maatschappij leidt, betwijft zij.

Ter Veld is bang voor de "calculerende burger', die zich als samenwonende zal laten registreren als het hem of haar uitkomt, en het juist zal laten als dat bijvoorbeeld tot een lagere uitkering leidt. Wie de burger de mogelijkheid van vrijwillige registratie biedt, staat hem ook toe dat niet te doen. De weduwe of weduwnaar die gaat samenwonen zal registratie nalaten, maar twee mensen die - al dan niet feitelijk - samenwonen zullen zich met het oog op een toekomstige uitkering juist wel laten inschrijven. Ter Veld wijst op de gevolgen die registratie als bewijsmiddel zou hebben voor een andere sociale wet: de AOW. Een alleenstaande 65-plusser krijgt een uitkering van 70 procent, een getrouwde of samenwonende 50 procent. Ook de bijstandswet gaat uit van lagere uitkeringen bij (al dan niet gehuwd) samenwonen.

Dus, redeneert de staatssecretaris, gaat het om de materiële situatie. De nabestaande die aanspraak maakt op een uitkering moet aantonen dat hij of zij heeft samengewoond, bijvoorbeeld door middel van een gezamenlijk huurcontract of een inschrijving in het bevolkingsregister op hetzelfde adres. Omgekeerd wordt het de taak van de Sociale Verzekeringsbank de weduwnaar die (weer) gaat samenwonen en dat niet opgeeft, op te sporen teneinde hem zijn uitkering af te nemen.

Het CDA worstelt ook nog met een ander dilemma binnen dit segment van de verzorgingsmaatschappij. Samenwonende bloedverwanten in de eerste en tweede graad, dus bijvoorbeeld broer en zus, zijn uitgesloten van een nabestaandenuitkering. Waarom eigenlijk? Wat is materieel het verschil met twee niet-bloedverwanten die met elkaar samenwonen, de kosten delen, maar overigens "niets' met elkaar hebben? Ter Veld geeft toe dat dit een probleem is dat later wellicht tot een wetswijziging moet leiden. Ze herinnert meteen aan de andere kant van de medaille: de weduwe die met haar broer, zus, vader of moeder gaat samenwonen, verliest haar uitkering.

Of het CDA toegeeft aan zijn neiging de behandeling van het wetsvoorstel uit te stellen zal volgende week in de Eerste Kamer blijken. Actiegroepen als "Weduwen in de Kou' die protesteren tegen de verlaging van de uitkeringen, wachten in spanning af.