Tweede Kamer bespreekt energiebeleid Economische Zaken; Liever beloning dan straf bij sturen energiegebruik

DEN HAAG, 17 NOV. Minister Andriessen (economische zaken) vindt dat consumenten die extra zuinig omgaan met aardgas en elektriciteit van hun gemeentelijk energiebedrijf een bonus moeten krijgen. Met de organisatie van distributiebedrijven EnergieNed is hij in gesprek over de invoering van een "besparingssnip': 100 gulden korting op de rekening.

In een commissievergadering over het energiebeleid in de Tweede Kamer prees Andriessen gisteren lokale initiatieven voor het belonen van zuinigheid. Hij voelt er echter niets voor om gezinnen en ondernemingen die niet aan de streefnorm van 2 procent besparing per jaar voldoen, te straffen met een boete, zoals woordvoerster Van Rijn van de PvdA-fractie voorstelde. Van Rijn bepleitte een soort "bonus-malus systeem' zoals bij een autoverzekering: wie schadevrij rijdt, krijgt een premiekorting en wie schade claimt, moet meer betalen. Van Rijn wilde ook sancties opnemen in de "energieconvenanten' die Andriessen met bedrijfstakken afsluit en waarin op vrijwillige basis een besparing van 20 procent tot het jaar 2000 is overeengekomen.

Deze "Herenakkoorden' dragen volgens het PvdA-Kamerlid een te weinig verplichtend karakter. De minister heeft er daarentegen een “vrij groot vertrouwen in”. Het gaat niet aan om ondernemingen die de norm niet zouden halen, te bestraffen, want het ene bedrijf kan makkelijker meer op het energieverbruik besparen dan het andere. Bovendien is het tempo waarin het beleid kan worden uitgevoerd ook afhankelijk van de economische groei en de energieprijzen, onderstreepte Andriessen. De investeringen moeten nu eenmaal rendabel zijn. De minister noemde het nieuwe beleid voor energiebesparing dat in de zomer van 1990 begon, tot dusverre “een redelijk succes”. Met vier bedrijfstakken zijn nu meerjarenafspraken gemaakt en dit jaar volgen er nog zes. Bovendien hebben zestien bedrijfstakken een intentieverklaring getekend, als opstapje naar een convenant en daar komen er nog drie bij. In totaal wordt daarmee al 80 procent van de industrie bestreken, aldus Andriessen. De Europese Gemeenschap heeft grote belangstelling voor dit beleid, dat nog in geen enkele andere lidstaat voorkomt, aldus de minister.

Met zijn college Alders van VROM is Andriessen in gesprek over meer stadsverwarming in nieuwbouwwijken. Enige aarzeling is er nog, gezien de financiële stroppen die zich daarmee in het verleden hebben voorgedaan, maar we willen die kant op, zei hij.

Andriessen toonde zich een sterk voorstander van aardgaswinning op de Waddenzee: “Wij kunnen dat bijna risicoloos voor natuur en milieu doen en we moeten wel bedenken dat de gasreserve in dat gebied vele miljarden guldens waard is.” Hij noemde de Waddenzee als gaswinningsgebied “zeer veelbelovend” en onderstreepte het belang van het tot ontwikkeling brengen van meer kleine gasvelden. “We kunnen met de opbrengst erg veel doen. Behalve met de belastingopbrengst ervan hebben we de middelen die naar mijn begroting vloeien en naar het aardgasbatenfonds, bestemd voor infrastructurele projecten”, zei de bewindsman.

Fel verzette hij zich tegen de plannen van de Europese Commissie om het energiebeleid vergaand te liberaliseren. Volgens Andriessen krijgen deze voorstellen alleen steun van het Verenigd Koninkrijk. Ze zijn louter"marktgericht' en moeten voor prijsverlaging zorgen, terwijl ze geen rekening houden met het milieubelang en de noodzaak om de zekerheid in de gas- en elektriciteitsvoorziening veilig te stellen. In de Verenigde Staten zijn volgens de minister de nadelen van een vergaande liberalisering gebleken. Daar investeren de oliemaatschappijen door extreem lage gasprijzen onvoldoende en kwamen mensen tijdelijk in de kou te zitten.

Ook zou de ontwerp-richtlijn van de Europese Commissie de ontwikkeling van de kleine gasvelden in Nederland doorkruisen, omdat de olieconcerns geen zekerheid meer zouden hebben over hun afzet. Want het monopolie van de Gasunie, die nu langlopende contracten tegen een vaste afnameprijs afsluit, moet volgens "Brussel' plaatsmaken voor vrije concurrentie.

Het Tweede-Kamerlid Van der Linden (CDA) bestreed de visie van Andriessen. Hij kon zich niet voorstellen dat de Europese Commissie de zekerheid van de energielevering in de waagschaal stelt. Evenmin zag hij gevaar voor het kleine-veldenbeleid.

Een kernpunt in de bezwaren van Andriessen tegen de Brusselse plannen bleek ook dat Nederland daardoor minder zou verdienen aan zijn aardgas. Nu berekent de Gasunie een prijs voor het gas door deze te koppelen die van olie. Maar de Europese Commissie wenst inzicht in de werkelijke kosten voor de produktie, de behandeling en het transport. Daaraan zou de prijs volgens de Commissie moeten worden gerelateerd, ten voordele van de consument en de grootgebruikers. Die laatste groep zou rechtstreeks bij de producenten over contracten moeten onderhandelen, in plaats van een prijs door de Gasunie gedicteerd te krijgen.

Grote moeite had Andriessen gisteren met een motie van alle grote Kamerfracties waarin hem werd gevraagd samen met de Gasunie en de elektriciteits-produktiebedrijven een “concreet en controleerbaar plan” te maken voor Nederlandse hulp aan Midden- en Oost-Europa. De Nederlandse energiesector kan volgens de Kamer door overdracht van kennis en technologie een belangrijke bijdrage leveren aan indamming van de grote verliezen aan brandstoffen en de schade aan het milieu in Oost-Europa.

De regeringspartijen CDA en PvdA vroegen in een andere motie om de activiteiten van verschillende departementen bij de voorbereiding van de besluitvorming over kernenergie goed te coördineren. De "bouwstenen' voor die besluitvorming moeten volgens de motie gecoördineerd aan de Kamer worden aangeboden. Andriessen wil volgend jaar een nota over de mogelijkheden voor meer kernenergie in Nederland uitbrengen en de besluitvorming daarover aan een volgend kabinet overlaten. Maar de Kamer wil daarbij niet met losse (tegengestelde) standpunten van verschillende ministeries worden geconfronteerd. Overigens is de PvdA tegen meer kernenergie en de grootste regeringspartij, het CDA, met de oppositionele VVD in principe vóór.

Tegen de achtergrond van het stijgende elektriciteitsverbruik in Nederland vroeg het Kamerlid Tommel van D66 in een motie om een evaluatie van het besparingsbeleid in deze sector.