Besnijdenis

Het besnijdenisfeest is een van de hoogtepunten in het Marokkaanse bestaan. Misschien denkt het slachtoffer er anders over, maar dat verandert wel als hij zèlf vader is geworden.

De besnijdenis is een oeroude Semitische traditie. De betekenis is niet alleen van hygiënische aard, maar ook een uiting van onderwerping aan Allah, in navolging van Ibrahim, die zich als eerste liet besnijden. Het duidt eveneens op een streven naar vervolmaking, "ihsan'.

Zoals later duidelijk wordt, is dit feest een dure grap. Er wordt dan ook langdurig voor gespaard. In tegenstelling tot de joden, die op de tiende dag na de geboorte besnijden, doen de moslims het op wat latere leeftijd, tussen het zevende en negende jaar. In verband met de kosten gaan vaak twee jongens tegelijk onder het mes.

Vorige week waren de twee zonen van mijn oudste zwager aan de beurt. Ik had gerekend op een gedetailleerd verslag van mijn vrouw, die met haar moeder en een zuster de familie van vaderszijde vertegenwoordigde. De besnijdenis is namelijk een vrouwenfeest. De mannen komen ook wel, apart van de vrouwen bij elkaar om - hoe kan het anders - lekker te eten. Dit bleek niet noodzakelijk. De gehele affaire was op videotape vastgelegd, iets wat in de hele Arabische wereld steeds meer gebruikelijk wordt.

Het feest begint ten huize van de ouders, 's middags om een uur of vijf. De twee jongetjes zijn als prinsjes uitgedost, in pakjes die mij nogal Turks aandoen. Ik denk dat Egypte in dit soort zaken de toon aangeeft en uit de Mamelukkentijd zijn veel Turkse invloeden overgebleven. Er is een groep van tussen de zestig en tachtig vrouwen en kinderen aanwezig.

Nu komt de muziek binnen, een soort fanfare op zijn maghribijns, de "joujouka': twee trompetten, een snaartrommel, grote trom en bekkens. Het ontbreekt de Marokkanen aan het harmonisch inzicht van de Europese muziek. De trompettisten vind ik matig, maar de drummers zijn superb. Het ritme is loeiend strak, op deze drummers kun je een precisie-uurwerk gelijk zetten.

Buiten staat een koetsje gereed voor het ouderpaar, en - in dit geval - twee paarden. De twee nazaten van Ibrahim worden in volle glorie voorop het paard genomen en de stoet zet zich in beweging naar de moskee. De hele buurt loopt natuurlijk uit. Alle kinderen op straat lopen met de muziek mee, terwijl de vrouwen dansend en kreten slakend het geheel omlijsten.

Nu dan zou de eigenlijke besnijdenis moeten volgen. Steeds meer mensen stellen het echter uit en laten het in een ziekenhuis doen door een chirurg, onder plaatselijke verdoving.

De traditionele manier komt natuurlijk nog heel veel voor. Niet iedereen kan het ziekenhuis betalen. Het is dus weer, zoals altijd, een statuskwestie.

De besnijder, de "majar' doet het zonder verdoving; hij heeft hiervoor een vlijmscherp mesje of schaartje. Het kind wordt in de houdgreep genomen en voor hij het weet is hij zijn voorhuidje kwijt. Het gaat razendsnel en efficiënt, en dat is maar goed ook, want meestal is het slachtoffertje wel lekker gemaakt met verhalen over het feest en het paard, maar niet op de hoogte van de eigenlijke gang van zaken. Oudere broertjes met kennis van hoed en rand, pesten soms het jonge grut: “Wacht maar af, jongetje!” Voor het hoogtepunt zijn de kinderen vaak al over hun toeren van alle drukte en vallen na de besnijdenis van vermoeidheid in slaap. Vroeger werd de wond afgekoeld met een papje van pijnstillende kruiden; tegenwoordig brengt de apotheek uitkomst.

Omdat de huizen te klein zijn om alle feestgangers te herbergen, huurt men een feesttent af, die 's morgens wordt opgezet.

Nu de zaken afgehandeld zijn, kan het echte feest beginnen. Het recept is oeroud en verveelt nooit: er wordt gegeten, gezongen en gedanst. De volgende dag brengt mijn vrouw voor mij eten mee dat ze heeft laten wegzetten: de verrukkelijke "bastella' (pastei): gevulde duif of kip in bladerdeeg.

De opzwepende muziek van de joujouka gaat uren door. Soms als ik 's nachts niet kan slapen, zoek ik mijn strategische positie op het dak op. Bijna altijd hoor ik wel uit een van de windstreken het snerpende gejammer van violen, afgewisseld met gezang van besnijdenisliederen. Om drie uur houdt het op.

De hanen nemen het bewind over, een minuut of tien later gevolgd door de "azan', die de vromen oproept tot het ochtendgebed.

    • Arie Visser