Uitbreiding Schiphol half jaar vertraagd

ROTTERDAM, 17 NOV. De gefaseerde besluitvorming rond de uitbreiding van Schiphol tot een zogeheten "mainport' zal een half jaar vertraging oplopen door het nieuwe veiligheidsonderzoek waartoe het ministerie van Verkeer en Waterstaat onlangs opdracht heeft gegeven.

Dat hebben de ministers van verkeer en waterstaat, VROM en economische zaken gisteren in een brief aan de Tweede kamer meegedeeld.

Niet bekend

Het nieuwe onderzoek beoogt alle fasen in de verkeersafwikkeling (voorbereiding, inchecken, starten en landen, de vlucht zelf) en de daarbij in te zetten mensen en middelen kritisch te onderzoeken. Het moet voor de zomer van 1993 zijn afgerond. Mogelijke aanbevelingen die eruit voortvloeien, moeten toepasbaar zijn zonder dat nieuwe internationale afspraken hoeven te worden afgewacht.

Het initiatief voor het nieuwe onderzoek komt van de luchthaven Schiphol zelf, die na het ongeluk met de Boeing 747 van El Al begin oktober behoefte voelde aan een beoordeling van de huidige veiligheidsituatie. Het initiatief van Schiphol is door de minister overgenomen. Het extra onderzoek naar de zogeheten "externe veiligheid' rond Schiphol komt als aanvulling op al eerder uitgevoerde studies en nog lopend onderzoek van het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium (NLR).

De weg waarlangs Schiphol zijn capaciteit kan uitbreiden om zich tot "mainport' in Europa te ontwikkelen, staat beschreven in het beleidsconvenant "Plan van Aanpak voor Schiphol en Omgeving' (PASO) dat in april 1991 werd afgesloten. Het noemt in een soort draaiboek de talrijke beslissingen die er op de weg naar capaciteitsverdubbeling rond 2000 te nemen zijn.

Als onderbouwing voor het PASO is door het Brits/Amerikaanse bureau Technica de externe veiligheid van Schiphol onderzocht aan de hand van ongevallen-statistieken van vergelijkbare luchthavens. Technica produceerde twee rapporten. Het eerste gaf een tamelijk ongunstig beeld van de risico's voor omwonenden, in het tweede bleek het gevaar weer wat minder groot.

Het bestaan van de studies, die merkwaardigerwijs niet in de bijlagen van het PASO zijn opgenomen, werd pas bekend toen de stichting Natuur en Milieu er de hand op wist te leggen. Inmiddels zijn de Technica-rapporten openbaar gemaakt.De onvermijdelijk zwakke basis van de Technica-rapporten (en mogelijk hun ongunstige uitslag) was voor de RLD aanleiding om in april 1991 opdracht te geven aan het NLR voor een aanvullend onderzoek naar de externe veiligheid. Dit onderzoek is wel als een "contra-expertise' aangeduid. Het NLR kreeg een tweevoudige taak: in de eerste plaats moest het algemene rekenvoorschriften geven voor de berekening van risico-niveaus rond vliegvelden. Daarnaast moest het, binnen het kader van het op te stellen Integrale Milieu Effect Rapport (I-MER), veiligheidscontouren voor Schiphol aangeven die als basis gaan dienen voor het gebruik van de ruimte rond de luchthaven. Beide onderzoeken van het NLR lopen nog.

Fundamenteel voor de veiligheidsonderzoeken rond Schiphol is de vraag welke risico's (bij voorbeeld uit te drukken in ongelukken per duizenden jaren) maximaal toelaatbaar zijn te noemen. De kans bestaat dat onderzoekers het huidige of te verwachten risico groter achten dan het risico dat de politiek nog aanvaardbaar vindt.