Aanstichter "Irakgate' verdacht van meineed

LONDEN, 18 NOV. Alan Clark, de ex-staatssecretaris die het bestaan van door de regering gesanctioneerde, maar formeel illegale Britse wapenleveranties aan Irak heeft onthuld, wordt verdacht van meineed. De Crown Prosecution Service, het Britse equivalent van het Openbaar Ministerie, wil weten waarom Clark als getuige à charge in het proces tegen de machinefabriek Matrix Churchill onverwacht een voor de verdachten ontlastende verklaring aflegde. Als Clark's uitlatingen vóór en tijdens het proces met elkaar strijdig blijken te zijn, kan hij worden vervolgd voor het afleggen van valse verklaringen en worden bestraft met maximaal twee jaar cel.

Minister van justitie Kenneth Clarke probeert elke speculatie dat de regering hierbij betrokken is de kop in te drukken.

Alan Clark is de onthuller van "Irakgate': de samenzwering tussen ten minste vijf bewindslieden onder premier Thatcher, die tussen 1988 en 1990 op eigen initiatief de richtlijnen voor wapenleverantie aan Irak lijken te hebben verruimd, zonder daarvan het parlement op de hoogte te brengen. De douane was onkundig van die afspraak en bracht onder andere de machinefabriek Matrix Churchill wegens illegale export voor de rechter. In de voorbereiding tot dit proces zocht de aanklager steun bij Clark om bewijs tegen de fabriek te verzamelen. Clark verklaarde schriftelijk dat hij bedrijven die bij hem om een exportvergunning kwamen, altijd had geadviseerd “volledig en eerlijk” opening van zaken te geven over de doeleinden van hun produkten. Maar tijdens de rechtszaak zei hij dat hij bedrijven had geadviseerd vooral de civiele toepassing van hun produkten te onderstrepen bij het aanvragen van een uitvoervergunning.

Hoewel de regering een onafhankelijk onderzoek naar het beleid bij wapenexport naar Irak heeft aangekondigd, blijft de oppositie er op hameren dat John Major op de hoogte moet zijn geweest. Als dat zo is, dan zou de premier het Lagerhuis hebben voorgelogen toen hij in januari vorig jaar verklaarde dat er “al geruime tijd” niet meer aan Irak was geleverd. Daadwerkelijk hielden ministers nog twee weken vóór de inval in Koeweit een bijeenkomst waarin de verruiming van de bestaande beperkingen op wapenleveranties aan Irak werd besproken.

Downingstreet liet gisteren weten dat de regering van plan was geweest het parlement in te lichten over haar voornemen de richtlijnen te verruimen. Twee omstandigheden hadden dat verhinderd: zij was ingehaald door de gebeurtenissen (de inval in Koeweit zelf) en bovendien gebeurde dat alles in het zomerreces.