Veiligheidsraad scherpt embargo tegen Servië aan

NEW YORK, 17 NOV. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft de strafmaatregelen tegen Servië verscherpt en een marineblokkade gelast. Desnoods mag geweld worden gebruikt om de naleving van het economisch embargo af te dwingen.

De resolutie is de afgelopen nacht met dertien tegen nul stemmen aangenomen. China en Zimbabwe onthielden zich van stemming. “De Veiligheidsraad moet harde maatregelen nemen om wat aan het probleem te doen. Bosnië-Herzegovina wordt verwoest”, aldus de Russische ambassadeur Joeli Vorontsov. De resolutie kreeg de steun van 27 landen, waarbij de islamitische landen een voortrekkersrol speelden. Pakistan, Iran, Afghanistan en Jordanië hebben er bij de Veiligheidsraad op aangedrongen het wapenembargo tegen Bosnië op te heffen, zodat dit land zich van zware wapens kan voorzien om zich de Serviërs van het lijf te houden.

In de resolutie worden Bulgarije en Roemenië opgeroepen erop toe te zien dat Servië geen goederen bereiken via de Donau. Tot op heden is geen controle uitgeoefend op schepen die via de Donau voeren.

In hoeverre de Westerse landen bereid zijn mee te werken aan de uitvoering van de resolutie was niet onmiddellijk duidelijk. De NAVO en de Westeuroepse Unie hebben elk een eenheid van vijf schepen in de Adriatische Zee, maar tot dusver hadden die schepen geen toestemming om passerende vrachtschepen te inspecteren. De secretaris-generaal van de WEU, Willem van Eekelen, zei het mogelijk te achten om van bewaking over te gaan op daadwerkelijke inspectie en eventueel terugsturen van schepen. De nieuwe resolutie geeft marineschepen nu in principe het recht om een schot voor de boeg te geven van een schip dat het embargo lijkt te breken.

Op voorstel van Oostenrijk is secretaris-generaal Boutros Boutros Ghali uitgenodigd een onderzoek in te stellen naar de mogelijkheid van de vorming van veiligheidszones voor humanitaire doeleinden.

Afgelopen vrijdag publiceerden de Verenigde Staten een lijst met Griekse, Maltese, Italiaanse en Egyptische schepen die ervan verdacht worden de afgelopen maanden het op 31 mei opgelegde embargo tegen Servië te hebben gebroken. Het zou daarbij vooral zijn gegaan om de leverantie van olie via de Montenegrijnse havenstad Bar. Griekenland heeft de beschuldiging van de hand gewezen. Ook Italië en Malta hebben zich gerriteerd betoond over de Amerikaanse uitlatingen.

De Joegoslavische minister van buitenlandse zaken, Ilija Djukic, noemde de oorlog in Bosnië een burgeroorlog waaraan wordt deelgenomen door paramilitaire groeperingen waarover de regering in Belgrado geen zeggenschap heeft. De sancties tegen Klein-Joegoslavië treffen vooral het meest kwestbare deel van de Servische bevolking, aldus de minister.

De toekomstige Amerikaanse president, Bill Clinton, heeft gezegd te zullen ijveren voor een actievere rol van de Verenigde Naties bij de strijd in het voormalige Joegoslavië. Maar dat mag er overigens niet toe leiden dat Amerikaanse troepen daar worden gestationeerd. De verklaring van Clinton en diens opmerkingen tijdens de verkiezingscampagne duiden erop dat zijn regering na haar aantreden in januari meer prioriteit aan de Joegoslavische crisis zal geven, zo menen politieke waarnemers.

De commandant van de VN-troepen in Bosnië-Herzegovina, de Franse generaal Philippe Morillon, zei gisteren in Sarajevo, de verwachting te hebben dat de hevigste strijd in Bosnië voorbij is. Bij de besprekingen tussen de strijdende partijen worden kleine stappen vooruit gezet en dat zou erop kunnen wijzen dat de nachtmerrie ten einde loopt, aldus de generaal. (Reuter, AP, AFP)