Stroomstootjes voor dievenmensen

Gamal Naguib, een Egyptenaar van tegen de veertig, zit met een verongelijkt, nors gezicht voor de Haagse politierechter. Dat had hij nou niet van de Nederlandse staat verwacht: dat men hem zou vervolgen omdat hij zo verstandig was zijn zaakje tegen inbraak te beschermen. Moet je dan in dit land overal toestemming voor vragen?

Zijn vrouw, een Nederlandse, zit achter hem op de toeschouwersbanken te rillen van bezorgdheid. Moet haar man nu de bak in? Omdat hij criminelen het leven zuur wilde maken? Het zal toch niet waar zijn?

Wat betreft de officier van justitie, mevrouw mr. W. Don, is het wel degelijk waar. Zij eist vier maanden onvoorwaardelijk tegen Naguib. “Daar schrik ik enorm van”, reageert de advocate van Naguib, mevrouw mr. C. Zeyl-Terzol. “Wat een ontzettend zware eis. Die man heeft toch niets crimineels in zich?”

Naguib drijft samen met zijn vrouw een shoarmazaakje in Den Haag. Dat betekent zeker de eerste jaren ploeteren en plapperen om het hoofd boven water te houden. Heilig was zijn verontwaardiging toen inbrekers tot vier keer toe 's nachts het rendement van zijn zaak nog zwaarder op de proef stelden. Zijn alarmsysteem stond weliswaar in verbinding met de politie, maar dat hielp alleen als er aan de voorzijde werd ingebroken. Aan de achterzijde kon het rapaille van 's-Gravenhage ongestoord zijn gang gaan.

Naguib vroeg de Haagse politie om meer surveillance. Helaas, onvoldoende mankracht. Toen zon hij op snodere maatregelen. Hij ontwierp een constructie met elektrische bedrading die hij aan de klink van zijn achterdeur bevestigde. De onbevoegden die zich daar 's nachts kwamen melden, zouden op een witheet shoarmabroodje worden getrakteerd.

Op een nacht in december ging het officiële alarm van Naguib - dat van de voorzijde dus - af bij de Haagse politie. Enkele agenten gingen poolshoogte nemen, maar het bleek loos alarm te zijn. Ze doorzochten de winkel verder en kwamen ten slotte bij de achterdeur, waar ze Naguibs eigen afweersysteem ontdekten. De agenten schrokken reusachtig en sloegen nu zèlf alarm. Stel je immers voor dat zij aan de achterzijde het pand waren binnengegaan - dan zouden zij mogelijk tamelijk roemloos zijn gesneuveld in hun bikkelharde strijd tegen de misdaad.

“Wist u dat het gevaarlijk was?” wil de politierechter, mevrouw B. Kiers, weten.

“Ik heb zelf een paar keer een stoot gekregen bij de verbouwing”, zegt Naguib in zijn onherstelbaar gebroken Nederlands, “maar daar heb ik niet veel last van gehad.”

“Voor kinderen had het heel gevaarlijk kunnen zijn.”

“Die kunnen daar achter niet bij.”

“Wist u dat het voor kinderen gevaarlijk was?”

“Die dievenmensen kunnen niet doodgaan van zo'n stroomstootje”, meent Naguib.

“Wat dacht u dan dat er zou gebeuren?”

“Dat ze zouden schrikken. Dat ze niet naar binnen zouden komen.”

“U bent in uw land afgestudeerd ingenieur. Dan moet u toch weten dat het gevaarlijk is?”

“Van stroom in huizen kun je niet doodgaan”, zegt Naguib.

“Vermoedde u ook niet dat ze gewond zouden raken?”

“Alleen schok”, zegt Naguib.

De rechter diept uit haar dossiers een verklaring van een deskundige op. Hij wijst erop dat als iemand in Naguibs pand op een vochtige ondergrond had gestaan, hij had kunnen sterven door een stroomstoot.

“Maar er kan daar helemaal geen water komen”, zegt Naguib.

De rechter probeert het nog eens. “Ik begrijp uw irritatie over die inbraken”, zegt ze, “maar het gaat er mij om wat u heeft gedacht: ik zal ze eens pakken? Of heeft u gedacht...”

“Eén vraag tegelijk graag”, onderbreekt de advocate, “het Nederlands van meneer is heel slecht.”

“Is het echt nooit bij u opgekomen dat die dieven gewond konden raken?”

“Nee”, zegt Naguib.

De officier van justitie gelooft hem niet. Ze heeft hem poging tot doodslag of zware mishandeling ten laste gelegd. Doodslag? Dat is opzettelijke levensberoving. De officier geeft uiteindelijk toe dat ze daar zelf ook aan twijfelt. Maar aan de "voorwaardelijke opzet' tot zware mishandeling blijft ze vasthouden. Hetgeen wil zeggen: Naguib had de gevolgen van zijn daad niet beoogd, maar wel voorzien en op de koop toegenomen.

“Hij heeft een constructie bedacht”, zegt de officier, “waaruit zwaar lichamelijk letsel had kunnen voortvloeien. Hij mag van geluk spreken dat er niemand aan is doodgegaan, want dan zou hij bij de meervoudige strafkamer een eis van enkele jaren hebben gekregen.”

Naguibs advocate trekt moedig ten strijde. “Er is geen sprake van opzet of voorwaardelijk opzet tot zware mishandeling”, zegt ze. “Je doet zoiets om af te schrikken. Bij de mensen leeft nu eenmaal het idee: op deze manier kun je je eigendom beveiligen. Daarom zetten mensen hekken onder stroom.”

Met bedwongen triomfantelijkheid haalt ze een knipsel uit De Telegraaf te voorschijn. “Niet mijn favoriete krant” zegt ze, “maar wat staat hier? Dat CDA-woordvoerder Ton de Kok ervoor pleit om de hekken rond kazernes onder stroom te zetten - om zo onze militaire bases te beveiligen.”

“De eis van de officier”, rondt de advocate af, “is van de gekke. Je zou mijn cliënt hooguit een voorwaardelijke straf kunnen geven, maar primair vraag ik om vrijspraak.”

Tja. Wat te doen? Het woord is aan de rechter. “Moeilijke zaak”, piekert ze hardop. Om tijd te winnen begint ze aan een uiteenzetting van het begrip "voorwaardelijk opzet', waaraan de arme Naguib met zijn taalachterstand geen touw zal kunnen vastknopen. “Maar als je je blootstelt aan de kans dat...” zegt de rechter, en je ziet Naguib wegdromen naar zijn knisperende, elektrische snoertjes.

Dan lijkt de rechter zich te vermannen. Plotseling zegt ze tamelijk resoluut: “Ik ben niet overtuigd van het voorwaardelijk opzet tot zwaar lichamelijk letsel. Het mag niet wat u gedaan heeft, maar ik acht het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen. Ik besluit tot vrijspraak.”

Naguib blijft roerloos zitten. Hij begrijpt er niets van.

“Dit is gunstig voor u”, zegt de rechter. “U zit net te kijken...”

De advocate zegt rustig: “Ik zal het hem buiten wel uitleggen.”

Gedrieën staan ze even later in de hal: de advocate, Naguib en zijn vrouw. “U bent vrijgesproken”, zegt de advocate. “Begrepen?” Naguib schudt verbijsterd het hoofd, alsof hij eerst die vier maanden van de officier er nog uit moet schudden.

De namen van de verdachten en getuigen in deze rubriek zijn om redenen van privacy gefingeerd.